Bodyguard Shura – Bodigaado Kiba: Shura no mokushiroku (1994)

Regie: Takashi Miike | 64 minuten | actie, avontuur | Acteurs: Takeshi Yamato, Takanori Kikuchi, Noriko Arai, Megumi Sakuta, Jai Kao, Liu Hon, Hisao Maki

‘Bodyguard Kiba’, Takashi Miike’s low budget knokfilm uit 1993, was niet geheel onverdienstelijk, maar toch niet bepaald iets om over naar huis te schrijven. Niet een film die nu direct schreeuwt om een vervolg. Voor iedereen die geen genoeg kon krijgen van Kiba’s emotieloze hoofd en zijn matig in beeld gebrachte karatetrappen is er echter toch een volgend deel verschenen, genaamd ‘Bodyguard Shura’. Echter, zelfs de fans van ‘Kiba’ zullen moeten constateren dat opvolger Shura een droevige aangelegenheid is geworden.

Net wanneer Kiba lekker op het strand ligt te genieten van zijn cocktail met parapluutje wordt hij door zijn dojo gevraagd om weer een missie te ondernemen. Het begint allemaal veel op iets als James Bond te lijken, maar gelukkig dat de Kiba-filmserie niet zo’n lang leven was beschoren. De vertrouwde elementen zijn in ieder geval ook hier weer present, echter allen saaier en onlogischer dan voorheen. De vrouw die hij moet beschermen praat nauwelijks en heeft slechts als verhaal dat ze met haar man verenigd moet worden in Taipei. De vechtscènes zijn dit keer nog saaier, en lijken nog meer uit de lucht te komen vallen dan in ‘Kiba’. Wat ook de focus onnodig versplinterd is de inmenging van een tweede karateka van de Daite school waar Kiba vandaan komt. Deze vechter moet uit de jungle van Manila gehaald worden om Kiba te hulp te schieten, en moet een essentieel gevecht aangaan in Kiba’s plaats omdat deze geblesseerd is geraakt. Net nu we een beetje gewend zijn aan Kiba en ons al hadden voorbereid op de grote confrontatie in de film, komt er een subpersonage langs, een soort Japanse Bruce Lee. Niet dat Kiba zoveel meer van het doek afspettert, maar het maakt toch een beetje een rommeltje van de film.

Daarnaast zijn het verhaal en de gebeurtenissen in de film gewoon vrij saai. Kiba loopt wat in de rondte met de vrouw die hij moet beschermen en slaat af en toe wat mensen van zich af. Wel aardig is de scène waarin Kiba een groepje moordenaars overmeestert wanneer hij in zijn kamer op bed ligt, zogenaamd in slaap. Er is ook een scène die deze spiegelt, maar waarin de vijanden pistolen in plaats van machetes hebben. Erg grappig is nu de wijze waarop vonken zijn verbeeld, namelijk door middel van goedkope, optische effecten. Ook zien we zelfs een vonk verschijnen wanneer een kogel de knie van Kiba raakt. Eigenaardig.

Ook vreemd is de manier waarop er toch nog even een portie naakt in de film wordt gewerkt, namelijk door een oud, Chinees mannetje te laten dansen met twee gogo danseressen in een club. Surreëel. De vechtscènes zijn soms wel de moeite waard, en de dialogen zijn af en toe lekker campy. Ook is de kunstmatig verouderde terugblik op een gevecht tussen twee karatemeesters best interessant. Maar het is behoorlijk schrapen geblazen om nog wat gedenkwaardige momenten bij elkaar te verzamelen. Nee, dit is zeker niet één van Miike’s hoogtepunten geweest in zijn carrière.

Bart Rietvink