Der Untergang (2004)

Regie: Oliver Hirschbiegel | 150 minuten | drama, oorlog | Acteurs: Bruno Ganz, Alexandra Maria Lara, Corinna Harfouch, Ulrich Matthes, Juliane Köhler, Heino Ferch, Christian Berkel, Matthias Habich, Thomas Kretschmann, Michael Mendl, André Hennicke, Ulrich Noethen, Birgit Minichmayr, Rolf Kanies, Justus von Dohnanyi

Hij heeft vettig haar, zenuwtikken, een slepende tred en een intrieste eenzame blik. Hij is zesenvijftig jaar oud, vegetariër en geheelonthouder. Zijn enig tijdverdrijf is het voeren van zijn herdershond Blondi. De naam van deze man is Adolf Hitler, al vijf jaar heersend over Europa in een oorlog die vijftig miljoen mensen het leven kostte.

Die oorlog kent hij niet. Als hij op de binnenplaats van de rijkskanselarij gaat luchten, diep gedoken in zijn zwartleren overjas lijkt hij een fantoom, onzichtbaar voor de buitenwereld die aan stukken wordt gereten. Terug in zijn werkkamer schuift hij met onbestaande legers over landkaarten, op weg naar de eindoverwinning, agressief uithalend naar eenieder die hem uit de droom helpt. De droom die ook het morbide Derde Rijk grondvestte.

Het naiëve, onzekere meisje dat Duitsland in 1933 was liet zich door Adolf Hitler verleiden. Dat meisje zou Traudl Junge kunnen zijn, een bleue Beierse die ergens in 1942 bij de Führer op sollicitatiegesprek kwam om zijn secretaresse te worden, met een mengeling van angst en ontzag op haar gezicht. Bleu typt ze de jaren daarna de meest afschrikwekkende teksten op papier. Op haar gezicht de vertwijfeling, maar nooit verzaakt ze.

Was er reden voor angst? Niet als we op de beelden van ‘Der Untergang’ moeten afgaan. Hitler noemt Traudl ‘mein Kind’ en zij is één van de weinigen die van hem een zelfmoordampul krijgt. Op bevel van de Führer? Nee, op eigen verzoek. Hitler drukt haar zelfs op het hart een veilig heenkomen te zoeken. Dat wil ze niet.

Dit is de vrouw die sympathie moet oproepen in ‘Der Untergang’, een beklemmend en geestelijk uitputtend epos over de laatste dagen in Hitler’s bunker. Een gewaagde keuze van de filmmakers, escalerend in het moment dat zij Traudl hand in hand met een Duitse kindsoldaat door de Russische linies laten vluchten naar een zonnig bos.

Deze sentimentele dramatisering is een smetje op de film, die bijzonder goed slaagt in het uitbeelden van de ondergang van haar kernfiguur. De ijselijk imponerende Bruno Ganz wekt als Hitler evenveel medelijden als afschuw op. Hoe kon deze zelfverkozen tragische held een heel volk meeslepen in zijn eigen diepten? Het is een vraag die ook na deze film onbeantwoord blijft, maar wel dieper nadreunt.

Met Hitlers dood – we krijgen het lijk niet te zien – had ‘Der Untergang’ kunnen eindigen. Maar regisseur Oliver Hirschbiegel en scenarioschrijver Bernd Eichinger gaan door; zij wilden het Duitse volk niet te kort doen. Dat werkt het eerste driekwart van de film goed. Zij contrasteren de paranoïde nazi-cocon onder de grond met het werkelijke leed in de buitenlucht, met arts Schleck (Christian Berkel) als nazi die burgerlevens redt, terwijl zijn ‘genossen’ de aftocht blazen. Aan het eind wordt het tricky. Op het echtpaar Goebbels na komen de assistenten van Hitler er redelijk positief van af. Zij willen na zijn dood moedig doorvechten voor Duitsland, hoewel zij op het moment van aanvallen gered worden door de gong van de regisseur: het bericht van de totale capitulatie.

Het spel van Bruno Ganz vergoedt veel in deze film. De karakterstudies van Eva Braun (Juliane Köhler) en Magda Goebbels (Corinna Harfouch), die haar eigen kinderen ombrengt, zijn even macaber als indrukwekkend. De keuze voor Traudl Junge als Duitse hoop voor de toekomst is daarentegen riskant.

Jan-Kees Verschuure