Mighty Aphrodite (1995)

Regie: Woody Allen | 95 minuten | komedie, fantasie, romantiek | Acteurs: Woody Allen, Mira Sorvino, F. Murray Abraham, Helena Bonham Carter, Donald Symington, Claire Bloom, Olympia Dukakis, Michael Rapaport, David Ogden Stiers, Jack Warden, Peter Weller, Paul Giamatti

Wie de naam Woody Allen laat vallen roept al snel extreme reacties op; of je bent fan of je vindt het niks. ‘Mighty Aphrodite’ is een film van en met hem die voor het tweede kamp wel eens goed zou kunnen vallen. Allen laat in deze komedie veel meer ruimte voor tegenspelers en is eens een keer niet zelf het lijdend voorwerp. Dat is ditmaal Mira Sorvino, die een Oscar kreeg (beste bijrol) voor haar vertolking van de sympathieke prostituee Linda, een dom blondje in het kwadraat dat te lief is voor deze wereld.

‘Mighty Aphrodite’ is echter geen karakterstudie, meer een lichtvoetige tragikomedie met plottechnische gimmicks. Leuk en vlot; niet wereldschokkend, moet het eindoordeel zijn. De grondgedachte van de film – adoptievader papt aan met biologische moeder – is veelbelovend en wordt aan het slot zelfs hilarisch; de vriendschap tussen de rijke Lenny en de arme Linda is vertederend en tussen Allen en Sorvino klikt het zeer goed; nergens worden de frustraties van Allens personage breed uitgesponnen of drukken ze zwaar op het verhaal. Bonham Carter lijkt gemiscast voor een film als deze en komt niet echt uit de verf; zeker niet in de scènes met Allen. Het stoort niet echt omdat de stap van Lenny en de daaruit voortvloeiende relatie de film beheersen.

De dialogen van Allen en Sorvino smaken dan ook naar meer, maar ‘Mighty Aphrodite’ wordt in hoog tempo afgewikkeld, vlinderlicht en bijna zalvend over de liefde. Zonder de onderhoudende maar niet echt noodzakelijke reien  van Griekse tragedies overgenomen intermezzos waarin een koor commentaar levert op de gebeurtenissen  zou de film de vijf kwartier zelfs met moeite gehaald hebben. Niet dat ‘Mighty Aphrodite’ aan essentiële gebreken lijdt, maar een volbloed klassieker is het daardoor niet geworden. Het uitgangspunt van de film en de chemie tussen Allen en Sorvino geven echter wel degelijk de aanzet daartoe; er valt veel te lachen – eerder glim- dan grimlachen, waarbij Sorvino Allen weet te verslaan. Hij zal het ongetwijfeld zelf geregisseerd hebben – voor herhaling vatbaar.

Jan-Kees Verschuure