C’eravamo tanto amati (1974)

Regie: Ettore Scola | 120 minuten | drama, komedie | Acteurs: Nino Manfredi, Vittorio Gassman, Stefania Sandrelli, Stefano Satta Flores, Giovanna Ralli, Aldo Fabrizi, Mike Bongiorno, Federico Fellini, Marcello Mastroianni, Nello Meniconi, Guidarino Guidi, Pierluigi, Alfonso Crudele, Isa Barzizza, Marcella Michelangeli, Livia Cerini, Elena Fabrizi, Fiammetta Baralla, Armando Curcio, Carla Mancini, Lorenzo Piani, Amedeo Fabrizi, Ugo Gregoretti, Luciano Bonanni, Vittorio De Sica

Prachtig gefilmde komedie met een melancholische inslag, waarin de liefde voor de Italiaanse cinema een belangrijke plaats in neemt. Centraal staat de vriendschap tussen drie vrienden, bevlogen individuen, die elkaar als partizanen kennen uit de Tweede Wereldoorlog. Allereerst is er ziekenverzorger Antonio (Nino Manfredi), die zijn hele leven zaalhulp blijft en volgens eigen zeggen nooit op kan klimmen door zijn politieke sympathieën; dan Gianni (Vittorio Gassman) die advocaat is en zijn principes al snel opportunistisch inruilt om vooruit te komen in het leven en de heetgebakerde Nicola (Stefano Satta Flores), die vrouw en kind in de steek laat om de klassenstrijd kracht bij te zetten, maar uiteindelijk vooral een fanatieke filmliefhebber wordt. Elk van de vrienden valt op een gegeven moment voor de aantrekkelijke Luciana (Stefania Sandrelli) die graag actrice wil worden, maar daar nooit echt in slaagt.

Regisseur Ettore Scola heeft verschillende verhalen te vertellen en wisselt energiek van zwart/wit naar kleur en gebruikt onder andere flashbacks en geluidseffecten om het verhaal van de vrienden te vertellen. De film is één groot eerbetoon aan verschillende van zijn beroemde collega’s, door hun stijlen en de stromingen die zij vertegenwoordigden over te nemen. Ook wordt er veelvuldig gerefereerd aan beroemde films, met name door cinefiel Nicola. Zo speelt het neorealistische ‘Ladri di biciclette’ (1948, ‘De fietsendieven’) van Vittorio di Sica een grote rol in Nicola’s leven. Hij wordt ontslagen als leraar wanneer hij tijdens een debat na afloop van de film zijn rector tegenspreekt over de waarde van de film. Later in de film treedt hij op in een populaire (echt bestaande) filmquiz van Mike Bongiorno (die zichzelf speelt, waarbij de finalevragen over ‘Ladri di biciclette’ gaan. Het mooiste voorbeeld van de liefde voor film in ‘C’eravamo tanto amati’ is echter het moment waarin Antonio en Luciana ruzie maken tijdens de opnames van ‘La Dolce Vita’, tijdens de voorbereidingen van de beroemde scène van Anita Ekberg in de Trevi-fontein. Het is geweldig om Fellini bezig te zien met het geven van regie-aanwijzingen, terwijl hoofdrolspeler Marcello Mastroianni zit te relaxen en met de figuranten (waaronder Luciana) babbelt.

Nicola’s filmkennis en Antonio’s strapatsen krijgen veel aandacht, maar de hoofdlijn van het verhaal is toch die van Gianni. Hij zet zijn idealen bij de eerste de beste gelegenheid bij het grofvuil en levert zich uit aan zijn enorm dikke, kapitalistische schoonvader Romolo (Aldo Fabrizi) en zet Luciana aan de kant om Romolo’s dochter Elide (Giovanna Ralli) te trouwen. Ook deze Elide heeft een prominente rol, als ze poogt boven zichzelf uit te stijgen om een stijlvolle rijke dame uit te hangen.

Er zijn een groot aantal geestige momenten, zoals een monnik die een vorm van balletje-balletje speelt met heiligenprentjes, het steeds terugkerende restaurant “Koning van de halve porties”, wat lichte slapstick en scènes waarin de acteurs tegen het publiek spreken of als toneelacteurs “bevriezen” terwijl een ander personage zijn gedachten hardop uitspreekt. Toch is ‘C’eravamo tanto amati’, hoewel omschreven als een komedie, vooral ook een sentimentele en melancholische film geworden. Het uitstekende spel van de belangrijkste acteurs heeft daar zeker voor belangrijke mate aan bijgedragen.

Misschien kan de voorzichtige conclusie getrokken worden, dat vriendschap wel degelijk een illusie is, zoals de personages herhaaldelijk uit elkaar drijven, ruzie maken of elkaar jaren niet spreken. Maar toch blijven ze elkaar (al dan niet toevallig) tegenkomen en blijft hun band toch bestaan. De verwachtingen die Gianni, Antonio en Nicola van elkaar, de maatschappij en vooral van zichzelf hebben, worden keer op keer veranderd. Teleurgesteld, ouder en wijzer, leren ze zichzelf en het leven kennen. Scola laat ons als kijker daarvan meegenieten.

Hans Geurts