Pride and Glory (2008)

Regie: Gavin O’Connor | 130 minuten | thriller, misdaad | Acteurs: Edward Norton, Colin Farrell, Jon Voight, Noah Emmerich, Jennifer Ehle, John Ortiz, Frank Grillo, Shea Whigham, Lake Bell, Carmen Ejogo, Manny Perez, Wayne Duvall, Ramon Rodriguez, Rick Gonzalez, Maximiliano Hernández, Leslie Denniston  

‘Serpico’ (1973), ‘LA Confidential’ en ‘Copland’ (beiden 1997) zijn zomaar enkele titels uit de lange lijst van films over corrupte politieagenten. Het verschil tussen deze films en ‘Pride and Glory’ is dat zij wèl geslaagd zijn. Regisseur Gavin O’Connor probeert met familierelaties tussen de betrokken agenten iets extra’s aan de film toe te voegen. Toch neigt ‘Pride and Glory’ meer naar het politieaspect van het verhaal, waardoor de dimensie ‘familie’ ondergesneeuwd raakt. Het geheel stort echter volledig in na de belachelijke en onverwachte anticlimax.

O’Connor en zijn tweelingbroer, producent Gregory, zijn zelf afkomstig uit een politiefamilie. Een uitstekende achtergrond om juist dit deel van het verhaal zo waarheidsgetrouw mogelijk neer te zetten. Helaas valt er echter weinig te beleven op familiegebied, behalve dat er door de personages meerdere malen naar wordt gerefereerd. Verder zijn de avonturen van het hoofdpersonage Ray Tierney (Edward Norton) een beetje saai. Zijn speurtocht naar copkillers, die hem toevallig naar corrupte agenten leidt, is niet spannend. Verder is het een raadsel waarom de regisseur heeft gekozen om de identiteit van de bad guy voor de kijker eerder te onthullen dan voor de protagonist. Het stompt namelijk de spanning af.

Norton en Farrell, die samen het affiche vormen van ‘Pride and Glory’ doen waarvoor ze gevraagd zijn: geloofwaardig acteren. Ook de scènes met Jon Voight lijken voor de ervaren acteur een routineklus. Vooral in de (enige) scène waar de hele politiefamilie bij elkaar is straalt Voight. Als licht aangeschoten vader neemt hij één voor één zijn kinderen emotioneel onder de loep. Één van die kinderen wordt gespeeld door Noah Emmerich. Hij speelt de oudere broer van Norton, Francis Tierney. Emmerichs karakter is in de film waarschijnlijk het meest complexe. Hij is de brigadier van de corrupte eenheid en weet zelf niet aan welke kant hij staat. Ook worstelt Francis in zijn privé-leven met de ziekte van zijn vrouw Abbey (Jennifer Ehle), die lijdt aan kanker. Emmerich toont zich een begaafd acteur en blijft naast de wat naam betreft ‘grotere’ acteurs moedig staan.

Na het zien van de weinige scènes met werkelijke interactie tussen de personages, valt het feit dat de film er zo dun mee bezaaid is, nog meer te betreuren. Behalve familiaire banden in de film is er natuurlijk ook nog de eer van het politiekorps dat sommige personages aan elkaar bindt. O’Connor zet in zijn film een grimmige politiewereld neer, waarin nagenoeg geen enkele agent onaantastbaar lijkt voor corruptie.     In ‘Pride and Glory’ wordt dit tijdens een begrafenis van agent mooi verwoord: “”Wie zijn deze mannen? Zij die elke ochtend zich wassen, scheren, hun vrouw en kinderen gedag zeggen, niet wetend of ze diezelfde avond terug zullen keren?”” Naast dit argument vergoelijkt een personage zijn louche gedrag door te stellen dat een simpele drugsdealer in één week meer verdient dan agenten in een jaar. Licht corrupt gedrag zou niet zo gek zijn, vergeleken met de streken die hij uithaalt. De persoon in kwestie gaat letterlijk over lijken en bewerkt zelfs bijna een baby met een heet strijkijzer. O’Connor schuwt inderdaad het hardere geweld niet.

Ondanks de talentvolle cast is ‘Pride and Glory’ maar matig. De twee thema’s ‘politie’ en ‘familie’, staan niet met elkaar in verhouding. Hierdoor lijkt het minder belichte deel onzorgvuldig en de film onaf. Na het zien van de totaal uit de lucht gegrepen en volslagen idiote ontknoping , zullen fans het jammer vinden dat Norton zich niet heeft bemoeid met het script, wat hij wel deed in eerdere films, zoals ‘American History X’ (1998) en ‘The Incredible Hulk’ (2008). Het overbodig gewelddadige en absurde einde degradeert de film namelijk tot een totale mislukking.

Waldy van Geenen