Mandibules (2020)

Recensie Mandibules CinemagazineRegie: Quentin Dupieux | 78 minuten | komedie, fantasie | Acteurs: Grégoire Ludig, David Marsais, Adèle Exarchopoulos, India Hair, Roméo Elvis, Coralie Russier, Bruno Lochet, Raphaël Quenard, Gaspard Augé, Thomas Blanchard, Philippe Dusseau, Olivier Blanc, Jean-Paul Solal, Jézabel Marques, Marie Narbonne, Pablo Beugnet, Marius Colucci, Dave Chapman

Tien jaar na de première van ‘Rubber’ (2010), de film die regisseur Quentin Dupieux internationaal bekend maakte, is de Fransman terug met het surrealistische ‘Mandibules’. De negende speelfilm van Dupieux is een hoogst eigenzinnige buddy-komedie. In veel opzichten lijkt de film op de Franse bloedverwant van ‘Dumb and Dumber’ (1994), maar dan wel met een hoge dosis fantasie.

In het begin van ‘Mandibules’ komen de weinig succesvolle jeugdvrienden Manu (Grégoire Ludig) en Jean-Gan (David Marsais) samen voor een klus waarmee ze vijfhonderd euro zullen verdienen. Het zou geen probleem voor hen moeten zijn: ze moeten alleen een pakketje ophalen en het overhandigen aan de ontvanger. Terwijl ze onderweg zijn om hun missie te voltooien, ontdekken ze echter een gigantische vlieg in de kofferbak van hun auto. Vanaf dat moment beginnen de vrienden te twijfelen over hun prioriteiten. Ze zien namelijk de buitengewone kans om de vlieg te trainen en zo geld te verdienen. Hoe precies? Dat weet het duo nog niet zo goed. Misschien gebruiken ze de vlieg wel als een deelnemer bij een bankoverval. Of misschien wel als een drone. Maar eerst zal er voedsel moeten worden gekocht voor hun dierlijke metgezel, want de vlieg heeft honger. Erg veel honger.

‘Mandibules’ is een curieuze film die de plank gemakkelijk mis had kunnen slaan. De film had zich namelijk best kunnen ontpoppen tot een clichématige monsterfilm, zo eentje waar de vlieg de smaak naar vlees en bloed te pakken krijgt en aan het moorden slaat. Maar dit gebeurt niet in de vormgegeven wereld van Quentin Dupieux. De regisseur lijkt niet geïnteresseerd te zijn in actie of spanning, maar juist in de alledaagse banaliteiten van het leven. Dit contrasteert telkens met de aanwezigheid van de vlieg, wat leidt tot een aparte verhouding tussen het normale en het fantasierijke.

Quentin Dupieux is de soort filmmaker die het niet kan schelen wat het publiek van zijn werk denkt. Sterker nog; hij lijkt erop uit te zijn door met ze te sollen. Vreemd genoeg is het verfrissend om zo bespeeld te worden. Dupieux laat je al vroeg weten dat hij weet hoe stom deze film er op papier uitziet, maar hij omarmt deze gekte vervolgens met een mate van beheersing die indruk wekt. Het is moeilijk om niet te gniffelen om de complete absurditeit die hij hier uitdraagt. Soms komt het neer op slechts een paar dingen: een shot van de vlieg, de gelaatsuitdrukking van een van de karakters of een subtiele grap op de achtergrond. Dit alles wordt bereikt zonder ook maar enige filmmuziek, wat het geheel tot een vrij pure filmervaring maakt.

‘Mandibules’ is een excentrieke film die niets anders dan gekheid uitdraagt. Het is een rare en unieke film die bij lange na niet zo memorabel zou moeten zijn, maar dat wel is. De film zal door zijn vreemdheid geen publiekstrekker worden, maar daar lijkt Quentin Dupieux ook niet zozeer op uit te zijn. Zijn droom was simpelweg om een komedie over een reuzenvlieg te maken, wat hij met een bescheiden budget heeft klaargespeeld. Van hoeveel andere filmmakers kan je dat zeggen?

Len Karstens

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 1 april 2021