The Last Temptation of Christ (1988)

Regie: Martin Scorsese | 155 minuten | drama | Acteurs: Willem Dafoe, Harvey Keitel, Paul Greco, Steve Shill, Verna Bloom, Barbara Hershey, Roberts Blossom, Barry Miller, Gary Basaraba, Irvin Kershner, Victor Argo, Michael Been, Paul Herman, John Lurie, Leo Burmester

‘Deze film is niet gebaseerd op de gospels,’ zo wordt ons in het beginscherm verteld, ‘maar op de fictieve exploratie van het eeuwige spirituele conflict.’ Dat conflict, aangehaald door Nikos Kazantzakis (de auteur op wiens werk het script gebaseerd is), beschrijft de botsing tussen de gedachten en het verlangen, de geest en de zonde, en de schuld en boete die er uit voortvloeit. Één van de hoofdthema’s zo bekend uit de al dan niet religieuze verkenningen van het werk van Scorsese, maar niet eerder zo expliciet getoond als in het controversiële epos over de laatste dagen van Jezus. Controversieel, omdat het script Jezus van Nazareth portretteert als iemand met menselijke verlangens, en zelfs zo ver gaat van Maria Magdalena (Barbara Hershey, die de regisseur het boek ooit aanraadde) een prostituee te maken. Het feit dat het originele werk van Kazantzakis bewerkt is door Paul Schrader (‘Taxi Driver’, ‘Raging Bull’) en verteld wordt door Martin Scorsese – die zich ondanks een zeer beperkt budget opnieuw genomineerd zag voor een Oscar – is dan ook een garantie dat het verhaal meer dan de moeite is. Het controversiële is enkel een bonus voor diegenen voor wie de originele interpretatie al een werk van fictie is.

De voornaamste vertellingen van ‘The Last Temptation of Christ’ zijn voor weinig mensen verrassend, in de zin dat je niet eens een kinderbijbel gelezen hoeft te hebben om te weten wat Jezus allemaal doorgemaakt zou hebben in die roerige periode rond het jaar nul. Als hij enkel een artiest geweest zou zijn, kwam een groot deel van zijn repertoire in deze film al voorbij; hij wandelt een stukje over water, helpt een blinde aan zijn zicht, doet Lazarus na drie dagen herrijzen uit zijn graf en verandert met een grote grijns een kruik water in wijn – op een bruiloft, als de voorraad na drie dagen op dreigt te raken. Tot zover de showman in de door Willem Dafoe met veel diepgang en fysieke inspanning vertolkte zoon van god, die voor het grote publiek voornamelijk interessant gemaakt is juist doordat de film zo controversieel is (en in mindere mate ook door het imposante (tegen)spel van Harvey Keitel). Een menselijke Messias, die net als ieder ander bepaalde verlangens heeft, al dan niet moet weerstaan, en daar uiteindelijk in faalt om het epos haar bijzondere wending te geven.

Bijzonder dat een film gebaseerd op bronmateriaal dat veel mensen niet (meer) aanspreekt erin slaagt de volle 155 (!) minuten te boeien, zonder je ook maar eenmaal het idee te geven dat je in een kerkdienst beland bent of anderzijds aangesproken moet zijn door de boodschappen achter de legende of de invloed die dat in de millennia erna gehad heeft. Uiteraard biedt het ook voor gelovigen een mooi beeld – of in ieder geval een interessante versie van een beeld – van de oorsprong van hun huidige religie, vooral dankzij de meeslepende soundtrack waar Scorsese in een karakteristiek trekje naar originele muziek Gabriel voor in huis haalde (de voormalig frontman van Genesis, niet de aartsengel). Het is echter vooral een breder publiek dat zich gediend ziet van een verfilming die zich kenmerkt door een aansprekend script, een strakke regie (ondanks een voornamelijk financieel getroebleerde productie) en een uitmuntende cast onder leiding van een imponerende Dafoe.

Robert Nijman