Schultze Gets the Blues (2003)

Regie: Michael Schorr | 114 minuten | drama, muziek, komedie | Acteurs: Horst Krause, Harald Warmbrunn, Karl Fred Müller, Ursula Schucht, Hannelore Schubert, Wolfgang Boos, Leo Fischer, Loni Frank, Elke Rümmler, Rosemarie Deibel

Meestal gaat het andersom: als er in Europa een succesvolle film wordt gemaakt, volgt een jaar later de Amerikaanse versie, denk bijvoorbeeld aan ‘Trois hommes et un couffin’ wat ‘Three Man and a Baby’ werd, of ons eigen ‘Spoorloos’ wat ‘The Vanishing’ werd en zo voort, en zo voort. In dit geval lijkt regisseur Schorr het andersom aan te pakken: ‘Schulze Gets the Blues’ lijkt wel een Oost-Duitse versie van het bejubelde Amerikaanse man-gaat-met-pensioen-relaas ‘About Schmidt’. Gelukkig worden ons deze keer de “Dear Ndugu-brieven” bespaard, maar verder zijn er veel overeenkomsten, vooral in de sfeer van de film. Leeg namelijk. Man gaat met pensioen, en dan?

De mannen in beide films lijken te worden overvallen door hun pensioen. Ze hebben verder ook niet veel in hun leven, maar Schultze heeft wel iets wat Schmidt niet had: vrienden. De mooiste scènes in de film zijn die van Schultze en zijn twee trouwe vrienden. Samen met pensioen, samen vissen langs een goederenspoorlijn, samen schaken, samen naar de bijzonder authentieke (want kale) kroeg. Knus. Maar daar blijft het ook bij. Knusse, losse beelden.

Het verhaal hangt als los zand aan elkaar, korte, overdreven artistieke, shots van plassen water, slagbomen, stukken mijn, troosteloze omgeving (de zon schijnt vrijwel nooit, zelfs als Schulze uiteindelijk in Texas is blijven donkere wolken hem achtervolgen). En op een gegeven moment gaat dat vervelen. Telkens worden er verhalen begonnen en niet afgemaakt. Schultze doet min of meer een vrouw op, maar die gaat opeens dood. Er duikt een mooi meisje op dat hem een boek geeft en daarna weer verdwijnt. Schultze staat een aantal keer voor een spoorboom te wachten waar degene die de boom moet bedienen bokkig gedichten staat te declameren, maar ook daar wordt niks mee gedaan. Schultze gaat naar een Duits feest in Texas om op te treden, maar treedt daar nooit op, dan gaat hij opeens met een boot aan de haal (en waar is zijn accordeon?) en pruttelt daarmee door het water. Nergens heen eigenlijk. Hinderlijk.

Maar het allerhinderlijkst is nog wel dat accordeon-deuntje: dat blijft nog wel een paar weken in je hoofd doorspelen…

Liesbeth Broekhuyse