Het Urker mannenkoor Hallelujah, tussen storm en stilte (2010)

Regie: Kees Brouwer | 85 minuten | muziek, documentaire

Tijdens de première van de VPRO-documentaire over Het Urker Mannenkoor ‘Hallelujah’, ‘Het Urker Mannenkoor Hallelujah, tussen storm en stilte’, wordt er meerdere malen stilgestaan bij deze dubieuze samenwerking. “Het is de eerste keer dat het Reformatorisch Dagblad bericht over een televisieprogramma,” stelt één van de koorleden, die vervolgens een bijbel ter cadeau schenkt aan de VPRO. Er is een voelbare liefde ontstaan tussen de Urker mannen en omroep VPRO. Dit allen is te danken aan VPRO-regisseur Kees Brouwer, een Urker van oorsprong. Brouwer, die eerder de documentaire ‘Ton Sijbrands, dammer. Met alle gevolgen van dien’ regisseerde, heeft een bijzondere film gemaakt waarin Urk en de VPRO beiden in hun waarde worden gelaten.

‘Het Urker Mannenkoor Hallelujah, tussen storm en stilte’ is een echte Nederlandse documentaire over Urk en zijn mannen. Om het grote koor van tachtig man persoonlijker te maken, worden er enkele koorleden gevolgd. Zoals baritonsolist Henk Brouwer, de neef van Kees Brouwer. De koorleden vertellen over hun relatie met het lied, waarbij ontroerende verhalen worden verteld. ‘Tussen storm en stilte’ is het hoofdthema van de film. Storm en stilte in de muziek en in het leven. De zang van het Urker Mannenkoor is een storm die over je heen walst. In de film is men getuige van menige liederen die vol overgave ten gehore worden gebracht. We horen subtiele, fluisterende melodieën overgaan in luide, woeste uitbarstingen. Het lied vertelt het leven. Door vakkundige geluidsbewerking klinkt de zang nog indrukwekkender dan in het echt. Ook het alledaagse leven op Urk wordt op mooie wijze verbeeld als ‘storm en stilte’. Een van de koorleden gaat trouwen, een ander heeft gezondigd, een ex-lid heeft niet lang meer te leven. Nog een ander koorlid, visser in het dagelijks leven, vertelt vanuit zijn vissersboot over ‘storm op zee, met daarna opeens de stilte’. Het thema is in ieder shot aanwezig en voortreffelijk uitgewerkt.

Filmisch legt Brouwer de nadruk op het kleine; het Hollandse. We zijn toeschouwer van een komische sequentie ‘haring eten’. Ook een gedetailleerd shot van een vis die uit de frituur wordt gehaald, geeft de ambachtelijke, Hollandse sfeer van Urk goed weer. Het camerawerk is foutloos en bij vlagen prachtig. Er wordt op kunstzinnige wijze gespeeld met scherpte. Hiermee wordt er bijvoorbeeld accent gelegd op de doorleefde gezichten van de koorleden, die tijdens het zingen voortdurend scherp in beeld worden gebracht tegenover een wazige achtergrond. Naast de gezichten krijgen we ook opvallend veel close-ups te zien van handen. De mannen worden kwetsbaar gemaakt met deze close-ups. De filmmakers komen heel dichtbij en weten de emotie van het lied mooi weer te geven.

Deze documentaire kan geprezen worden om zijn oer-Hollandse sfeer. Na het zien van de film smacht men naar meer documentaires die zich dicht bij huis afspelen; films van hoge culturele waarde voor Nederland. De mannen van het koor hebben de publiciteit zeker verdiend, want zingen kunnen ze. De samenwerking tussen VPRO en Het Urker Mannenkoor ‘Hallelujah’ is absoluut geslaagd en toont een krachtige combinatie van de Nederlandse film en zangkunst.

Niels de Groot