La stella che non c’è (2006)

Regie: Gianni Amelio | 104 minuten | drama | Acteurs: Sergio Castellitto, Ling Tai, Angelo Costabile, Hiu Sun Ha, Catherine Sng, Enrico Vanigiani, Roberto Rossi, Xu Chungqing, Biao Wang, Jian-yun Zhao, Qian-hao Huang, Xiu-feng Luo, Xian-bi Tang, Lin Wang, Yong Guo, Ping Duan, Zhen-duo Li, Qing Ma

In ‘La stella che non c’è’ volgen we de Italiaanse onderhoudsman Vicenzo en zijn jonge vrouwelijke gids Liu op hun speurtocht naar een Chinese staalfabriek. De reis voert ons door het moderne China, waarbij we zowel de mooie als lelijke kanten van de Chinese samenleving te zien krijgen. Daarbij ontkomen we niet aan een aantal clichés (fietsers, naaiateliers, bonzen van de communistische partij) maar regisseur van dienst Gianni Amelio gunt ons toch vooral een kijkje in het onbekende China. We volgen daarbij de blik van Vicenzo, waarbij we worden getroffen door een cultuur die zoveel ouder en vitaler is dan de onze. En onbegrijpelijker.

Even belangrijk als die rondreis, is de vriendschap die we zien opbloeien tussen Liu en Vicenzo. Sergio Castellitto en de onbekende Tai Ling maken van Vicenzo en Liu twee diep menselijke personages, die ondanks hun ondoorgrondelijkheid onmiddellijk sympathie afdwingen. Hun platonische vriendschap lijkt wel wat op die van Bob en Charlotte uit ‘Lost in Translation’. Van de twee heeft Liu het meest interessante karakter. Het meisje is slim, integer, vlijtig, koppig en stuurs, maar als ze zich amuseert komt er een lachje te voorschijn dat hele ijskappen doet smelten. Hoe langer de reis duurt, hoe meer we over Liu’s verleden te weten komen en hoe meer we door haar geraakt worden.

Met de vriendschap van deze twee tegenpolen is regisseur Amelio op bekend terrein beland. Net als in ‘Lamerica’ uit 1994 laat de Italiaanse humanist zien dat menselijkheid geen geografische of culturele grenzen kent. ‘La stella che non c’è’ is dan ook vooral een pleidooi voor grensoverschrijdende medemenselijkheid. De arrogantie waarmee Vicenzo aanvankelijk de Chinezen bejegent, verandert gedurende de reis in verwondering en respect. Dat een dergelijke houding in de toekomst ook van praktisch nut kan zijn, krijgen we mee middels een eenvoudige metafoor: terwijl de film begint in een onttakelde Italiaanse fabriekshal, eindigt hij in een op volle toeren draaiende Chinese fabriek.

Met ‘La stella che non c’è’ heeft Gianni Amelio weer eens een prima film afgeleverd, die een geslaagde combinatie vormt van ‘Lost in Translation’ en zijn eigen ‘Lamerica’. Net als in die films doet de plot niet ter zake, maar gaat het om sfeer, emotie en universele thema’s. Bovendien kent ‘La stella che non c’è’ de nodige humor en valt er ook visueel volop te genieten. Dat Amelio een vakman is wisten we al langer, maar na diens weeïge ‘Le Chiavi di Casa’ is dit een film waar we eigenlijk niet meer op hadden gerekend.

Henny Wouters