After Hours (1985)

Regie: Martin Scorsese | 97 minuten | thriller, komedie | Acteurs: Griffin Dunne, Rosanna Arquette, Verna Bloom, Tommy Chong, Linda Fiorentino, Teri Garr, John Heard, Cheech Marin, Catherine O’Hara, Dick Miller, Will Patton, Robert Plunket, Bronson Pinchot, Rocco Sisto, Larry Block, Victor Argo, Murray Moston, John P. Codiglia, Clarke Evans, Victor Bumbalo, Bill Elverman, Joel Jason, Rand Carr, Clarence Felder, Henry Judd Baker, Margo Winkler, Victor Magnotta, Robin Johnson, Stephen Lim, Frank Aquilino, Maree Catalano

Veel filmmakers zijn bijgelovig. Je film uitbrengen op vrijdag de dertiende is haast ondenkbaar – of het moet een horrorprent zijn natuurlijk. Die datum zou de opbrengsten van de film geen goed doen. Martin Scorsese stapte eenmalig af van zijn bijgeloof en bracht de film ‘After Hours’ uit op vrijdag 13 september 1985. Hoewel niet een van zijn grootste successen en bij de gemiddelde filmliefhebber een van zijn minder bekende films, is dit ‘tussendoortje’ van Scorsese veelvuldig bekroond (de film won onder meer de prijs voor beste regie bij de Independent Spirit Awards en op het Filmfestival van Cannes). Net als ‘Taxi Driver’ (1975) is ‘After Hours’ een ode aan zijn geliefde stad New York. De regisseur maakte met een klein budget van rond de 4,5 miljoen dollar een gitzwarte komedie die zich ontpopt als een surrealistische fabel met nachtmerrieachtige trekjes. Scorsese omschreef het intrigerende script dat Joseph Minion schreef ooit als ‘een Chinese puzzel’. Aan de kijkers de taak om alle puzzelstukjes op de juiste plaats te leggen.

New Yorker Paul Hackett (Griffin Dunne) heeft maar een saai leventje. Hij heeft al veel te lang geen vriendin gehad en zijn geld verdient hij met een eentonig kantoorbaantje. Maar wanneer hij op een avond de aantrekkelijke Marcy (Rosanna Arquette) ontmoet, wordt zijn wereld danig op z’n kop gezet. Marcy nodigt hem uit in haar flat in de kleurrijke artiestenwijk Soho. En daar begint de nachtmerrie voor arme Paul. Onderweg naar Soho vliegt al zijn geld uit het raam van de taxi. Eenmaal in de flat maakt hij kennis met Marcy’s merkwaardige en zeer vrijpostige huisgenootje Kiki (Linda Fiorentino). Over Marcy zelf krijgt hij de vreemdste visioenen en hij vlucht weg. Hij wil eigenlijk gewoon naar huis, maar hij blijkt niet genoeg geld te hebben voor de metro. Noodgedwongen gaat hij terug naar Marcy, om te ontdekken dat ze zelfmoord heeft gepleegd. In paniek rent hij de wijk in, op zoek naar een luisterend oor. Maar de problemen voor Paul stapelen zich alleen maar verder op. Als klap op de vuurpijl wordt hij aangezien voor een inbreker die de buurt al weken teistert en krijgt hij een woeste menigte achter zich aan…

Gefrustreerde mensen en hun onberekenbare handel en wandel vormen voor Scorsese een dankbaar onderwerp, dat in veel van zijn films terugkeert. Robert De Niro portretteerde in ‘Taxi Driver’ en ‘Raging Bull’ (1980) dan wel een heel ander, veel fatalistischer type dan Griffin Dunne in ‘After Hours’, toch zijn er parallellen te ontdekken. Paul Hackett wordt duidelijk opgevreten door zijn eigen angsten, paranoia en (seksuele) frustraties. Hij is van mening dat alles wat hem in zijn leven overkomt op de een of andere manier wel zijn eigen schuld zal zijn. Dunne zet hem op een geweldige manier neer als een bijzonder nerveuze yuppie die mentaal geknakt is door alle narigheid die hem overkomt (de Wet van Murphy). Desondanks maakt Dunne, die nooit meer zo’n goede rol zou spelen, van Paul een sympathiek en innemend personage, voor wie je oprecht hoopt dat alles toch weer op z’n pootjes terecht zal komen. De geruchten gaan dat Martin Scorsese zijn inspiratie voor deze film haalde uit zijn eigen falen om ‘The Last Temptation of Christ’ te verfilmen. Gelukkig voor hem zou het drie jaar later, in 1988, wél lukken om het bijbelse epos van de grond te krijgen.

De grote kracht van ‘After Hours’ zit hem in de visualiteit. Hoewel de gebeurtenissen zich allemaal in een en dezelfde, voor Paul helse nacht afspelen, is er voldoende variatie in beeld en sfeer om het geheel boeiend te houden. Cinematograaf Michael Ballhaus speelt met de kleuren zwart en blauw en weet op die wijze een zeer broeierig sfeertje op te roepen die je meetrekt in de angsten van Paul. Dit wordt nog eens benadrukt door de voortdurende bewegingen die Scorsese met zijn camera maakt; net als de paranoïde Paul kent deze geen rust. Als kijker kun je derhalve ook niet anders dan met hem meeleven en -lijden. Het is verwonderlijk wat voor een geweldige intensiteit de filmmaker met zijn bescheiden budget heeft weten te bewerkstelligen. De op het oog bescheiden cast komt verrassend sterk uit de hoek. Naast Dunne zijn ook Arquette (die genomineerd werd voor een Independent Spirit Award en een BAFTA), Fiorentino, Catherine O’Hara, Teri Garr, John Heard, Will Patton en het illustere duo Cheech & Chong op dreef, stuk voor stuk als bedrieglijke gewone figuren die behoorlijk bizar blijken te zijn. Het toont maar weer eens aan hoe een genie als Scorsese het beste uit zijn acteurs naar boven weet te halen.

‘After Hours’ – en eigenlijk alle films van Martin Scorsese uit de jaren tachtig – zijn nauwelijks te vergelijken met zijn werk uit de jaren zeventig en zijn meer recente films. Waar een meesterwerk als ‘Taxi Driver’ zich focust op karakter, wordt ‘After Hours’ voornamelijk voortgestuwd door de plot. Anders gezegd: Dostojevski en Sartre versus Kafka. Scorsese kan dankzij zijn geniale oog voor cinema overal mee uit de voeten. ‘After Hours’ is een kleine maar geweldige gitzwarte komedie die je in z’n greep houdt van de eerste tot de laatste minuut. Misschien soms wat donker en deprimerend, maar niettemin een onvergetelijke, haast surrealistische nachtelijke trip door de stad waar de regisseur zo van houdt; New York.

Patricia Smagge