Le château de ma mère (1990)

Regie: Yves Robert | 98 minuten | biografie, drama, komedie | Acteurs: Philippe Caubère, Nathalie Roussel, Didier Pain, Thérèse Liotard, Julien Ciamaca, Victorien Delamare, Joris Molinas, Julie Timmerman, Paul Crauchet, Philippe Uchan, Patrick Préjean, Pierre Maguelon, Michel Modo, Jean Carmet, Jean Rochefort, Georges Wilson, Jean-Pierre Darras, Raoul Curet, Maxime Lombard, René Loyon

Meer van hetzelfde is in de filmindustrie vaak niet gewenst. Hoe vaak is een tweede of derde film uit een zelfde serie niet geflopt, terwijl de eerste een groot succes was? Vanwege de twee romans van Marcel Pagnol was het echter onmogelijk om na ‘La gloire de mon père’ niet verder te gaan met het verfilmen van het tweede deel, ‘Le château de ma mère’. En dat is maar goed ook.

Want in ‘Le Château de Ma Mère’ komen precies dezelfde elementen naar voren die van het eerste deel een succes maakten, maar met een aantal wezenlijke verschillen die ervoor zorgen dat het toch net weer even anders is. Zoals al aan de titel te zien is, richt ‘‘Le château de ma mère’ zich meer op de relatie van Marcel met zijn moeder, en in mindere mate op de relatie met zijn vader. Het is ook voor haar gezondheid dat de familie besluit om vaker naar het vakantiehuisje in de Provence te gaan.

Tijdens een verblijf in ‘zijn heuvels’ ontmoet Marcel Isabelle, een verwaand en bizar meisje dat de schijn ophoudt van adel te zijn. De band die tussen hen ontstaat zorgt voor kleine en komische ruzies tussen Marcel, zijn broertje Paul en zijn vriend Lili. De klungelige en onervaren Marcel weet niet goed hoe hij met Isabelle moet omgaan, en laat zich van alles wijs maken. Totdat blijkt dat Isabelle vertrokken is, en hij alle meisjes maar bestempelt als ‘mislukte jongens’.

Na een toevallige ontmoeting met Bouzigue, een oud-leerling van vader Joseph, brengt deze het gezin via een verboden weg langs prachtige landgoederen en kastelen een stuk sneller op weg richting hun vakantiehuisje. Omdat hij werkzaamheden uitvoert voor het kanaal waarlangs deze weg loopt, kan hij hen de sleutel geven van de afgesloten poorten en deuren van de landgoederen. Stiekem sluipen zij elke zaterdag- en maandagochtend heen en weer, wat natuurlijk uitloopt in leuke confrontaties met eigenaren en tuinmannen. Een sympathieke baron nodigt hen zelfs uit voor een lunch, maar een manke bewaker met gevaarlijke hond maakt een einde aan het geluk en schrijft een proces-verbaal uit. Gelukkig weet Bouzigue met zijn collega’s de bewaker op andere gedachten te brengen.

Langzaamaan komt ‘Le château de ma mère’ dan toch steeds dichter bij het onvermijdelijke: het einde van dit geluk. In sneltreinvaart zien we Marcels moeder, broertje en vriend Lili op jonge leeftijd sterven. Marcel wordt ouder, schrijft en regisseert en opent een soort filmhuis in een prachtig kasteel in zijn geliefde Provence. En wat hij nooit kon vermoeden blijkt op de eerste dag dat hij het kasteel ziet waar te zijn: het is het kasteel waar zijn moeder, vanwege de bewaker met zijn grote hond, altijd bang voor is geweest.

Waar het misschien na ‘La Gloire de Mon Père’ nog niet helemaal duidelijk was, doet ‘Le château de ma mère’ er geen twijfel meer over bestaan: in beide films redt Marcel de eer van zijn ouders en blijkt hoeveel hij van ‘zijn’ Provence houdt. En met weer die vele shots van prachtige natuurlandschappen, die heerlijke en rustgevende voorleesstem en de knappe mise-en-scène en decors is ook ‘Le château de ma mère’ een bijzonder mooie herinnering aan de jeugdvakanties van een haast legendarische Franse schrijver. Het beste is eigenlijk om ‘La gloire de mon père’ en ‘Le château de ma mère’ achter elkaar te bekijken. 203 minuten genieten.

Julien van Alphen