The Crying Game (1992)

Regie: Neil Jordan | 112 minuten | drama, thriller | Acteurs: Forest Whitaker, Miranda Richardson, Stephen Rea, Adrian Dunbar, Breffni McKenna, Joe Savino, Birdy Sweeney, Jaye Davidson

Ruim dertien jaar na de release heeft ‘The Crying Game’ een ware cultstatus weten te bereiken. De film van regisseur Neil Jordan wordt ondertussen beschouwd als een moderne klassieker. Dat is teveel eer voor deze middelmatige, saaie film die teveel steunt op een enkele gimmick.

Zonder het, inmiddels beroemd geworden, stukje filmgeschiedenis te verklappen, is ‘The Crying Game’ in de kern een tragisch liefdesverhaal. De film begint als een politiek geladen thriller die vervolgens verzandt in een liefdesgeschiedenis. De Britse soldaat Jody (Whitaker) wordt verleidt door de knappe Jude (Richardson). Wat Jody niet weet is dat zij bij de IRA hoort. Jody is erin geluisd en wordt gegijzeld door enkele IRA-leden. Geblinddoekt en gekneveld wordt de Brit naar de schuilplaats van de bende gebracht. Eenmaal aangekomen wacht Jody op zijn onvermijdelijke dood.

In ruil voor de vrijlating van een IRA-lid zal Jody vrijgelaten worden. De hoop op vrijheid heeft de Brit allang laten varen, zijn enige lichtpuntje in zijn leven vormt de prille vriendschap met Fergus (Rae). Dit IRA-lid raakt gefascineerd door de extraverte Jody die hem allerlei details over zijn privé-leven verteld. Na de dood van Jody besluit de rusteloze Fergus op zoek te gaan naar de vriendin van de Brit. Als Fergus dan eindelijk deze Dil (Davidson) ontmoet ontstaat er een stormachtige romance. Het prille geluk tussen de twee wordt uiteindelijk verstoord door zijn voormalige Ierse wapenbroeders die hem verdenken van verraad. Ondertussen heeft Dil ook nog een ‘schokkend’ geheim dat ze aan Fergus moet opbiechten.

De prent begint sterk met de ontvoering en de politiek geladen sfeer. Het Irish Republican Army heeft al voor veel sterke films gezorgd die stof tot nadenken gaven. In eerste instantie verwacht je een film over de Ierse kwestie te bekijken, maar Jordan besluit na ongeveer twintig minuten zijn film een compleet andere richting in te sturen. Een gewaagde zet die in het begin goed uitpakt. Jordan leunt echter veel teveel op deze stijlwentelingen. Gedurende de hele prent, maakt de regisseur te vaak gebruik van dit trucje om de kijker steeds maar weer op het verkeerde been te zetten.

Jordan lijkt maar geen keuze te willen maken in welke vorm hij zijn film wil gieten. Na de opening van de prent, dat hij verpakt als thriller, verandert ‘The Crying Game’ in een liefdesdrama. Vervolgens wordt het publiek weer met een subplot opgezadeld waarin het thrillerelement weer om de hoek komt kijken. Vanuit het niets pakt de regisseur het wel en wee van de IRA-bende weer op. Helaas komt dit subplot niet sterk uit de verf. Het lijkt erop of Jordan het er met de haren bij heeft gesleept om wat spanning in zijn film te brengen.

Wat juist de kracht van de film moest zijn, de romance tussen Fergus en Dil, is juist het zwakke punt van de film. Dat ligt deels aan het acteerwerk en het ‘geheim’ van Dil. De regisseur legt veel teveel nadruk op het ‘geruchtmakende’ geheim en vervalt in oninteressant geneuzel. Na afloop van de film kun je niets anders concluderen dat de zweem van mysterie rond Dil, niets meer was dan een gimmick die controverse moest opwekken. Niets meer dan een obstakel voor de geijkte Hollywoodformule voor een film-romance.

Het ronduit vlakke spel van Rae stelt enorm teleur. Er zit geen sprankje bevlogenheid, oprechtheid en enthousiasme in Rae’s acteerprestatie. Ook in lichaamstaal komt Rae tekort, schijnbaar emotieloos sjokt hij de film door. Dat de acteur juist een zeer belangrijke rol speelt in deze film is een kwelling. Al vanaf het begin van deze productie wordt Rae door elke andere acteur van het scherm gespeeld. Met name Whitaker veegt met Rae genadeloos de vloer aan. Met zijn intense spel en overtuigend Brits accent toont de Amerikaanse Whitaker zich duidelijk de meerdere van Rae. Zelfs met één lui oog weet de Amerikaan veel meer compassie over te brengen.

Richardson speelt ook sterk. En zelfs debutant Davidson overtreft Rae. Als de kijker zich niet betrokken voelt bij de hoofdpersoon dan verliest een film al snel alle aantrekkingskracht. Het saaie spel van een zichtbaar vermoeid ogende hoofdrolspeler is dodelijk voor een film die sterk leunt om menselijke emoties. Alle heisa rondom deze film heeft voor de mythische proportie gezorgd die ‘The Crying Game’ nu heeft. Als je alle controverse weghaalt, dan blijkt ‘The Crying Game’ niets meer dan een saaie film te zijn.

Frank v.d. Ven