Aita-Father (2010)

Regie: José María de Orbe | 85 minuten | drama | Acteurs: Luís Pescador, Mikel Goneaga

Bewoners van oude huizen kunnen het beamen: een oud huis leeft. Het heeft karakter, en hoewel het meer onderhoud vergt dan een nieuwbouwwoning, zullen veel bezoekers jaloers verzuchten dat het bewonen van een pand dat minimaal één wereldoorlog heeft meegemaakt op bepaalde punten toch wel te verkiezen is boven een moderne woning. Filmmaker José María de Orbe erfde enkele jaren geleden van zijn vader (wat een verklaring van de titel, ‘Aita’ betekent ‘vader’, kan zijn) een familiehuis, dat niet alleen één oorlog, maar maar liefst tien eeuwen heeft weten te doorstaan. Het majestueuze huis, hoe groot het precies is, wordt nooit duidelijk, staat in een klein Baskisch dorp. Het is al sinds jaren niet meer bewoond en door de vervallen staat lijkt het al tijden over de uiterste houdbaarheidsdatum te zijn. Maar de filmmaker raakt er door geïnspireerd voor een experimentele film. En dat werd ‘Aita’.

De belangrijkste hoofdrolspeler in ‘Aita’ is het huis. Een op het eerste gezicht leeg huis, maar boordevol herinneringen. Enkele personages, die echt met het huis te maken hebben, zoals de oude, grijze huismeester, die met hart en ziel voor het pand zorgt en een priester van het dorpskerkje in de buurt, spelen eveneens een rol in de film. Of ze zijn zichzelf. Dat is wat onduidelijk, want de lijn tussen fictie en documentaire in ‘Aita’ is niet helemaal te onderscheiden. Niet alle dialogen tussen de twee hebben een duidelijke functie. Zoals te verwachten gaan de gesprekken over leven – en vooral – de dood. De priester vertelt bijvoorbeeld dat het menselijk gehoor zo’n twintig minuten na de dood pas ophoudt te functioneren. Ook de anekdote over een opgebaard lijk, dat ineens rechtop ging zitten, is vreemd. Wat meer indruk maakt is de bekentenis van de huismeester die vertelt dat hij sinds enige tijd gestalkt wordt door een wit licht, dat hem tegemoet komt en hem angst inboezemt. “Je kunt zo niet verder, ik wil wel met je meegaan naar een genezer?” adviseert de priester hem. De daaropvolgende scène waar een filmpje op de muur boven het bed van de oude man geprojecteerd wordt, bezorgt je de koude rillingen. Dat het spookt in het huis, wordt ook min of meer beaamd door het angstige meisje dat zich samen met haar vriendinnetje heeft afgezonderd van hun schoolklas die een rondleiding krijgt door het oude huis voor een lesje plaatselijke geschiedenis.

Het huis wordt door cinematograaf Jimmy Gimferrerer op zorgvuldige wijze vastgelegd.  Het spelen met (natuurlijk) licht en geluid heeft heel veel tijd in beslag genomen (er werd maar liefst drie jaar gefilmd), maar het geduld betaalt zich uit in betoverende beelden. Wanneer de camera, vanaf een statief, kalm registreert hoe de huismeester een voor een de deuren en ramen openzet om het licht binnen te laten, is het alsof je een puzzel maakt zonder voorbeeld. De projecties van oude filmbeelden die de filmmaker in het Baskische archief heeft gevonden op de beschimmelde muren, maken absoluut indruk.

Het geslaagde visuele aspect van de film zal echter niet voor iedereen voldoende zijn om van ‘Aita’ te genieten. De Orbe vertelt met ‘Aita’ namelijk geen verhaal, noch wordt er iets duidelijk over de geschiedenis van zijn huis, de bewoners of de filmmaker zelf. Wie emotioneel geraakt wordt door de wanhopige uitbarsting van de huismeester die daarin zijn frustraties uit over de inbraak in het huis, moet het verder zelf maar uitzoeken. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Maar als je er voor open staat, is ‘Aita’ een filmervaring om niet snel te vergeten.

Monica Meijer