Oh Happy Day (2004)

Regie: Hella Joof | 94 minuten | drama, komedie, romantiek | Acteurs: Lotte Andersen, Malik Yoba, Ditte Grabol, Mikael Birkkjaer, Lennart Aude, Michael Moritzen, Winther Andersen, Ditte Hansen, Lars Hjortshoj, Soren Fauli, Lars Knutzon, Kurt Ravn, David Andersen, Louise Klein

Het is niet moeilijk om het antwoord te geven op de laatste vraag uit de officiële synopsis van de film (“Kan het koor waar hoofdpersoon Hannah, een verveelde huisvrouw in een rustig Deens plaatsje, gaat zingen, uitgroeien tot een echt geïnspireerd geheel?”). Ook al heb je de film niet gezien, je kunt op je klompen aanvoelen dat aan het einde van de film het Deense groepje als een professioneel gospelkoor erin slaagt de kerkgangers uit de banken te laten springen en enthousiast mee te laten doen: “Thank you Jesus!”, “Hallelujah!”… oftewel: “Oh Happy Day!”.

Nu is dit geen heel groot probleem. Het gaat bij dit soort films immers meer om de weg die wordt afgelegd, dan de bestemming die bereikt wordt; een cliché dat recht uit de film afkomstig zou kunnen zijn. En ‘Oh Happy Day’ doet zijn naam wat dat betreft grotendeels eer aan. Het is een vrolijke bedoening daar in het Deense dorpje, met zijn grappige inwoners en aanstekelijke muziek. Het probleem is dat er eigenlijk nauwelijks sprake is van een plot en dat de personages meestal op een erg basale manier zijn vormgegeven. Zelfs Hannah en Jackson krijgen (aanvankelijk) niet meer dan enkele definiërende eigenschappen toebedeeld.

Als kijker maken we als eerste kennis met Hannah, terwijl ze in haar keuken naar de radio aan het luisteren is. Deze scène moet ons duidelijk maken dat ze verstand heeft van muziek heeft. Er is een prijsvraag op de radio waarin gevraagd wordt wat voor muziek Queen in de jaren tachtig maakte. Hannah belt snel op met het antwoord: “symfonische rock”. Vijf minuten later, wanneer een nieuwe leider voor het kerkkoor nodig, zien we door haar uitblijvende reactie dat ze overtuiging mist, wat ook wordt verwoord door een groepslid: “Hannah kan geen grote taken aan”. Geen prijs voor degene die raadt wie op een gegeven moment toch de leiding van het koor gaat overnemen. Het is jammer dat Lotte Andersen als Hannah, afgezien van een aardige emotionele uitbarsting, een wat matte indruk maakt. Ze moet dan wel een wat verlegen, in zichzelf gekeerd personage uitbeelden, we krijgen als kijker meestal niet echt de indruk dat er veel achter haar expressieloze uitdrukkingen zit.

De muzikale redder in nood, Moses Jackson, wordt op een competente, al zei het weinig opzienbarende, manier vertolkt door Malik Yoba. Yoba, bekend van de jaren negentig politieserie ‘New York Undercover’, de film ‘Cool Runnings’ en de Wayne Wang films ‘Smoke’ en ‘Blue in the Face’, komt hier vrij natuurlijk over, zonder duidelijk een typetje te spelen. Zijn personage heeft echter ook weer slechts een paar eigenschappen gekregen. Natuurlijk heeft hij “soul” en is hij inspirerend, maar tegelijkertijd heeft hij drank- en gezinsproblemen. Wederom geen prijs voor degene die raadt of hij het “licht” weer zal zien aan het eind van de film, en welke twee personages nader tot elkaar zullen groeien.

Ook is het jammer dat de boodschappen over het volgen van je hart, en het geloven in jezelf en de liefde (= God?), hoewel bijtijds inspirerend en opbeurend, soms een beetje te gemaakt en simpel overkomen. Dit komt deels weer door de makkelijke set-ups en pay-offs. In het begin van de film maken we bijvoorbeeld kennis met een ongelovig koorlid. Aan het einde van de film is natuurlijk uitgerekend hij het, die een inspirerende speech afsluit met een welgemeend “Amen”.

Ondanks de voorspelbaarheid en de summier geschetste personages, die gelukkig in de laatste akte van de film wat verder worden uitgewerkt, is de film nog zeker wel een aangename kijkervaring. Vooral Hannah’s vriendin Grethe (Ditte Grabol) zorgt keer op keer voor wat pit en een vrolijke impuls in het gezelschap. Vaak hoeft zij enkel met haar brede glimlach in beeld te verschijnen om de film genietbaar te maken. Haar recalcitrante, rebelse houding is wat de film zijn eigenlijke “spirit” geeft. Ook is het eerste half uur van de film sowieso erg vermakelijk. We maken kennis met de karakteristieke groepsleden van het koor, en zijn getuige van de komische verwikkelingen die plaatsvinden wanneer Jackson voor het eerst voet in het Deense kerkje zet en met dit blanke koortje geconfronteerd wordt. Verder zijn latere dramatische ontwikkelingen of verhaallijntjes, ondanks de algehele voorspelbaarheid van de film, toch wel weer verrassend. Niet alle relaties worden bijvoorbeeld op de geëikte manier bijgelegd.

‘Oh Happy Day’ is een beetje een grensgeval. De film heeft het hart op de juiste plek, een (meestal) leuke sfeer, en (grotendeels) sympathieke personages. Voor iemand die niet al te veel eisen stelt aan het verhaal of ontwikkeling van personages en uit is op een film die je met een goed gevoel achterlaat, is ‘Oh Happy Day’ geslaagd te noemen. De uitwerking zal echter voor sommigen wat te simpel zijn om te kunnen overtuigen of langdurig te kunnen boeien.

Bart Rietvink