The Treasure Hunter – Ci Ling (2009)

Regie: Yen-ping Chu | 105 minuten | actie, komedie, avontuur, fantasie | Acteurs: Jay Chou, Chiling Lin, Eric Tsang, Daoming Chen, Chu-he Chen, Will Liu, Pu Miao, Ian Powers, Kenneth Tsang    

Veel Aziatische tienermeisjes kijken enorm uit naar een nieuwe film met popidool Jay Chou (‘Curse of the Golden Flower’). Deze superster is zowel bekend als muzikant, acteur en regisseur, kortom, een multitalent. Hoe het mogelijk is dat hij in een productie als ‘The Treasure Hunter’ terechtkomt, zal altijd wel een raadsel blijven.

‘The Treasure Hunter’ van regisseur Yen-ping Chu is namelijk geen geslaagde Taiwanese versie van Indiana Jones. Yen-ping Chu is overigens een regisseur die toch al niet tot de verbeelding spreekt met eerdere films als ‘Pink Force Commando’ en ‘Kung Fu Dunk’ Ergens in de woestijn ligt een stad verborgen met een tombe vol schatten van onmetelijke waarde. Qiaofei (Jay Chou) is vastbesloten deze schatten in handen te krijgen, maar dit idee deelt hij met een lading aan ongure types (onder meer Eric Tsang), die eveneens op jacht gaan. Tegelijkertijd moet schrijfster Lan Ting (Chiling Lin) haar deadline zien te halen van haar nieuwe boek over de adelaar van de woestijn. Al snel raakt zij betrokken in een wereld waarin legendes en werkelijkheid samenvloeien en komt ze in aanraking met de échte adelaar van de woestijn.

Op een paar mooie beelden na valt er niet veel te genieten aan ‘The Treasure Hunter’. Het compleet mislukte scenario is hierop van grote invloed. De complexe verhaallijn lijkt namelijk net als de verdwenen stad ergens onder het zand verborgen te liggen. Yen-ping chu wilde het te groots aanpakken en heeft zichzelf hiermee in de vingers gesneden. Thema’s als archeologie, cultuur, legendes en woestijnvolken kunnen zeer interessant zijn als deze voldoende belicht worden in een film. Door een aantal schattenjagers in beeld te brengen en hieraan een legende over een verdwenen stad te koppelen, waarbij dan ook nog eens het bovennatuurlijke een rol moet gaan spelen neemt de film te veel hooi op de vork en dan hebben we het nog niet eens over de mooie vrouw, het oud zeer, familierelaties en mislukte expedities die het leven van weer een andere schattenjager hebben getekend.

Het is duidelijk: het was van meet af aan al een onmogelijke opgave om ook maar iets van een logisch en goed uitgediept verhaal te krijgen. Wat overblijft is een aantal losse scènes. Onderling vertonen deze scènes nauwelijks samenhang. Het acteerwerk van met name Eric Tsang (‘Infernal Affairs’) en Jay Chou is misschien niet slecht te noemen, maar goed is het allerminst. Dit komt niet door de acteurs zelf maar door de uitgesproken personages die ze moeten neerzetten. Eric Tsang is zoals gewoonlijk de lolbroek en Jay Chou de verwaande stoere man, rollen die ze al meer dan eens hebben moeten spelen.

De grote vraag is dan ook hoe zij zich hiervoor werkelijk hebben kunnen opladen wanneer ze het script lazen. Zij moeten toch door hebben gehad dat de humor alle planken misslaat, het verhaal van hot naar her springt en teveel personages worden geïntroduceerd die niet goed worden belicht. Weliswaar is een aantal gevechten prima in beeld gebracht, maar dat wordt weer teniet gedaan door de niet erg tot de verbeelding sprekende special effects. Ook dit zorgt voor een dusdanige inconsistentie van de film. Vermoedelijk zijn de vele minpunten van ‘The Treasure Hunter’ te wijten aan een regisseur die een film wilde maken die bol stond van avontuur, romantiek en martial arts. Juist dit willen samenvoegen van te veel verschillende genres in combinatie met het zwakke scenario zorgt er voor dat ‘The Treasure Hunter’ een zeer afstandelijke film die maar niet wil boeien. Jammer voor die tienermeisjes.

Meinte van  Egmond