Dag buurvrouw – Goodbye Neighbour (2008)

Regie: Robbert-Jan Vos | 5 minuten | korte film | Acteurs: Yasar Üstüner, Spekko, Nona Buhrs, Antonia Blom

Soms heb je maar weinig tijd nodig om een krachtig statement te maken. Zo is het ook met ‘Dag buurvrouw’, een korte film van Robbert-Jan Vos. In slechts vijf minuten weet Vos in treffende beelden en met bijpassende pianotonen van Bastiaan Eberts een fraaie schets te geven van wat vergankelijkheid is. In een Amsterdamse straat (te herkennen aan een nauwelijks zichtbaar straatnaambord) lopen bewoners heen en weer. De camera staat opgesteld in het huis van de benedenbuurvrouw. Vanuit haar kamerraam slaat de kijker de gebeurtenissen gade. Een Turke man (Üstüner) gaat ‘s ochtends weg op zijn brommertje; een zakenman (Spekko) zwaait vrolijk naar zijn partner en komt ‘s avonds druk telefonerend terug; een studente klungelt aan haar fietsslot als ze weggaat en krijgt later (een dag, een paar dagen?) een stel vriendinnen op bezoek.

Het zijn alledaagse bezigheden, handelingen die we allemaal verrichten zonder er al te veel bij na te denken. En al die tijd neemt niemand de moeite om eens een blik te werpen richting de buurvrouw.

Het gebeurt haast ongemerkt, omdat de camera van cinematograaf Ton Peters zich op de mensen buiten richt, dat onscherp op de voorgrond langzaam duidelijk wordt dat er iets niet helemaal in de haak is. De vergankelijkheid die als thema op de voorgrond ligt, roept tal van andere thema’s en vragen op: eenzaamheid en welke rol dit speelt in de samenleving? Anonimiteit en hoe individuen hun leven slijten in een stad waar niemand hen kent. Zegt de film iets over een verloren gemeenschapszin, wellicht? De muziek versterkt de melancholische toon en zo ligt er een hele wereld besloten achter een paar ogenschijnlijk zo onschuldige beelden. Een knappe prestatie van de Nederlandse regisseur Vos (geboren in 1974), die in 2002 afstudeerde aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht.

‘Dag buurvrouw’ is te zien als voorfilm bij de Mexicaanse filmhuishit ‘Parque via’.

Hans Geurts