Standard Operating Procedure (2008)

Regie: Errol Morris | 118 minuten | oorlog, misdaad, documentaire | Met: Christopher Bradley, Sarah Denning, Joshua Feinman, Jeff L. Green, Merry Grissom, Roy Halo, Cyrus King, Daniel Novy, Zhubin Rahbar, Shaun Russell, Combiz Shams, Robert Dill    

Het is misschien wel een van de meest bekende foto’s uit de Amerikaanse war on terror: een Irakese man, staand op een doos met een grote juten zak over zijn hoofd en het bovenste gedeelte van zijn lichaam. Aan zijn vingers zijn elektroden bevestigd. Als hij zijn evenwicht verliest, krijgt hij elektrische shocks. De foto werd eind 2003 of begin 2004 gemaakt in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis, door Sabrina Harman, een van de soldaten daar aanwezig. Hun slachtoffer noemden ze ‘Gilligan’. Hij staat symbool voor de onmenselijke manier waarop de Amerikanen met de gevangenen in Abu Ghraib om zijn gegaan. Dankzij de foto’s – die de hele wereld over zijn gegaan – zijn de wantoestanden aan het licht gekomen. Documentairemaker Errol Morris neemt de honderden foto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis als uitgangspunt voor zijn film ‘Standard Operating Procedure (SOP)’ uit 2008, een opmerkelijk en schokkend relaas dat een aardig beeld geeft van de gebeurtenissen maar de vinger jammer genoeg nooit op de zere plek weet te leggen.

Morris bouwt zijn film op aan de hand van interviews met direct betrokkenen, zorgvuldig gereconstrueerde maar ingewikkelde tijdlijnen en nagespeelde scènes. Hij gaat terug in de tijd om de situatie stukje bij beetje na te bootsen, daarbij zoekend naar antwoorden op vragen als: wat zien we, waarom doen de soldaten wat ze doen en waarom zijn er foto’s van gemaakt? Een groot aantal van de Amerikaanse soldaten die we in deze foto’s zien, komt aan het woord. Lynndie England bijvoorbeeld, de piepkleine, jonge vrouw die we kennen van een andere beruchte foto, waarop te zien is hoe ze een Irakese gevangene aan een hondenlijn ‘uitlaat’. “”Je kunt zien dat de lijn slap hangt, ik trek er verder niet aan. Dit is puur voor de foto gedaan””, probeert ze zich te verontschuldigen. De amper twintigjarige England was tot over haar oren verliefd op haar meerdere, sergeant Charles Graner – de man die haar aanzette tot deze acties, onder het mom van ‘dan heb je een leuke herinnering voor thuis’. Graner werd achteraf het zwaarst gestraft voor de gebeurtenissen in Abu Ghraib en moest tien jaar de bak in. Hij kreeg geen toestemming om mee te werken aan de film.

Uit de documentaire van Morris blijkt dat degenen die de daadwerkelijke martelingen uitvoerden – ondervragingsspecialisten van de militaire tak van de CIA – buiten schot bleven. Sterker nog; niemand in een rang hoger dan sergeant-majoor werd ter verantwoording geroepen. Terwijl de soldaten die wél moesten boeten voor de wantoestanden slechts de orders van hogerhand uitvoerden. De enige die haar relaas durfde te vertellen aan de Morris was brigadier-generaal Janis Karpinski, die het gezag voerde over Abu Ghraib, maar ook zij wijst een beschuldigende vinger naar een ander, namelijk opperbevelhebber generaal Geoffrey D. Miller. Waarmee meteen de gemiste kans van Morris wordt blootgelegd. Wat namelijk veel interessanter is dan de herkomst van de foto’s is de schuldvraag. Wie is hier nou daadwerkelijk verantwoordelijk voor? Van de soldaten krijgen we vooral erg brave antwoorden als ‘het waren nu eenmaal de orders, we durfden er niet tegenin te gaan’ en ‘het daadwerkelijke leed was al geschied toen wij in beeld kwamen, wij waren slechts de bewakers van de gevangenen’. Tussen al die slappe excuses door zijn de pragmatische observaties van civilian interrogator Tim Dugan – de enige die af en toe heerlijk recht voor zijn raap is – verfrissend.

Zoals we weten uit Morris’ eerdere werk – waaronder de ijzersterke onderzoeksdocumentaire ‘The Thin Blue Line’ uit 1988 – houdt hij van het invoegen van cinematografische hoogstandjes in zijn films. Op zich is daar niets mis mee, zolang die visuele snufjes maar niet de aandacht van het onderwerp afleiden. In ‘Standard Operating Procedure’ is dat jammer genoeg meestal wel het geval. Soldaat Sabrina Harman leest in haar naar het thuisfront geschreven brieven over een ontplofte helicopter en prompt toont Morris ons de reconstructie. De martelscènes die in een studio in Los Angeles worden nagespeeld zijn nog tot daar aan toe, maar dan had Morris de effecten (waaronder een angstaanjagend blaffende hond) best weg mogen laten. Hij is te veel bezig zijn kijkers te manipuleren, terwijl dat nergens voor nodig is aangezien de foto’s en de verklaringen van de betrokkenen al schokkend genoeg zijn. Ook de op zich prachtige muziek van Danny Elfman wordt op dezelfde, naar effectbejag riekende manier toegepast. De mooie melodieën hadden een Tim Burton-film prachtig aan kunnen kleden, maar hier zijn ze volkomen misplaatst. Het is alsof Morris een entertainende film wilde maken, terwijl we hier letterlijk spreken van een kwestie van leven of dood.

‘Standard Operating Procedure’ is bij lange na niet de beste film van Errol Morris. De filmmaker overspeelt zijn hand met een film die vlees noch vis is. Op zich vormen de in de Abu Ghraib-gevangenis gemaakte foto’s een boeiend uitgangspunt voor een documentaire. Maar Morris blijft met zijn matte onderzoeksvragen te veel aan de oppervlakte. Wat de mensen echt willen weten is wie nou daadwerkelijk de verantwoordelijkheid draagt voor die wantoestanden. Het is al frustrerend genoeg dat we daar geen antwoord op krijgen, maar het feit dat Morris zijn weinig diepgravende film ook nog aankleedt met overbodige visuele effecten en een misplaatste soundtrack, geeft je helemaal het idee dat hij zelf ook niet helemaal wist wat hij ermee aanmoest. Terwijl er zoveel méér in had gezeten… Typisch gevalletje gemiste kans!

Patricia Smagge