Meer dan babi pangang (2025)

Recensie Meer dan babi pangang CinemagazineRegie: Julie Ng | 71 minuten | documentaire

Filmmaakster Julie Ng is het kind van Chinese restauranthouders. Haar vader kwam in de jaren 70 naar Nederland om de uitzichtloze situatie in Hong Kong waarin hij verkeerde (geen geld, geen eten, geen ouders meer) te ontsnappen. Hij begon hier een nieuw leven, aanvankelijk als medewerker in een Chinees-Indisch restaurant en later als eigenaar. Dit was allemaal in een tijd dat ‘uit eten gaan’ vaak een maaltijd bij ‘de Chinees’ was, of dat vader op zondagavond een pan Bami ging halen bij ‘de afhaal-Chinees’ wat vervolgens met het bord op schoot voor de tv werd genuttigd.

‘Meer dan babi pangang’ is aanvankelijk gestart om een antwoord te vinden op de vraag waar babi pangang eigenlijk vandaan komt. Al zoekende en pratende is Julie Ng tot de ontdekking gekomen dat babi pangang meer is dan een gerecht. Het is een metafoor voor een cultuur die een mengsel is van de Chinese, de Indische en vooral ook van de Nederlandse. Zo startte haar zoektocht, met behulp van crowdfunding en tal van sponsoren, naar de vraag hoe dat culturele mengsel er nu eigenlijk uitziet, hoe het tot stand is gekomen, en uiteindelijk ook de vraag wie Julie Ng zelf is en waar zij vandaan komt.

In die zin wordt de kijker in ‘Meer dan babi pangang’ heen en weer geslingerd tussen enerzijds zeer herkenbare herinneringen aan ‘de Chinees’ en zijn plaats in de Nederlandse steden en dorpen. Anderzijds wordt het publiek deelgenoot van tal van soms zeer aangrijpende emoties van de vader van Ng, van haarzelf en van de relatie tussen die twee. Haar keihard werkende ouders lieten de kinderen slapen ónder het afhaalloket omdat er niemand was om op ze te passen. Voor Ng was het Chinees-Indische restaurant de vissenkom waarin ze leefde en is deze documentaire voor haar een verkenning van het water dat haar al die tijd heeft omgeven.

Daarmee is ‘Meer dan babi pangang’ een absolute fascinerende documentaire, dankzij goed onderzoek en met bijzondere ‘deskundigen’ die allemaal wel iets interessants te melden hebben. Dat varieert van toenmalig Fries gedeputeerde Sietske Poepjes, die verklaart dat het Chinees-Indische restaurant onderdeel is van de cultuur van het Friese platteland, tot de producent van de bakolie die zonder uitzondering in alle Chinees-Indische restaurants wordt gebruikt. Zo licht Ng niet alleen een tipje van de sluier op, maar een flink deel ervan zodat wij in de coulissen kunnen meekijken, en kunnen meedenken en meebeleven wat de cultuur van deze Hong Kong Chinezen ons heeft gebracht, en dat is heel wat.

Haar vader nadert zijn pensioen en wil de zaak graag verkopen, maar dat lukt hem niet, zodat hij appartementen laat bouwen in wat eens zijn mooie restaurant was. Dat is tekenend voor de neergang van het traditionele Chinees-Indische restaurant. Er zijn er steeds minder van. Voor Ng is de conclusie ‘… wanneer een Chinees-Indisch restaurant sluit, verdwijnt er voor de klanten meer dan alleen het eten.’ Anderzijds, en tussen de regels door blijkt dat ook uit de documentaire, verrijst uit de as van de traditionele restaurants een nieuw soort restaurant. Een type restaurant dat de traditionele Chinese keuken naar een hoger plan tilt, en daarmee de ambitie heeft om een culinaire prestatie te leveren.

‘Meer dan babi pangang’ vermengt nieuwe beelden met heel veel interessante archiefbeelden. Het lijdt weinig twijfel dat serieus onderzoek ten grondslag ligt aan de documentaire. Daaruit blijkt ook dat er heel veel institutioneel racisme plaats heeft gevonden, en nog plaatsvindt, ten opzichte van deze Chinese Hollanders. Zo legt Ng de vinger haarscherp op deze zere plek. In die zin heeft de documentaire voor Ng ongetwijfeld ook een emanciperende, bevrijdende, werking gehad. Ze heeft meer zelfrespect gekregen en is erin geslaagd de onterechte schaamte voor haar eigen milieu af te werpen.

Tenslotte geeft ‘Meer dan babi pangang’ inzicht in een stukje geschiedenis over de komst van de Aziatische immigranten naar Nederland vanaf het begin van de 20e eeuw. Ook daaruit blijkt dat onze sociaal-economische geschiedenis op sommige momenten behoorlijk beïnvloed is door deze mensen.
De vrees door Ng uitgesproken dat haar herinneringen nergens meer thuis zijn met het verdwijnen van dit cultuurgoed lijkt bewaarheid te worden. Ze neemt ons mee naar het openluchtmuseum waar ook een ‘Chinees’ restaurant is herbouwd…

Deze documentaire was al te zien op het Nederlands Filmfestival van 2025 en is een absolute must-see voor iedereen die geïnteresseerd is in geschiedenis en cultuur. Ondanks een paar kleine tekortkomingen (soms is het geluid niet helder, de montage is af en toe warrig) heeft Ng van haar eerste productie een fantastisch resultaat gemaakt dat het verdient om te worden gezien.

Ton IJlstra

Waardering: 4

Speciale vertoning: Nederlands Film Festival 2025
Bioscooprelease: 19 februari 2026