The Big Heat (1953)

Regie: Fritz Lang | 89 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Glenn Ford, Gloria Grahame, Jocelyn Brando, Alexander Scourby, Lee Marvin, Jeanette Nolan, Peter Whitney, Willis Bouchey, Robert Burton, Adam Williams, Howard Wendell, Chris Alcaide, Michael Granger, Dorothy Green, Carolyn Jones

Een pistool op een bureau. Een hand die het pakt. Een beweging van de arm naar het eigen hoofd. Een schot… een man zijgt ineen. Zo begint ‘The Big Heat’: met de zelfmoord van rechercheur Tom Duncan. Zo eindigt de geschiedenis ook. Voor alle betrokkenen, behalve voor rechercheur moordzaken Dave Bannion (Glenn Ford), die de zaak onderzoekt. Echtgenote Bertha, in krokodillentranen, vertelt hem dat Duncan er een eind aan maakte, omdat hij ziek was. Bannion ontdekt vervolgens dat Tom Duncan een maîtresse had. Die bezweert hem dat er meer aan de hand is en Duncan kerngezond was. Een dag na haar verhaal wordt de maîtresse vermoord aangetroffen. Gedumpt langs de kant van een weg. Alles wijst er op dat er meer aan de hand is, maar Bannions chef geeft hem te verstaan dat hij de zaak moet laten rusten. Dat doet Bannion dus niet. Hij isoleert zichzelf zo volledig. “Niemand is een eiland, Dave”, waarschuwt iemand hem nog. “Je kunt je niet tegen de wereld keren en ermee wegkomen.” Die zin is gericht aan de verkeerde. Het vergt moed om de juiste mensen ter verantwoording te roepen. Moed wordt vaak verward met de wanhoopshouding van iemand die niets meer te verliezen heeft. Optreden juist op het moment dat alles nog op het spel staat, dat is echte moed. Dave Bannion verenigt beide vormen in zich.

‘The Big Heat’ duurt amper anderhalf uur. Voor Fritz Lang, de regisseur die ook ‘Metropolis’ en ‘M – eine Stadt sucht einen Mörder’ maakte, ruim voldoende om een groots en spannend verhaal te vertellen. Het is een opvallende film-noir; het verhaal van de weerbarstige eenling, Bannion, strijdend tegen een criminele bierkaai (Mike Lagana). De arena is een grootstedelijke slangenkuil van verleidelijke vamps, gewelddadige misdadigers, corrupte overheidsdienaars en angstige burgers. De clichés die deze bijvoeglijke naamwoorden in zich dragen, ontstijgt ‘The Big Heat’ met gemak. Kleine details maken er een sprankelende vertelling van. Een politiechef wast net zijn handen op het moment dat Bannion diens kantoor binnenstapt, een barman loopt naar de telefoon en grist onderweg een pepermuntje mee, de topcrimineel pronkt met een schilderij van z’n moeder. Toevallige gebeurtenissen? In films gebeurt niets toevallig. De emoties zijn even vaak temperamentvol en extravert als – typisch film-noir – koel en ingehouden. Lichaamstaal is minstens zo belangrijk als de dialoog. Kijk naar Bannions vuistslagen: woedend, onbezonnen. Film-noir is het genre van droge klappen, van blikken en houdingen. Die zeggen veel, zo niet alles – in het geval van de hoofdpersonen. Bijrollen zijn vaak niet meer dan platte stapstenen voor de held van de film. Hun enige kenmerk een hik, een tik of een slepend been. Fritz Lang bewijst hier dat het slechts een paar welgemikte seconden vergt om een bijrol van gepoederd bordkarton te veranderen in een mens van vlees en bloed. Doordat je leert waaróm ze doen wat ze doen.

De cast staat sowieso als een huis. Het naturel van Bannions vrouw, gespeeld door de oudere zus van Marlon Brando, maakt dat je je direct bij haar thuisvoelt. Dan de betonnen bravoure van crimineel Vince Stone (Lee Marvin, hij is ooit jong geweest!). Aan alles zie je dat-ie z’n kans zal grijpen zodra de man aan de macht een moment van zwakte toont. Gloria Grahame heupwiegt als het onweerstaanbare Fellini-meisje Debby Marsh je leven in. Even wulps als sarcastisch is ze evenwel een vrouw met twee gezichten. Figuurlijk en, na een gruwelijk, suggestief verbeeld moment, letterlijk. Ze is de nar die, omdat niemand haar serieus neemt, tot op zekere hoogte ongestraft kan zeggen hoe de wereld werkelijk in elkaar steekt. Net als iedereen zoekt ze warmte. In haar ervaring geeft een bontjas die alleen sneller dan een mens. Vergeleken bij haar is Dave Bannion een grijze muis. Onverzettelijk grijs, dat wel. Hij heeft ‘het perfecte huwelijk’: “We delen onze whisky, onze sigaretten, ons bier.” Vanzelfsprekend drinken de vrouwen even stevig als de mannen. Even vanzelfsprekend doet Bannion zowel moordzaken als afwas.

Bannion is een man die zijn principes niet laat overvleugelen door egoïsme of angst. De angst die je verlamt als je wordt geconfronteerd met misstanden. Omdat je vreest dat het voor jou het alleen maar erger zal worden, of dat je eigen imperfecties worden blootgelegd. Je kunt de filmtitel gerust zien als een impliciete verwijzing naar die angst, al geeft het verhaal een andere uitleg. ‘The Big Heat’ laat zien hoe het spel met die angst de hiërarchische structuren in de maatschappij in stand houdt. Die formele en informele structuren ordenen onze samenleving door iedereen een plek toe te wijzen. In spreektaal: of je vertelt anderen wat te doen, of je doet wat je wordt verteld. Alleen binnen de beschermde omgeving van de familie Bannion is sprake van gelijkwaardigheid. Op zeker moment vraagt Bannion aan een agent op wacht of hij dat een leuke taak vindt. De agent antwoordt: “Ik doe wat ze me zeggen…” Bannion knikt. “Dat zouden we allemaal moeten doen, is ‘t niet?” Wat betreft de machthebbers, bedoelt hij. Wie niet luistert, wordt in de bovenwereld ontslagen, in de onderwereld koudgemaakt. De film speelt met de vraag in hoeverre boven- en onderwereld überhaupt uiteenlopen. Zo blijkt Tom Duncan én slachtoffer, én dader. Mensen, kortom, laten zich niet zomaar in hokjes duwen, hoe graag we dat ook willen. De status quo aan het begin van ‘The Big Heat’ is een ogenschijnlijk vredige bovenwereld die zich onderhuids laat ringeloren door de onderwereld. De enige die deze schertsvertoning niet accepteert, is Dave Bannion.

Martijn  Laman