A Very British Gangster (2008)

Regie: Donal MacIntyre | 98 minuten | documentaire, misdaad

In Nederland heeft Peter R. de Vries onuitwisbaar naam gemaakt. Alberto Stegeman en John van den Heuvel proberen in zijn voetsporen te treden. Maar dit trio haalt het qua onthullingen niet bij de ‘grandmaster’ van de onderzoeksjournalistiek, de Ier Donal MacIntyre. Hij deed verslag vanuit Beiroet, Bosnië, Kongo, Belfast en Birma. Vele misstanden werden door hem aan de kaak gesteld. Schandalen in verzorgingstehuizen, waar bejaarden en gehandicapten werden misbruikt, internationale handel in bedreigde diersoorten, smokkel van seksslaven en verboden wapenhandel. MacIntyre infiltreerde in de wereld van mode, voetbal en financiën. Gewaagde expedities die hem veel waardering en prijzen opleverden, maar die hem ook vijanden bezorgden. Hij wordt geregeld met de dood bedreigd, aangevallen, loopt het risico te worden ontvoerd en woont in speciaal beveiligde huizen. Kortom, Donal is niet voor een kleintje vervaard. Voor zijn eerste langere documentaire getiteld ‘A Very British Gangster’ portretteerde MacIntyre de beruchte en uiterst gevreesde gangster Dominic Noonan, het hoofd van de Noonan-misdaaddynastie.

De kijker krijgt een onthutsend beeld te zien van de levens van hedendaagse misdadigers. Zoals Dominic aan het begin van de documentaire, met twee jonge volgers aan zijn zijde, opmerkt: “Overdag is de politie de baas in Manchester, ‘s nachts heersen de gangsters.” Dominic Noonan (39), de tweede generatie van een Ierse immigrantenfamilie, heeft er al tweeëntwintig jaar cel opzitten. Er zijn meerdere kerfstokken nodig om zijn misdaden op te sommen: gewapende overvallen, aanvallen op politie- en gevangenispersoneel, illegaal vuurwapenbezit, ontsnappingen uit de cel, fraude en betrokkenheid bij bendemoorden. Dominic, zwaar getraumatiseerd door verkrachting op een kostschool op zijn dertiende en inmiddels ‘strikt homoseksueel’, was één van de kopstukken die verantwoordelijk waren voor het oproer in de Strangeways-gevangenis (resultaat: twee doden en tweehonderd gewonden), als lid van de Prisoners Liberation Army.

In deze door Macintyre zelf omschreven: ‘Michael Moore voor gangsters’ volgen we de crimineel in zijn pogingen om op het rechte pad te komen. Van misdaadbaas naar veiligheidsadviseur, als hoofd van het eigen bedrijf Manchester Security. Noonan werpt zich elke dag op als sociaal werker voor de mensen in de achterstandswijken in Manchester. Een onderklasse die haar recht moet zien te halen bij een beruchte gangster omdat de politie niet thuis geeft. Dus ‘bemiddelen’ Noonan en zijn twintigkoppige, strak in het pak gestoken bende (naar ‘Reservoir Dogs’?) bij mishandeling, bedreiging, ontvoering, huisvredebreuk, uithuisplaatsing en geluidsoverlast. Dominic geldt als pijler van de buurt. Hij is sponsor van het vuurwerkfestival voor de jeugd en sponsor van de plaatselijke boksclub, alwaar zijn zoon Bugsy (11) zich geregeld op de bokszak uitleeft. Bugsy heeft zijn vader slechts twee jaar echt meegemaakt, de rest van de tijd werd hij opgevangen door een tante uit de Noonan-dynastie. Bugsy droomt van een carrière als bokser of voetballer. Neef Sean wil het als zanger maken (“Iedere gangsterfamilie heeft een zanger in haar midden.”).

De documentaire laat zien dat Noonan drie keer de dans ontspringt bij grote, miljoenen verslindende rechtszaken. De Noonans schijnen onaantastbaar, onoverwinnelijk. Het keerpunt, vlak na de laatste vrijspraak van Dominic, lijkt bereikt met de moord op zijn aan crack verslaafde broer Desmond (‘Dessie’). Deze notoire bankovervaller en huurmoordenaar, verdacht van vijfentwintig tot dertig moorden in het circuit, wordt neergestoken na een ruzie met zijn dealer. Voor de erebegrafenis wordt half Manchester lam gelegd, maar de kentering doet zijn intrede. Dominic ontvangt doodsbedreigingen van rivaliserende bendes, Bugsy moet in therapie om de dood van zijn oom te verwerken en ook petekind Paul raakt van het pad. Tot overmaat van ramp weet de Engelse justitie Dominic eindelijk (weer) veroordeeld te krijgen. Voor illegaal wapenbezit wordt zestienëneenhalf jaar cel geëist. Noonan zal er uiteindelijk maar drie van zitten. En Bugsy had zich zo verheugd op zijn eerste vakantie met papa, naar Jamaica. Maar, zoals het ventje zelf verzucht: “Hij is een gangster, dat is nou eenmaal zo.”

MacIntyre zit Noonan in de stijl van Louis Theroux op zijn nek. Zonder zijn hoofdpersoon op te hemelen en zonder moreel oordeel schiet hij zijn plaatjes. “Het publiek moet zelf maar oordelen. Het moeilijke aan dit project was: Hoe stap ik eruit zonder vuile handen?” ‘A Very British Gangster’ is een indrukwekkend staaltje sociale geschiedenis. We zien jongeren (“We kunnen niet lezen en schrijven, maar geld tellen kunnen we als de beste!”) wiens levens al bij voorbaat vast lijken te liggen. Geweld als adrenalinekick. Stoer praten, maar toch angstig op de duim zuigen bij dreiging van repercussie. Een gewelddadige, maar fascinerende wereld bevolkt door huurmoordenaars, gevaarlijke criminelen en… jonge onschuldigen. Met een muzikale omlijsting (onder andere Oasis, Alabama 3, Nina Simone, Paul Anka, Roots Manuva, Robin Elliot) die perfect aansluit. Titels als “Mansion On The Hill”; “An American Trilogy”; “Farewell”; “Lord, Have Mercy”; “Bullet Proof”; “These Drugs I’m Selling”; “My Way”; “So You Want To Be A Boxer”; “Wonderwall”; “King Gangster”; “Suspicious Minds” en “Let There Be Love” vertellen het verhaal in chronologische volgorde.

Ruud Stift