Coming Home (1978)
Regie: Hal Ashby | 127 minuten | drama, romantiek, oorlog | Acteurs: Jane Fonda, Jon Voight, Bruce Dern, Penelope Milford, Robert Carradine, Robert Ginty, Mary Gregory, Kathleen Miller, Beeson Carroll, Willie Tyler, Louis Carello, Charles Cyphers, Olivia Cole, Tresa Hughes, Bruce French, Mary Jackson, Tim Pelt, Richard Lawson, Rita Taggart, Claudie Watson, Sally Frei, Tony Santoro, Pat Corley, Gwen Van Dam, Jim Klein, Tokyo Ernie, Raul Bayardo, Stacey Pickren, James Kindelon, Joey Faustine, Arthur Rosenberg, David Clennon
Er zijn talloze Amerikaanse films gemaakt over de Vietnamoorlog, van de hallucinatoire nachtmerrie van ‘Apocalypse Now’ tot de rauwe intensiteit van ‘Platoon’. Elk probeert op zijn eigen manier vat te krijgen op een oorlog die diepe littekens heeft achtergelaten, maar zelden met zoveel empathie en menselijkheid als in ‘Coming Home’ van Hal Ashby.
Sally Hyde (Jane Fonda) is de vrouw van marineofficier Bob (Bruce Dern), die wordt uitgezonden naar Vietnam. Om zichzelf bezig te houden tijdens zijn afwezigheid besluit ze vrijwilligerswerk te doen in een revalidatieziekenhuis voor gewonde veteranen. Daar ontmoet ze Luke Martin (Jon Voight), een voormalige sergeant die verlamd is geraakt. Verbitterd door zijn ervaringen en de gebrekkige zorg voor terugkerende soldaten, schuift hij zich voort op een brancard en schreeuwt zijn frustratie van zich af. Ondanks een moeizame start vinden Sally en Luke steun bij elkaar, een verbondenheid die langzaam uitgroeit tot meer dan vriendschap.
‘Coming Home’ is onmiskenbaar anti-oorlog — iets waar je bij veel andere oorlogsfilms nog je twijfels bij kunt trekken — maar nooit beschuldigend. Ashby toont diepe compassie voor de mannen die vertrokken in de overtuiging dat ze voor hun land vochten, maar gebroken thuiskwamen. Hun trauma wordt niet geparadeerd, maar met mededogen voelbaar gemaakt. Zo wordt tijdens de 4th of July-viering in het ziekenhuis, waar rolstoelgebonden veteranen fanatiek een potje football spelen, pijnlijk zichtbaar hoe kortstondige momenten van vreugde worden overschaduwd door onderhuids leed.
Wat de film verder onderscheidt van zijn soortgenoten, is de manier waarop de vrouwen die achterbleven centraal worden gesteld: het wachten, de eenzaamheid en het besef dat ook zij hun leven in eigen hand kunnen nemen. Sally’s ontwikkeling van volgzame echtgenote tot zelfstandige, zelfbewuste vrouw ligt dan ook aan het hart van de film.
Mede dankzij de geweldige soundtrack — een bijna oneindige stroom van jarenzestigklassiekers van The Rolling Stones, Jefferson Airplane, Jimi Hendrix en vele anderen — voelt ‘Coming Home’ als een waar document van zijn tijd. De nummers klinken vaak zacht op de achtergrond, soms in hun volledigheid afgespeeld, niet als nadrukkelijke emotionele begeleiding, maar als onderdeel van de wereld en het tijdsgevoel waarin de personages leven. Daardoor krijgt de film een natuurlijke, bijna dromerige cadans.
De relatie die tussen Sally en Luke ontstaat, wordt met bijzonder veel gevoel neergezet. Hun dialogen voelen natuurlijk, en vaak zeggen blikken en stiltes meer dan woorden. De inmiddels beroemde seksscène, waarin Lukes verlamming niet wordt verhuld maar juist onderdeel wordt van hun intimiteit, is een van de meest tedere en oprechte die Hollywood ooit voortbracht.
Toch is hun liefde niet zonder schuld of twijfel. De morele en emotionele complexiteit van hun affaire wordt met ontwapenende eerlijkheid getoond. Sally en Luke realiseren zich dat hun tijd samen eindig is, terwijl Bobs onvermijdelijke terugkeer als een schaduw boven hun liefde hangt. Dit alles culmineert in een onvergetelijk slot dat ‘Coming Home’ tot een van de meest aangrijpende oorlogsdrama’s van zijn tijd maakt.
Julian Meijer
Waardering: 4.5
Bioscooprelease: 21 september 1978
