Goodfellas (1990)

Recensie Goodfellas CinemagazineRegie: Martin Scorsese | 145 minuten | biografie, misdaad, drama, thriller | Acteurs: Robert De Niro, Ray Liotta, Joe Pesci, Lorraine Bracco, Paul Sorvino, Chuck Low, Frank DiLeo, Frank Sivero, Tony Darrow, Mike Starr, Frank Vincent, Frank Adonis, Catherine Scorsese, Suzanne Shepherd, Gina Mastrogiacomo

Elke film over de maffia krijgt met de slagschaduw van het Godfather-epos te maken, ook een film met een ijzersterk script als ‘Goodfellas’, dat de trilogie zelfs naar de kroon steekt in gedetailleerdheid.

Terwijl Francis Ford Coppola meestal een kijkje in de keuken van het management geeft, kiest Scorsese zoals gewoonlijk voor de werkvloer van de maffia-organisatie. Minder drama, meer straat; minder god, meer maatjes. Twee zienswijzen die leiden tot verschillende films die mooi naast elkaar kunnen bestaan, ware het niet dat ze qua acteurs uit dezelfde ruif eten. De twee regisseurs kunnen dan ook maar beter niet gelijktijdig met de maffia aan de slag gaan, en dat was in 1990 helaas wel het geval.

Ray Liotta is geen sterke lead. Hij beweegt als een Bambi tussen de olifanten en lijkt zelfs oprecht bang te zijn voor de ware giganten van de film, Robert De Niro, Joe Pesci en Paul Sorvino. Inderdaad is Henry Hill een karakterloze meeloper die het vuile werk door anderen laat opknappen, maar Liotta overtuigt je er niet van dat die Hill daar ook sluw en immoreel genoeg voor zou zijn. Dat laatste kan De Niro als weinig anderen, en hij is helemaal in zijn element als het instinctieve roofdier Jimmy, het anker van deze film. Ondersteund door Pesci, die als een psychotisch geworden George Costanza (“Seinfeld”) in het rond schiet en de majesteitelijke Sorvino draagt hij ‘Goodfellas’. Liotta krijgt af en toe een schouderklopje van de big guys, maar verder dan stagiair komt hij niet, wat in de rest van zijn carrière ook zou blijken.

Het zou rampzalig geweest zijn voor menige film, maar ‘Goodfellas’ gaat over een groep mensen – een subcultuur – en niet over één persoon. Zand erover dus? Het moet maar. Scorsese ontleedt in deze film minutieus de volwassenwording van drie partners-in-crime, met het verlies van de onschuld als kerngegeven. Henry is gewillig en loyaal, Tommy maakt ze af en Jimmy trekt ongemerkt maar o zo gewiekst aan de touwtjes. De vrouwen horen thuis te zitten en te zwijgen, maar bepalen wel het slagen van manlief bij de mob. Van Jimmy’s vrouw krijgen we nauwelijks wat mee; hij is dan ook een succes. Tommy kan er geen vinden en compenseert dat met buitensporig geweld: de nagel aan zijn doodskist. Henry’s vrouw komt in opstand tegen het overspel van haar man – dat krijg je met die niet-Italianen – maar verkiest het luxe leventje uiteindelijk boven een eerlijk bestaan, net als haar ontsporende echtgenoot. Een moeilijke rol voor Lorraine Bracco, die zich daar goed van kwijt, zij het dat Liotta’s emotieloze vertolking haar af en toe tot overacteren drijft.

Echte emoties zijn schaars in ‘Goodfellas’, dat een scharnierpunt is tussen de traditionele geweldsfilm en de nouvelle violence. Scorsese toont enkele geweldsscènes op het randje van Tarantino-verheerlijking, maar de emmer loopt net niet over. Daardoor kun je toch meevoelen met Jimmy als hij hoort dat zijn beste vriend is vermoord. Hier doet de kracht van het koppel Scorsese-De Niro zich gelden. De snikkende Jimmy balt alle emoties uit een hard leven in één scène samen.

Je vraagt je alleen af wat voor een film een goed gecaste Henry Hill had opgeleverd. Sean Penn misschien? Dat is meer een Jimmy. Andy Garcia? Die was al bezet: door Coppola, voor ‘The Godfather III’.

Jan-Kees Verschuure

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 2 november 1990
Re-release: 6 juli 2017 (door EYE Filmmuseum in het kader van Martin Scorsese – The Exhibition)