The Klansman (1974)

Regie: Terence Young | 112 minuten | actie, drama, thriller | Acteurs: Lee Marvin, Richard Burton, Cameron Mitchell, O.J. Simpson, Lola Falan, David Huddleston, Luciana Paluzzi, Linda Evans, Ed Call, John Alderson, John Pearce, David Ladd, Vic Perrin, Spence Wil-Dee, Wendell Wellman, Hoke Howell, Virgil Frye, Robert Porter, Lee de Broux, Charlie Briggs, Morgan Upton, Eve Christopher, Susan Brown, Gary L. Catus, Jeannie Bell, Jo Ann Cowell, Scott Edmund Lane, Bert Williams, Larry Williams

‘The Klansman’ is een bijzondere, maar geen goede film. Bijzonder omdat het onomwonden verhaalt over het keiharde milieu waarin zwarten leven in het zuiden van de Verenigde Staten én omdat er een behoorlijke cast is met een aantal opvallende rollen. Bovenstaande kan echter niet verhullen dat de regie soms belabberd is, het verhaal alle kanten opschiet en het acteren ook niet overhoudt.

‘Klansman’ is wèl een goed voorbeeld van het tijdsbeeld waarin de film verscheen. De Verenigde Staten waren in de jaren vijftig en zestig opgeschrikt door talloze gebeurtenissen waarbij blank en zwart recht tegenover elkaar kwamen te staan. De zwarte bevolking eiste gelijke rechten en de blanke meerderheid verzette zich hevig. ‘Klansman’ toont aan dat het voor de zwarten in het zuiden van Amerika aanmerkelijk slechter leven was dan in het noorden. In het stadje Atoka County maken de blanken de dienst uit en de Ku Klux Klan heeft er vele aanhangers.

De film toont talloze raciale misstanden (verkrachting, lynchen), maar veroordeelt ze niet: regisseur Terence Young maakt van Atoka County een uitgesproken racistische samenleving. Op een bijeenkomst van de Klan vertelt de Grand Wizard bijvoorbeeld dat de leden niet te veel rotzooi moeten schoppen: moord gaat te ver, maar een lynchpartij op zijn tijd is geen probleem. Deze cynische toon keert vaak terug in de film. Zwarten worden uitgemaakt voor vuil en men behandelt hen alsof het eigendom betreft. De slavernij mag dan officieel afgeschaft zijn door president Lincoln, maar inofficieel nog lang niet. Het begin van de film toont meteen een groep blanken dat een zwart stelletje lastig valt. Politieagent Lee Marvin verhindert erger, maar al te overtuigend is zijn optreden niet: hij moet ingrijpen volgens de wet.

Marvin (‘Point Blank’) is sterk als de plaatselijke sherrif, die schoorvoetend de raciale brandjes blust. De vraag in de film is of hij nu wel of niet sympathiseert met de Klan. Het antwoord volgt aan het einde. Richard Burton (‘Who’s Afraid of Virginia Woolf?’), als progressieveling die de KKK openlijk bekritiseert, laat soms iets zien van zijn grote klasse, maar sprankelen doet het niet. Opvallende rollen zijn er weggelegd voor Linda Evans en O.J. Simpson (‘The Naked Gun’). Laatstgenoemde speelt een opvallende rol als zwarte revolutionair, die niets ziet in vreedzaam protest maar zijn wapen laat spreken. Bovendien is hij waarschijnlijk de eerste zwarte die op een gegeven moment het witte gewaad van de Klan aantrekt! Linda ‘Dynasty’ Evans, ook toen al met sexy schorre stem, is te zien in een aardige rol als ‘afvallige vrouw’ die ooit iets met een zwarte man heeft gehad: een doodzonde in Atoka County.

Regiseur Terence Young (‘Dr. No’) maakt er een zooitje van. Overduidelijk is dat het eindresultaat van de film het gevolg is van heel veel knip- en plakwerk. Paramount veranderde het script omdat het in eerste instantie te gewaagd was en wijzigde de rol van Marvin, die hier natuurlijk niet blij mee was. Al te veel energie heeft Young er niet ingelegd, zo lijkt het. Vele shots zijn amateuristisch gefilmd, een hoop mensen valt op door niet te kunnen acteren en de montage is helemaal een giller. Het lijkt wel of men met een hakbijl heeft zitten knippen! De algehele kwaliteit van het filmmateriaal is beneden peil. Gelukkig is er nog de filmmuziek van de Staple Singers, maar alle soul van de wereld is niet genoeg om deze film te redden.

Robbert Bitter