De tasjesdief (1995)
Regie: Maria Peters | 96 minuten | drama, familie, thriller | Acteurs: Olivier Tuinier, Aus Greidanus Jr., Micha Hulshof, Myranda Jongeling, Jaap Spijkers, Ingeborg Uyt den Boogaard, Freark Smink, Renée Fokker, Sophie van Pelt, Flip van Duyn, Sheila Lever, Ann Hasekamp, Cees Groot, Marjan Luif, Rob van de Meeberg, Leo Hogenboom, Vik Franke, Jos Veldhuizen, Jac. Goderie, Luc Theeboom
‘De tasjesdief’ is zo’n film die destijds moeiteloos de bioscopen veroverde — en decennia later nog altijd verrassend overeind blijft. Spannend, benauwend, eerlijk. Geen feelgood, maar een serieuze jeugdfilm die het kind niet reduceert tot schattige bijrol, maar centraal durft te zetten als complex en zelfstandig denkend personage.
Alex is twaalf. Hij is de kleinste van de klas, oogt jonger dan hij is, en wordt thuis nauwelijks gezien. Zijn moeder leeft vooral voor haar dieet, zijn vader begrijpt hem niet, en zijn enige echte band is met zijn oma Roos. Wanneer zij op een dag wordt vastgebonden en beroofd door twee jongens uit de buurt — onder wie een voormalig klasgenoot van Alex — verandert zijn wereld. Alex bevrijdt haar, maar moet beloven te zwijgen, uit angst dat zijn moeder zal denken dat Roos niet meer alleen kan wonen.
Vanaf dat moment wordt Alex gechanteerd en bedreigd. De verantwoordelijkheid die op zijn schouders rust is te groot, maar niemand lijkt het te zien. Peters laat overtuigend zien wat er gebeurt als een kind in de plaats van een volwassene moet handelen. Het thema van parentificatie — zelden zo scherp uitgebeeld in een Nederlandse jeugdfilm — krijgt hier een gezicht dat blijft hangen.
Olivier Tuinier is opnieuw onovertroffen. Na ‘Het zakmes’ en ‘De kleine blonde dood’ toont hij ook hier zijn zeldzame vermogen om kwetsbaarheid én eigenzinnigheid te combineren. Dat hij nooit een ere-Gouden Kalf heeft gekregen is op z’n minst merkwaardig.
De film zegt alles hardop: in het kader, in het dialoog, en dan óók nog eens in de muziek. Dat laatste is misschien wel de grootste smet op ‘De tasjesdief’. Ad van Dijk zet zijn score zo nadrukkelijk in dat de kijker nauwelijks de ruimte krijgt om zelf iets te voelen of interpreteren. Alles wordt benadrukt: spanning, verdriet, dreiging. Ook het bekende Dick Maas-geluid van synthetische dreiging ontbreekt niet tijdens de achtervolgingen.
Daarbij wringt nog iets anders. Veel personages blijven hangen in symboliek. De vaders als brute, emotioneel onbereikbare figuren; de moeders als zwakke verschijningen die niet de moed hebben om in opstand te komen. Ze vertegenwoordigen meer een idee dan een mens. En ook de twee jongens die Alex chanteren worden nooit meer dan boemannen. De film suggereert iets van een moeilijke thuissituatie bij hen, maar gebruikt dat vooral als verklaring — niet als uitnodiging tot begrip. Wat ontbreekt, is relationele gelaagdheid. Die jongens hadden óók iets kunnen opvullen in Alex’ leven: een vriendschap in de kiem, een gevoel van aansluiting, hoe tijdelijk of krom ook. Dat iemand iets voor je kan betekenen en tegelijk een bedreiging vormt — precies die ambiguïteit ontbreekt in de dynamiek tussen Alex en de jongens.
‘De tasjesdief’ mag dan niet de boeken ingegaan zijn als grootse cinema, maar het is een film die werkt, blijft hangen, die je raakt — en die elk kind én menig volwassene tot op het puntje van zijn stoel krijgt. En dat is bijzonder, want zoveel van dit soort juweeltjes hebben we niet in Nederland.
Martijn Smits
Waardering: 4
Bioscooprelease: 6 april 1995
VOD-release: 28 februari 2024 (Eye Film Player)
