I Only Rest in the Storm – O Riso e a Faca (2025)

Recensie I Only Rest in the Storm CinemagazineRegie: Pedro Pinho | 217 minuten | drama | Acteurs: Sérgio Coragem, Cleo Diára, Jonathan Guilherme, Jorge Biague, Binta Rosadore, Nástio Mosquito, Giovanni Maucieri, Marçalina Djibril, Roxana Ionesco, Marinho De Pinha

‘I Only Rest in the Storm’ (2025) van Pedro Pinho, met een speelduur van 217 minuten, dwingt de kijker dezelfde ambiguïteit te verdragen als de protagonist; tijd wordt geen comfort, maar ethische frictie. Wie blijft kijken, blijft niet ongeschonden achter.

Ergens in West-Afrika volgen we Sergio, een jonge Portugese man die voor een ngo onderzoek doet naar de aanleg van een weg en de ecologische en sociale impact daarvan. Hij rijdt door een landschap van woestijn, asfalt, wind en hitte — monotoon tot aan de horizon, een ruimte waarin de mens nietig wordt en gemakkelijk kan verdwijnen. De opening roept onmiddellijk associaties op met ‘The Passenger’ van Michelangelo Antonioni: opnieuw een man uit het Westen die zich door een vreemd landschap beweegt, functioneel aanwezig maar existentieel losgeraakt. Waar Antonioni een laatkoloniale overgangsfase observeerde, radicaliseert Pinho dit perspectief. De Westerse aanwezigheid is hier niet impliciet dominant, maar structureel problematisch.

In ‘I Only Rest in the Storm’ staat voor Sergio niet zozeer zijn individuele moraal op het spel, maar zijn positie binnen een systeem dat hij nooit volledig kan bevragen zonder er zelf onderdeel van te blijven. In Guinee-Bissau leven mensen van het land, van wat de omgeving direct biedt. De vooruitgang die Europese ngo’s beloven, vertrekt vanuit een kapitalistische logica die haaks staat op dat bestaan: vooruitgang betekent geld, geld vereist werk, werk is schaars of afwezig. Wie kan studeren en tijd heeft om na te denken over abstracte begrippen als ‘ontwikkeling’ en ‘duurzaamheid’, bepaalt de regels. Die regels worden opgelegd aan mensen die geen toegang hebben tot die denkruimte — niet uit domheid, maar uit noodzaak.

Die ongelijkheid krijgt in de film een bijna achteloze, maar verpletterende verbeelding in een scène waarin wordt gegrapt over het redden van een geit die anders geslacht zou worden. Kiezen we de witte of de zwarte, de goedkope of de dure? Het gesprek ontspoort speels, maar legt genadeloos bloot hoe leven, waarde en nut voortdurend tegen elkaar worden afgewogen. Niet uit wreedheid, maar uit overleving. Het is precies in dat spanningsveld dat Sergio zich bevindt.

Wanneer zijn auto het begeeft en hij noodgedwongen afhankelijk wordt van de lokale bevolking, verschuift de film subtiel van fictie naar iets dat bijna etnografisch aanvoelt. Sergio moet zijn hotelkamer afstaan aan locals die er luidruchtig feest vieren; wanneer hij verhaal gaat halen, ontmoet hij Diára, een jonge zwarte vrouw die wordt opgejaagd door schulden en een bar runt waar queer en gender-nonconforme vrienden samenkomen. De vanzelfsprekende aanwezigheid van deze gemeenschap — door Pinho nadrukkelijk niet uitgelegd — werkt als een spiegel. Het ongemak zit niet in Guinee-Bissau, maar in de verwachtingen van de kijker, gevormd door een conservatieve beeldvorming van West-Afrika in cinema.

Vanaf dat moment vervaagt de scheidingslijn tussen werk en privé, tussen observeren en deelnemen. Sergio beweegt zich onder de lokale bevolking, raakt betrokken bij manieren van leven en samen zijn die buiten zijn referentiekader vallen. Pinho gebruikt zijn acteur niet als gids, maar als doorgeefluik: iemand die vragen stelt, luistert, struikelt. De film verrijkt zich door echte ontmoetingen binnen een fictief kader, waardoor we niet alleen zien hoe mensen leven, maar tijdelijk deelgenoot worden van hun wereld.

Het knappe is dat Pinho zijn hoofdpersonage — gespeeld door Sérgio Coragem — niet neerzet als moreel kompas. Sergio draagt een kwetsbaarheid die aanstekelijk werkt. Ondanks zijn witte huid en Europese afkomst, privileges die elders vanzelfsprekend functioneren, is hij hier altijd de buitenstaander. Hij ervaart wat het betekent om ‘de ander’ te zijn: degene die de regels niet volledig begrijpt, die water aanbiedt waar dat niet mag, die wordt gecorrigeerd door zijn eigen landgenoten — andere Portugezen die de lokale bevolking reduceren tot uitvoerders, lager op de sociale ladder. Juist in die frictie met zijn eigen wereld wordt voelbaar waar de spanning zich ophoopt.

Zelfs in intimiteit — in vriendschap en liefde, zoals in zijn relatie met Guy, een Braziliaanse man die hier leeft en deel uitmaakt van de lokale gemeenschap — opent zich voor Sergio een zeldzame eerlijkheid. Niet omdat hij hier eindelijk thuishoort, maar omdat iemand hem zonder agenda tegemoet treedt. Toch verandert die nabijheid niets aan zijn positie: hoezeer hij ook probeert te begrijpen en deel te worden van deze wereld, hij blijft er tijdelijk, nooit een vast onderdeel. Dat onvermogen om werkelijk te landen, om ooit meer te zijn dan een passant in andermans werkelijkheid, vormt de morele kern van de film.

‘I Only Rest in the Storm’ (originele titel: ‘O Riso e a Faca’) vraagt veel van zijn kijker. De lengte is uitdagend, soms vermoeiend, maar nooit gratuit. Dit is geen film die je consumeert; het is een ervaring die langzaam onder je huid kruipt. Pinho weigert de geruststellende helderheid van conclusies en laat ons achter in dezelfde staat als zijn protagonist — een man die zich vrij beweegt in werk, vriendschap en verlangen: betrokken, verward en medeplichtig. Het is een film die niet pretendeert de wereld te begrijpen, maar laat voelen hoe het is om er altijd net naast te staan — en juist daarin schuilt zijn zeldzame eerlijkheid.

Martijn Smits

Waardering: 4