The Black Dahlia (2006)

Regie: Brian de Palma | 120 minuten | actie, drama, thriller, romantiek, misdaad, geschiedenis | Acteurs: Josh Hartnett, Scarlett Johansson, Aaron Eckhart, Hilary Swank, Mia Kirshner, Fiona Shaw, Mike Starr, John Kavanagh, Rachel Miner, Victor McGuire, Patrick Fischler, Troy Evans, James Otis, Gregg Henry, Jemima Rooper, Rose McGowan, Dan Ponce, Graham Norris, Mike O’Connell, Pepe Serna, Michael Flannigan, Angus McInness, Anthony Russell, Noel Arthur, John Solari, Steve Eastin

Naar een roman van James Ellroy, wiens ‘L.A. Confidential’ zo meesterlijk door Curtis Hanson tot film is bewerkt, komt hier Brian De Palma’s visie op ‘The Black Dahlia’, die geïnspireerd is op een ware, afschuwelijke moordzaak. En voor de liefhebbers van de zo typische stijl en universum van het noir genre is dit goed nieuws. Corrupte agenten, femmes fatales, coole voice-overs, decadente decors, en personages die roken als ketters. De broeierige sfeer heeft De Palma goed te pakken en ook stilistisch gezien is dit duidelijk een genre die hem op het lijf geschreven is. Deze sfeer en vormaspecten van de film vormen ook de grootste aantrekkingskracht van de film. Is het je voornamelijk te doen om fascinerende inhoud en nagelbijtende spanning, dan kun je beter je heil zoeken bij klassiekers als ‘Chinatown’, of het eerder genoemde ‘L.A. Confidential’.

Maar stijl en attitude is toch waar dit genre grotendeels op draait, en met het juiste bronmateriaal en De Palma’s visuele flair kom je dan toch een heel eind, ook al laten de uitwerking van het verhaal en specifieke vertolkingen te wensen over. Nog meer dan in ‘L.A. Confidential’ hebben we hier weer eens met een lekker ouderwetse film noir van doen. Vooral de dialoog werkt hier aan mee, met opmerkingen als “You’re not the killing kind, and I’m not the dying kind” en: “Do you get the picture? – In technicolor”, waardoor je als kijker de film met een grote glimlach op je gezicht beleeft. Het lijkt bijna een knipogende hommage te zijn in de trant van Tarantino’s ‘Kill Bill’, maar de oprechte wijze waarop de acteurs hun rollen spelen, zorgt ervoor dat we toch op een serieuze manier in het verhaal geïnteresseerd blijven. Al is de vertolking van Ramona Linscott, de moeder van één van de femme fatales in de film, de Elizabeth Short look-alike Madeleine Linscott (Hilary Swank), dan wel bijzonder komisch. Ze steelt de show in een hilarische dinerscène, waarin ook het zusje van Madeleine, Martha, met haar perverse tekeningen duidelijk maakt dat ze uit een geflipt gezin komt. De scène valt wellicht enigszins uit de toon, maar is wel uitermate vermakelijk.

De belichting en cinematografie complementeren de broeierige en pulpy noir-wereld met zijn vette dialogen optimaal. Of er nu een prostituee ondervraagd wordt in haar half verlichte appartement of een getuige door Bucky wordt gesignaleerd wanneer hij in het park een krant aan het lezen is, langzaam over de rand van de krant heenkijkend, het gebeurt allemaal in stijl. Stijlvol is ook het juiste woord om de traditionele introductiescène van de femme fatale te omschrijven, in dit geval Hilary Swank als Madeleine Linscott, die een (variété)club voor vrouwen inloopt waar net K.D. Lang een aardige vertolking ten beste geeft van “Love for Sale”. Door haar lange haren en de manier waarop haar mysterieuze, verleidelijke blik de kijker, en Bucky, bereikt terwijl ze een sigaret aansteekt, duurt het even voordat je de actrice herkent. Het is geïnspireerde casting van de Palma, aangezien je Swank niet zo snel in een dergelijke rol zou inbeelden. Maar het pakt wonderwel uit met de actrice, die gelukkig binnen de grenzen blijft wat de aanzetting, of aandikking, van haar rol betreft.

Ook Eckhhart is overtuigend als de geëmotioneerde agent Lee Blanchard, die zowel geslaagde emotionele uitbarstingen laat zien als subtielere getergde uitdrukkingen, met tranen in de ogen. Mia Kirshner is evenwel prima gecast als de zwarte Dahlia uit de titel, Elizabeth Short. Haar naïviteit en kwetsbare schoonheid komen uitstekend tot uiting in Kirshners vertolking, die in haar screentests in de film overigens sarcastisch commentaar krijgt van (de stem van) De Palma zelf.

Josh Hartnett is dan wat minder goed gekozen als Bucky. Hoewel hij beter uit de verf komt dan je zou denken, en hij zijn klassieke jaren veertig pak en hoed goed weet te dragen, mist hij in bepaalde, belangrijke scènes toch duidelijk bereik. Om erachter te komen wat er in zijn hoofd (en hart) omgaat heb je als kijker uiteindelijk het meeste aan de voice-over, omdat zijn acteerprestaties wat te kort schieten. Johanssen weet ook geen onuitwisbare indruk te maken. Ze is sexy en zwoel, en is in mooie kostuums gehesen, maar haar rol blijft enigszins nietszeggend.

Ook de manier waarop het verhaal zicht ontvouwt zorgt niet voor de gewenste spanning en bevrediging, zoals ‘L.A. Confidential’ die had. Een lange onthullingsscène aan het einde van de film, die doet denken aan James Bondfilms, doet te theatraal aan en laat de kijker eerder onverschillig dan geschokt achter.

Maar gelukkig zorgt de geslaagde sfeer van de film voor redelijk wat compensatie. Zo geven de kostuums en settings een mooi tijdsbeeld, en vult de muziek vaak de emoties in die in het verhaal of de vertolkingen onvoldoende gecommuniceerd worden. En voor de liefhebber is er, nogmaals, het interessante camerawerk om je bezig te houden. Een virtuoos voorbeeld betreft een zogeheten “long take” halverwege de film, het type shot waar Orson Welles zo bedreven in was. Het gaat hier om een lang kraanshot waarbij er langzaam vanaf de grond naar het platte dak van een gebouw wordt bewogen, om vandaar een verontruste vrouw in een weiland te tonen in de achtergrond van het shot. Hierna volgen we een voorbijrijdende auto, vervolgens een fiets, en de “ketting” eindigt tenslotte met een op straat lopende man, die het belangrijkste onderwerp in deze, gewelddadige, scène blijkt te zijn. En dit alles in één enkel shot. Het zijn momenten als deze die ‘The Black Dahlia’ toch grotendeels de moeite waard maken, en de wat teleurstellende impact en verhaalontwikkeling middels stijlvormen aardig weet te compenseren (al schiet de Palma niet altijd raak: zo wordt een belangrijke moord aan het einde van de film weer net té gestileerd gepresenteerd, waardoor de inhoudelijke impact vervlakt). Als je hier als toeschouwer genoegen mee kunt nemen en geen tweede ‘L.A. Confidential’ verwacht, zul je voldoende plezier beleven aan deze de Palma. ‘The Black Dahlia’ is, kortom, geen ongekwalificeerde voltreffer geworden, maar heeft zeker nog wel wat interessants te bieden voor de liefhebber van het genre.

Bart Rietvink