My Fair Lady (1964)

Regie: George Cukor | 166 minuten | drama, familie, romantiek, musical | Acteurs: Audrey Hepburn, Rex Harrison, Wilfrid Hyde-White, Stanley Holloway, Gladys Cooper, Jeremy Brett, Theodore Bikel, Mona Washbourne, Isobel Elsom, John Holland

‘My Fair Lady’, de filmversie van de razend populaire live musical, is een bewerking van George Bernard Shaw’s toneelstuk “Pygmalion”, uit 1912, dat op zijn beurt z’n oorsprong vindt in een Griekse legende. Het toneelstuk van Shaw hield zich bezig met complexe aspecten van menselijke relaties in een sociale wereld. Het idee dat taal de vereiste is voor gedachtes en de manier van omgaan met taal een bepaalde mate van beschaving en ontwikkeling kan bewerkstelligen is op zich niet nieuw, maar is het wel waard om over na te denken. Shaw richt zich op het klassensysteem en beargumenteert dat, aangezien een accent het teken is van een klasse, je boven je klasse kunt uitstijgen door dit accent te veranderen.

In Cukors filmklassieker, net als in Pygmalion, wordt deze theorie op de proef gesteld door Henry Higgins (Harrison), met als proefpersoon de “lady” uit de titel, het bloemenmeisje Eliza Doolittle (Hepburn). Er heerste een controverse destijds omdat men had verwacht dat de hoofdrol naar Julie Andrews zou gaan, die immers al ervaring had met de live versie van de musical, en een betere stem had dan Hepburn. Andrews was hier allesbehalve blij mee, maar revancheerde zich door in hetzelfde jaar een Oscar te winnen voor haar rol in ‘Mary Poppins’.

Audrey doet het echter uitstekend. Haar overgang van arm meisje uit de goot naar statige dame is geloofwaardig en ze trekt constant de aandacht naar zich toe met haar charmante verschijning. Haar verbale strijdscènes met Higgins zijn een genot om naar te kijken, en op de (spaarzame) momenten dat haar zangstem te horen is, komt ze goed uit de verf.

Het is dan ook jammer dat het grootste gedeelte van haar zang voor de rekening is genomen van Marni Nixon (die ook de liedjes van Maria in ‘Westside Story’ inzong). Helemaal na enkele van haar originele opnames te hebben gehoord op de dvd (lange tijd was Hepburn in de veronderstelling dat haar opnames gewoon gebruikt zouden worden), moet worden vastgesteld dat Hepburn tekort is gedaan. In ‘Sabrina’ en ‘Breakfast at Tiffany’s’ was ook al duidelijk geworden dat ze goed wijs kan houden, en bovendien is het geen ramp als ze niet elke noot loepzuiver zingt. Dit komt de authenticiteit juist ten goede, vooral in het begin- en middenstuk van de film, wanneer ze nog geen gepolijst stemgeluid hoort te hebben. Nixons zangstem is soms gewoonweg irritant. Het ene moment horen we de vertrouwde, neutrale stem van Hepburn, en het volgende moment zingt ze met haar vibrerende opera-achtige nachtegaalstem bijna de ruiten stuk. De overgang is overduidelijk en verbreekt soms de continuïteit van de kijkervaring.

De vermeende noodzaak om Hepburns liedjes door een ander te laten inzingen wordt nog dubieuzer als je ziet dat het tegenspeler Harrison wel is toegestaan om zijn liedjes als het ware op te zeggen. Nu is het misschien consistent met zijn personage, maar het wordt er niet aantrekkelijker op voor de kijker/luisteraar.

Naast deze, wat formele en technische (maar niet onbelangrijke), bezwaren valt er bij het verhaal zelf ook nog wel een enkele kanttekening te plaatsen. Het scenario is inderdaad intelligent, heeft rake dialogen, en is als blik op sociale verhoudingen interessant. Ook is de manier waarop het liefdesverhaal gepresenteerd wordt onconventioneel in haar aandacht voor het intellect en de kracht van de geest in plaats van het hart. Dit laatste aspect is wat in verschillende recensies terugkomt als voorbeeld van een gedurfd en volwassen liefdesverhaal. Er wordt niet gezoend en er worden geen liefdesverklaringen geuit tussen de hoofdrolspelers. Deze subtiele vorm van romantiek is het waard om geprezen te worden, ware het niet dat de uitwerking niet echt bevredigend is. Higgins heeft Eliza de hele tijd als proefkonijn gezien en haar niet beschouwd als een mens met gevoelens, en nu ze weg is, besluit hij om haar toch maar terug te vragen, want: “hij is aan haar gezicht gewend geraakt”. Als dat geen liefde meer is. Natuurlijk schuilt er waarheid in de uitdrukking “je weet pas wat je hebt als je het kwijt bent”, maar hij mag wel iets meer moeite doen om Eliza terug te krijgen, die op haar beurt ook wat erg makkelijk over het feit heenstapt dat ze al die tijd als voetveeg is gebruikt. Dus, hoewel de subtiliteit positief is, was wat meer emotie en zelfreflectie hier welkom geweest.

De vormgeving van de film is prachtig, met kleurrijke, uitbundige kostuums en schitterende sets, die terecht met Oscars zijn bekroond. De liedjes zijn vrijwel unaniem geslaagd (afgezien van Harrisons hinderlijke “zangstijl”), met wereldberoemde nummers als “The Rain in Spain”, en “With a Little Bit of Luck”. De cinematografie valt qua dynamiek wat tegen. De camera beweegt nauwelijks, met lange stukken die zich afspelen in één bepaalde ruimte. De film krijgt hierdoor soms een wat statisch karakter.

Ondanks de kritiek is het een interessant verhaal in zijn nadruk op de vormende kracht van taal en het aanmoedigen om je eigen potentieel te verwezenlijken, en Hepburn weet het nodige leven in de brouwerij te brengen. Het is jammer dat er in de uitwerking hier en daar sprake is van gemiste kansen, want de productie draagt al het benodigde talent en basismateriaal in zich om het de perfecte musical te laten zijn.

Bart Rietvink