Marty (1955)

Regie: Delbert Mann | 91 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Ernest Borgnine, Betsy Blair, Esther Minciotti, Augusta Ciolli, Joe Mantell, Karen Steele, Jerry Paris

“Ma, sooner or later, there comes a point in a man’s life when he’s gotta face some facts. And one fact I gotta face is that, whatever it is that women like, I ain’t got it.” Zo legt Marty (Ernest Borgnine) aan zijn moeder uit waarom hij in godsnaam nog vrijgezel is op zijn 34ste. In de jaren 50 werd je als 34-jarige als “middle-aged” bestempeld, dus hij kan niet beweren dat de tijd niet dringt. Aan de slag in een slagerij en inwonend bij zijn Italiaanse moeder, kabbelt zijn leven voort. Zijn dromen? De zaakvoerder van de slagerij worden, boeiende zaterdagavonden hebben, en een leuke vrouw tegen het lijf lopen. De klanten in de slagerij, zijn moeder, zijn vrienden, hijzelf… Iedereen wacht ongeduldig tot er schot in de zaak komt. Het is niet dat hij niet probeert, maar het lukt niet. En dat knaagt aan hem. 


Wanneer hij op een avond Clara (Betsy Blair) ontmoet, komt er voorzichtig beweging in zijn bestaan. Haar date laat haar zonder pardon achter en probeert Marty zelfs te betalen om haar gezelschap te houden. Marty weigert principieel het oneerbiedige voorstel, en zoekt haar op. Wat volgt is een voorzichtige, oprechte toenadering. Opmerkelijk is hoe Clara wordt weggezet als “a real dog” (lelijk eendje), terwijl ze dat allerminst is. Ze oogt zelfs aantrekkelijker dan de zogenaamd populaire “hot tomatoes”. Het roept de vraag op of schoonheidsidealen sindsdien zo sterk zijn veranderd, of dat de filmmakers hier bewust mee speelden. Wat in elk geval werkt, is dat Clara gaandeweg dezelfde indruk maakt op de kijker als op Marty: een ruwe diamant vlak voor zijn neus.

De film zelf is even bescheiden als zijn hoofdpersonages. Het is een kleine, intieme vertelling die drijft op herkenbaarheid en nuance. ‘Marty’ voelt ongekunsteld aan en weet net daardoor oprechte emotie los te wekken. De acteerprestatie van Borgnine is daarbij cruciaal: hij geeft Marty een ontwapenende eerlijkheid die moeilijk te negeren valt. De producers van ‘Marty’ spendeerden overigens meer geld aan de awardcampagne dan aan het maken van de film. Zit daar het geheime recept in om zowel authenticiteit als prijzen te bekomen? Ze wonnen in 1956 inderdaad zowel de Oscar voor beste film als de Gouden Palm in Cannes: een zeldzame dubbel die slechts door twee andere films werd geëvenaard.

‘Marty’ blijft nazinderen door zijn oprechte eenvoud en menselijke warmte. Een feelgoodfilm die indruk maakt, net omdat ze ook diepe dalen in negatieve emotie durft en kan bereiken. Het resultaat is een tijdloos portret van een goudeerlijke jongen die nog waarden en normen heeft die goed van snit zijn. Je vraagt je achteraf wel af: hoeveel van zulke kleinschalige filmparels hadden niet het geluk van een succesvolle awardcampagne en zijn voorgoed vergeten?

Sander Abrahams

Waardering: 5

Bioscooprelease: 9 september 1955