Holy Smoke (1999)

Regie: Jane Campion | 114 minuten | drama, komedie | Acteurs: Kate Winslet, Harvey Keitel, Julie Hamilton, Sophie Lee, Dan Wyllie, Paul Goddard, Tim Robertson, Pam Grier, George Mangos, Kerry Walker, Les Dayman, Samantha Murray, Sandy Gutman, Simon Anderson

Hoe goed is een film met sfeervolle en schitterende fotografie van afgelegen Australië en overbevolkt India? Met een zeer goed acterende Kate Winslet als een onzeker meisje dat zich verstopt achter een rappe tong en verleidelijkheid? Met een bijpassende soundtrack (alleen al de openingsscène met ondersteuning van Neil Diamond)? En met een charmante en dromerige warrigheid omdat het ergens tussen slapstickkomedie en coming-of-agedrama in zweeft?

Of hoe slecht is een film waarin serieuze levensvragen worden gesteld op ongeloofwaardige manier? Waarin Harvey Keitel een karikatuur van zichzelf is en alleen maar dom kan grijnzen? Waarin de andere personages nog net niet van karton zijn? En waarin de subtiel bedoelde grappen niet echt leuk zijn?

Tja, Holy Smoke is een beetje een vreemde film. Dat hoort natuurlijk ook in een film die (waarschijnlijk) vooral bedoeld is als een soort satirische zedenschets, maar ondanks of juist dankzij alle bovenstaande redenen komt het er niet echt uit. Het is een vreemde film, die verschillende genres lichtjes aanraakt, maar geen enkel genre weet te overstijgen. Een probeersel: charmant en aardig, maar niet meer dan dat.

En toch is Holy Smoke wel de moeite van het kijken waard. Vooral dankzij de mooie rol van Ruth, en de goede vertolking ervan door Kate Winslet. Ruth is het enige personage dat meer voorstelt dan op het eerste gezicht te zien is, en gelukkig kan Winslet het aan om die last te dragen.

Vooral in de scènes die het dromerige karakter het beste uitbeelden, is Ruth iemand voor wie je iets voelt: als een compleet naakte Ruth PJ verleidt, en tijdens het spel dat Ruth met PJ speelt op een feest in een drukbevolkte bar ondanks dat ze stomdronken is. Juist in deze scènes, waarin maar weinig gesproken wordt, is er echt iets van spanning aanwezig tussen de twee.

Je vraagt je af hoe Ruth ooit is terechtgekomen in het gezin waarin ze leeft. Haar moeder is een astmatische hysterica (mooi gespeeld door Hamilton), haar vader een lomperik, haar ene broer een homoseksuele schijterd, haar andere broer een domme kracht, en schoonzus Yvonne een nog dommer gansje. Het levert soms amusante, maar ook wel erg flauwe momenten op. De stuntelige achtervolgingsscène tussen Ruth, PJ, Yvonne en een langzaam wegrijdende maar stuurloze auto is nog de meeste vermakelijke van dit soort scènes. De letterlijk en figuurlijk dolende hoofdpersonen: even grappig als triest.

Het is Holy Smoke ten voeten uit: dolend tussen grappig, charmant, dromerig, mooi, opwindend en flauw. Van alles wat, maar uiteindelijk net niets.

Daniël Brandsema