Los Angeles Plays Itself (2003)

Regie: Thom Andersen | 169 minuten | documentaire | Met: Encke King
In het genre film staat het verhaal centraal en niet de locatie, vertelt de voice-over ons aan het begin van ‘Los Angeles Plays Itself’. Daarom komen we ondanks de vele beelden die we van L.A. kennen nooit te weten wat voor stad het nu écht is. Vervolgens valt ons een mooie vergelijking tussen New York en L.A. ten deel: in de ‘Big Apple’ is elke locatie echt en gefilmd op oogniveau, in de ‘Big Orange’, die eindeloze huizenvlakte aan de Pacific, vervluchtigt elk beeld automatisch tot aan de horizon. Het is een stad die erom vraagt vanuit de lucht te worden bekeken. “L.A. is de mooiste stad ter wereld, mits je haar bij nacht en van een afstand ziet”, zegt een acteur die vanuit een villa naar het uitgestrekte rasterwerk van lichtjes kijkt.

Met deze beschouwingen is de toon voor deze documentaire gezet. We maken een tour langs markante punten in de stad – met bijbehorende filmfragmenten, komen te weten dat sommige motels en hamburgertenten alleen bestaan omdat ze als filmset gebruikt worden en krijgen een lesje in geschiedschrijving van ‘local’ Thom Andersen, die ons laat vertellen dat de hoofdrolspelers uit de film ‘Kalifornia’ in het echt nooit in een strandhuis te Malibu zou verblijven en dat Sylvester Stallone in ‘Cobra’ al scheurend in zijn auto buurten aaneenrijgt die in werkelijkheid dertig mijl uit elkaar liggen. “Maar goed, dat zijn dan ook slechte films”, aldus de voice-over.

Het verhaal van filmstad L.A. is in ruim een uur eigenlijk wel verteld. Daarna verzandt ‘Los Angeles Plays Itself’ in details. Ze gaat bijvoorbeeld veel te lang in op de betekenis van de aanleg van de watervoorziening in L.A. en de teloorgang van het openbaar vervoer; de geschiedenis van de zwarte geweldsfilm blijft weer in obscure fragmenten hangen (aardig is wel de verwijzing naar het verband tussen L.A. en destructie). De tweede helft van de documentaire is zo een hele zit en doet je verlangen naar de films waarvan fragmenten getoond worden, naast de al genoemde ook ‘Double indemnity’, ‘The Big Sleep’, ‘To Live and Die in L.A.’, ‘Out of Bounds’ en ‘L.A. Story’.

Ook dit zijn echter films die de stad in een bepaalde rol laten zien. Voor het échte L.A. moet je volgens Andersen experimentele en/of buitenlandse films hebben (b.v. Antonioni’s ‘Zabriskie Point’). Andersen zelf toont het echte L.A. evenmin. ‘Los Angeles Plays Itself’ is vooral een documentaire over films, met de stad als decor.

Jan-Kees Verschuure