Frankenstein Must Be Destroyed (1969)

Regie: Terence Fisher | 100 minuten | drama, science fiction, horror | Acteurs: Peter Cushing, Veronica Carlson, Freddie Jones, Simon Ward, Thorley Walters, Maxine Audley, George Pravda, Geoffrey Bayldon, Colette O’Neil, Frank Middlemass, George Belbin, Norman Shelley, Michael Gover, Peter Copley, Jim Collier, Allan Surtees, Windsor Davies, Harold Goodwin

Deze film uit 1969 is de vijfde in een serie van Frankensteinfilms van de Hammer House of Horror studio’s. In het voorgaande ‘Frankenstein Created Woman’ vervulde de geleerde een bijrol en was hij voornamelijk vervuld van goede bedoelingen. In deze ‘Frankenstein Must Be Destroyed’ vervult hij echter weer de hoofrol en blijken zijn plannen ook niet van zo’n nobele aard meer te zijn.

En dat komt de kwaliteit van deze film ten goede. Regisseur Fisher laat weinig tijd verloren gaan en gaat direct van start met een paar scènes waarin de nodige gruweldaden en gewelddadigheden voorbij komen. Van dat punt af staat het verdere verhaal in het teken van Frankenstein’s pogingen om zijn vroegere mislukte experimenten opnieuw leven in te blazen. Waarbij snel duidelijk wordt dat voor deze film Hammer weer teruggrijpt naar het karakter van Frankenstein zoals dat in de eerste twee films van de Hammer-Frankensteinserie voorkwam. En dat betekent een welkom weerzien – voor de Hammerfan is een boosaardige Frankenstein pas je ware Frankenstein! – met de kwaadaardige en getikte geleerde, want zijn gewetenloze handelingen brengen volop duistere ontwikkelingen met zich mee. De arrogante en doorgeslagen Frankenstein beledigt en manipuleert anderen, steelt, liegt en bedriegt, verkracht zijn hospita, chanteert haar en haar verloofde, gaat over tot ontvoering, voert illegaal operaties uit, mishandelt deze en gene en pleegt ook moorden, alles uiteraard zonder enige aarzeling of gewetenswroeging. Weinig lovenswaardige handelingen allemaal, maar het zijn opnieuw wel zijn boosaardige handelingen die voor de horrorfan weer op gewenste en effectieve wijze voor de nodige huiver en afkeer zorgen.

Temeer daar de uitvoering van zijn plannen ten koste gaat van diverse personages waar de kijker de nodige sympathie voor zal voelen. Allereerst Frankenstein’s hospita Anna en haar verloofde Karl die noodgedwongen aan zijn experimenten meewerken. Maar vooral ook door het doelwit van Frankenstein’s experimenten. Geen uit lijken samengesteld schepsel of ‘monster’ deze keer, maar een vroegere krankzinnig geworden collega die hij wil opereren om diens kennis te verkrijgen. Een wellicht niet bijster tot de verbeelding sprekend gegeven, want een deel van de ontwikkelingen die er het gevolg van zijn komen ook in Hammer’s ‘Revenge of Frankenstein’ voor: een hersentransplantatie, chirurgisch geëxperimenteer in diverse muffige kelders en het geopereerde slachtoffer dat een soort identiteitscrisis doormaakt. Maar regisseur Fisher weet desondanks het verhaal spannend te houden. Frankenstein’s snode plannen betekenen allereerst een geslaagd weerzien met de chirurgische experimenten die in ‘Frankenstein Created Woman’ ondergesneeuwd raakten. En hoewel de operaties die hij uitvoert niet bijster bloederig zijn, spreken ze binnen de semi-wetenschappelijke toonzetting als vanouds weer op geslaagde wijze tot de verbeelding.

Ook andere geslaagde taferelen passeren de revue wanneer Frankenstein’s de nodige wandaden moet uitvoeren om zijn plannen te kunnen voltooien. Hoewel er ook hierbij vrij weinig bloedvergieten in beeld komt zijn er, naast Frankenstein’s al eerder genoemde misdaden, de nodige schrikmomenten, confrontaties, gewelddadigheden en achtervolgingen het gevolg van. Dit in scènes met een herhaaldelijk geslaagde spanningsopbouw en effectieve ondersteunende muziek en tegen de achtergrond van opnieuw met oog voor detail weergegeven kleurrijke gotische en Victoriaanse decors waarbinnen het typische Hammersfeertje eens te meer overduidelijk aanwezig is. En hoewel in het middenstuk van het verhaal het een en ander zich wat traag afspeelt weet Fisher ook hier de spanning vast te houden. Niet alleen door de bij tijd en wijle sadistische kat en muis spelletjes die Frankenstein met Karl en Anna speelt, maar ook doordat Frankenstein wordt herkend, zijn ware bedoelingen onthuld dreigen te worden en door zijn pogingen dit te voorkomen.

Geslaagde acteerprestaties hierbij weer van de diverse betrokkenen. Peter Cushing is beter dan ooit in vorm en weet Victor Frankenstein als een weerzinwekkender personage dan ooit tevoren neer te zetten. Ook geslaagde optredens van Simon Ward en Victoria Carlson als het door Frankenstein geplaagd stel dat steeds dieper in wanhoop wegzinkt. Vooral echter ook een glansrol van Freddie Jones die de meeste sympathie en medeleven zal oproepen als Frankenstein’s getransplanteerde collega Dr. Brandt. Dit in een optreden waarin veel aandacht aan zijn zieleroerselen wordt besteed, waarin Jones dit opmerkelijk geslaagd weet weer te geven, en dat doet betreuren dat zijn personage niet wat meer schermtijd krijgt toebedeeld.

Traditiegetrouw komen er ook de nodige minpuntjes en onduidelijkheden in het verhaal voor. Het min of meer als komisch optreden van het politieduo zorgt weliswaar voor een herhaaldelijke komische noot, maar strookt niet met de algehele toonzetting van deze film. Jammer ook dat dit duo opeens spoorloos uit het verhaal verdwijnt, want ze hadden het nodige kunnen toevoegen aan de scènes waar Frankensteins experimenten aan het licht dreigen te komen en hij op de loop voor het gerecht moet gaan. Waarom heeft Dr. Brandt opeens geen last meer van de steekwond die hem door Anna in zijn maag is toegebracht? En waarom gaat Frankenstein in de openingsscène zo onvoorzichtig te werk met het maken van zijn slachtoffer? Ook het slot van de film komt wellicht wat gehaast en onwaarschijnlijk over, hoewel het wel als een passend slot ervaren zal worden. En ondanks de minpuntjes heeft regisseur Fisher daarmee met deze ‘Frankenstein Must Be Destroyed’ weer een geslaagd deel in de Hammer-Frankensteinserie afgeleverd. Ook een film die de kwaliteit van de eerste twee films van deze serie weet te evenaren en daarom voor de horrorfan, en zeker voor de Frankensteinliefhebbers, als verplichte kost aangemerkt kan worden.

Frans Buitendijk