Holy Lola (2005)

Regie: Bertrand Tavernier | 124 minuten | drama | Acteurs: Jacques Gamblin, Isabelle Carré, Bruno Putzulu, Lara Guirao, Frédéric Pierrot, Maria Pitarresi, Jean-Yves Roan, Anne-Marie Philipe, Severine Caneele, Gilles Gaston-Dreyfus, Neary Kol, Rithy Panh

‘Holy Lola’, een als educatieve of waarschuwingsfilm op te vatten productie van regisseur Bertrand Tavernier heeft door zijn onderwerpskeuze een tamelijk hoog “ware woensdagavondfilm”-gehalte. Het gaat hier om het inherente tranentrekkende verhaal van een Frans stel dat in Cambodja een kind wil adopteren, maar dat daar tegen allerlei obstakels aanloopt, wat de toeschouwer in spanning houdt, wachtende en hopende op het moment dat Pierre en zijn onvruchtbare Géraldine hun “heilige” Lola eindelijk in de armen kunnen sluiten en mee naar huis kunnen nemen.

Gelukkig is de film praktisch gespeend van melodrama en zorgen ook het goede acteerwerk en mooie camerawerk ervoor dat het niveau van zo’n typisch zakdoekenverhaal overstegen wordt. Dat betekent echter niet meteen dat er geen zwakke punten te ontdekken zijn.

Het grootste probleem van de film is dat de eindeloze bureaucratie waar het tweetal tegenaan loopt de kijker net zozeer gaat vervelen en frustreren als de hoofdpersonen zelf. Als dit het gevoel is dat overgebracht moet worden, is de film geslaagd. Het zorgt echter niet voor een aangename kijkervaring vanwege de eenzijdigheid en het lange wachten.

De film wijst de kijker op de afkeurenswaardige wijze waarop handel wordt gedreven in kinderen en de manier waarop iedereen hier wel een slaatje uit probeert te slaan. Dat de contactpersonen soms zelfs bijna de kinderen uit de armen van de (Cambodjaanse) moeders proberen te trekken voor eigen gewin. En hoezeer onze hoofdpersonages ook een kind willen, deze praktijken zorgen gelukkig wel degelijk voor morele twijfel en fricties in de relatie. Deze momenten behoren tot de interessantste van de film. Ook waardevol is het om de schrijnende context in beeld gebracht te zien: Cambodjaanse boeren die door hun armoede geen andere keus hebben dan zich te wagen in velden vol landmijnen, met als gevolg afgeblazen ledematen. Het wordt door een personage treffend doch clichématig verwoord: “Cambodjanen lachen altijd, maar van binnen huilen ze”.

Om de hele kinderkwestie van verschillende kanten te kunnen beschouwen is de korte scène waarin we op een vuilnisbelt werkende kinderen zien, die daar dag en nacht moeten doorbrengen, nuttig. En dan zijn er nog de AIDS-kinderen in een speciaal klaslokaal, die binnen een jaar zullen sterven. Het draagt bij aan een wat completer beeld van de kwestie, die duidelijk maakt dat de kinderen recht hebben op een beter leven en dat het daarom in principe niet egoïstisch of profiterend is dat Westerlingen hier voor adoptie naartoe gaan. Dat dit niet de oplossing is maar een pleister op de wonden, en bovendien een aanmoediging van deze handel in kinderen, moge duidelijk zijn. Oplossingen kunnen geboden worden waar oorzaken duidelijk worden. Oorzaken die men heel terloops probeert te geven in een korte dialoog van een bijstander: “Condooms wil men niet, en abortus schamen vrouwen zich voor”.

Een film die zich primair op deze onderwerpen zou richten middels het persoonlijke verhaal van Pierre en Géraldine zou aanzienlijke meerwaarde hebben, maar in werkelijkheid zijn dit allemaal slechts voetnoten bij en de context van de lijdensweg van de betreffende ouders-in-spé. De besproken verbredingen van inzichten komen nauwelijks naar voren; negentig procent van de tijd zitten we met Géraldine en Pierre opgescheept tijdens hun gangtocht van en naar opvangtehuizen en verschillende bureaus en instanties. Vervolgens maakt de film er ook op zeurderige wijze herhaaldelijk een punt van om rijke Amerikanen de zwarte Piet toe te schuiven, aangezien zij met hun grote geld binnen enkele dagen een kind kunnen meenemen en de Fransen zo nauwelijks aan bod komen. Een beschamender voorbeeld van de slachtofferrol die de hoofdpersonages hier innemen is echter de wanhopige opmerking van Pierre dat hij zich “van alle Cambodjanen het magerst en het leegst voelt”. Om met de woorden van Vincent Vega (Travolta) in ‘Pulp Fiction’ te spreken wanneer Eric Stolz hem vertelt dat hij de “Pepsi uitdaging” wel wil aangaan met de drugs uit Amsterdam: “That’s a bold statement!”. Maar deze laatste opmerking lijkt een uitzondering zijn, aangezien het stel doorgaans een sympathieke houding ten opzichte van de lokale bevolking heeft.

Nee, ook al is de film niet slecht gemaakt of geacteerd – en zeker voor mensen die adoptie overwegen of anderszins interesse hebben in deze problematiek de moeite van het kijken waard – er wordt gewoon te weinig diepgang en achtergrond gegeven en te weinig diversiteit in het verhaal gecreëerd om van een memorabele film te kunnen spreken.

Bart Rietvink