The District! – Nyocker! (2004)

Regie: Áron Gauder | 87 minuten | animatie | Acteurs: L.L. Junior, László Szacsvay, Gyözö Szabó, Csaba Pindroch, Gábor Csöre, Dorka Gryllus, Zoltán Rajkai, Andrea Fullajtár, Andrea Roatis, Károly Gesztesi, István Betz, Judit Jónás, Sándor Badár, János Horváth, Anna Orosz, Balázs Simonyi, Barnabás Szabó Sipos, Nóra Parti, Éva Dögei, Csaba Krisztián Csík, György Vizy, András Faragó, Gyula Szinovál

Wie dacht dat Trey Parker en Matt Stone het alleenrecht hebben op onorthodoxe, politiek incorrecte, en met sex en geweld doorspekte animatie, heeft het mis. Hongaar Áron Gauder geeft met ‘The District!’ de makers van ‘South Park’ het nakijken, zeker als je de grappige, maar snel vervelende speelfilms ‘South Park: The Movie’ en ‘Team America: World Police’ in beschouwing neemt. ‘The District!’ is origineel in zijn inhoud – dat wil zeggen in zijn wilde, postmoderne collage van bekende verhalen of elementen – , visueel overdonderend, en swingt qua muziek de pan uit. Voor de kijker die niets heeft tegen de ruige, “volwassen” benadering die hier gebruik wordt, en tevens van animatie houdt, zal zich als een kind in een snoepwinkel voelen bij het kijken naar deze film.

De film begint al goed met een flitsende montage, verhalend over de verschillende types die het district bevolken en wat er allemaal voor ongure praktijken plaats vinden. De beelden van gangsters, dealers, en prostituees in actie worden begeleid door wilde (Hongaarse) rap en een lekkere beat. De animatiestijl is bijzonder. Met de hand getekende 2-d lichamen met 3-d gezichten erop die zijn overgetrokken van échte foto’s, welke met behulp van de computer zijn geanimeerd. De gezichtsuitdrukkingen zijn, net als de bewegingen van de ledematen, schokkerig, wat de stijl zijn eigen karakter geeft. In eerste instantie lijkt het een te theatrale manier van communiceren te zijn, en het blijft altijd amusant, maar toch blijkt het niet af te leiden van het verhaal of betrokkenheid bij de personages. Wat dit laatste betreft geeft de stijl juist een soort extra charme aan de personages, die hierdoor gek genoeg meer tot leven komen.

De omgevingen zijn vooral handgetekend, en hebben vaak een oranje gloed. De stad zelf komt vrij schilderachtig over, maar de film zelf is allesbehalve rustig, met dynamisch camerawerk, trippy droom- of fantasiemomenten, en niet te vergeten de aanstekelijke hip hop beats en lekker “flowende” Hongaarse raps. In feite is ‘The District!’ een soort anarchistische musical, maar dan wel met nummers die allemaal goed werken, in tegenstelling tot de muziek in films als ‘Charlie and the Chocolate Factory’ of eerder genoemde ‘South Park: The Movie’. Erg vermakelijk is de scène waarin de twee antagonisten in de film, de zonen van twee concurrerende (kleine) criminelen, een rap battle tegen elkaar houden, waarbij ze op een gegeven moment zelfs op Dragonball-wijze op elkaar afvliegen, met kleurrijke flitsen op de achtergrond. Maar ook de scène met een trio dansende prostituees die hun werk uit de doeken doen, terwijl de woorden van de tekst, al was het karaoke, met een stuiterend balletje benadrukt worden.

Er is ontzettend veel te zien in de frames van de film, dus het loont om ‘The District!’ meer dan eens te bekijken: opschriften op t-shirts, posters op kamers (van TATU, Bruce Lee, Britney Spears), de speeltjes van politici (Chirac met Guillotine, Sharon met bulldozer), of gewoon de geinige uitdrukkingen van bijpersonages.

‘The District!’ laat in zijn inhoud een bizar mengelmoesje van verhaalelementen zien. Om te beginnen is er het Romeo & Juliet verhaal van Richie die Julika, de dochter van de vijand van zijn vader, het hof wil maken maar denkt hier geld voor nodig te hebben. Hij verneemt dat geld uit olie te halen is, maar hoe komt hij aan olie? De plaatselijke nerd biedt uitkomst. Deze fabriceert namelijk een draagbare tijdmachine om naar de steentijd terug te keren, een kudde mammoeten met behulp van een kernbom – aangeleverd door Osama Bin Laden, die in de kelder woont van één van de scholieren – en wat karatemoves in een kuil te begraven, om vervolgens weer terug naar het heden te gaan en olie uit deze fossielen te winnen. “Easy money”, toch? Ze krijgen direct aanzien in de stad, maar Richie vindt het op een gegeven moment wel mooi: het is hem immers alleen om de hand van Julika te doen. Hij draagt de business aan zijn vader (en dat van diens concurrent) over en richt zich op de liefde. Echter, Amerika blijkt lucht te hebben gekregen van de plotselinge rijkdom van dit obscure Europese landje, en steekt hier een stokje voor op basis van een irrelevante video-opname van een licht geflipte waarzegster. Een kernbom is het antwoord, want Europa mag geen controle krijgen over de “righteous, God given economy” van Amerika.

Deze politieke resolutie van het verhaal is best grappig, maar lijkt wat uit de toon te vallen bij het lokale karakter van de rest van de film. En ook al zorgt het voor een flinke klapper als einde, de losse eindjes worden er niet echt bevredigend mee weggewerkt. Er komen nog wat korte afrondingen en dan moeten we helaas alweer afscheid nemen van de recalcitrante jongeren en corrupte agenten in dit Hongaarse stadje. Hopelijk keer regisseur Gauder nog een keer terug naar dit universum, want niet sinds ‘Sin City’ was het leven in een foute buurt zo vermakelijk.

Bart Rietvink