The Goddess of 1967 (2000)

Regie: Clara Law | 118 minuten | drama, komedie, romantiek | Acteurs: Rose Byrne, Rikiya Kurokawa, Elise McCredie, Nicholas Hope, Tim Richards, Bree Beadman, Satya Gumbert, Tina Bursill, Dominic Condon

‘Buffalo ’66’ en ‘The Goddess of 1967’ zijn typische roadmovies: thema’s als vervreemding, op de vlucht slaan en tegelijkertijd ergens naartoe gaan en onderlinge spanning komen ruimschoots, maar impliciet aan bod in beide films.

Het is niet de enige overeenkomst in de twee films. Beide films worden gekenmerkt door de opvallende en gevarieerde manier en stijl van filmen. Beide films barsten van de kleuren, maar beide films hebben tegelijkertijd een nogal verstild karakter dankzij langzame en stille shots. Beide films hebben veel dialogen, hoewel dit vooral in ‘Buffalo ’66’ het geval is. Beide films zijn, dankzij het verhaal maar nog meer dankzij de manier waarop ze gemaakt zijn, interessant en boeiend om naar te kijken.

Dan komen we meteen ook bij de minpunten, die eveneens voor beide films gelden. Het verhaal is wel interessant, maar niet origineel. Beide films kunnen zich niet onderscheiden door extra elementen toe te voegen aan de typische verhaallijnen van de roadmovie. Natuurlijk, in de loop van de films komen er wel wat lijken uit de kast, maar ook dat hoort bij een goede roadmovie. Je weet niet meteen alles van de hoofdpersonen. Aan het einde van deze twee films weet je zelfs nog bijna niks van de reisgenoten van de wraakzoekers. Vooral Layla (Christina Ricci) uit ‘Buffalo ’66’ blijft een onwerkelijk persoon, haast een fantasiefiguur voor Billy (Vincent Gallo).

Natuurlijk zijn er ook verschillen. ‘The Goddess of 1967’ speelt zich af in het weidse en woeste Australische landschap. Yoshiyashi (Rikiya Kurokawa) is een Japanse computerhacker die naar Australië komt. In eerste instantie vooral omdat hij geïnteresseerd is in de Citroën DS, die te koop is, van een Australiër. Gaandeweg wordt echter duidelijk dat hij ook Japan is ontvlucht vanwege zijn hackersactiviteiten en vanwege een dodelijk ongeluk van een vriend met wie hij ruzie had. De DS (in Nederland bekend als de Snoek) is de godin (‘Déesse’) uit de titel. Als Yoshiyashi aankomt bij het huis van de Australiër treft hij de man en zijn vrouw dood aan, met als enige getuigen het kleine dochtertje van het echtpaar en Deidre (Rose Byrne), het blinde tienernichtje van de familie. Volgens Deidre heeft de man zijn vrouw en daarna zichzelf doodgeschoten. De DS is er nog en van Deidre mag Yoshiyashi hem hebben, als hij haar eerst nog brengt naar een plek zo’n vijf dagen rijden van de stad waar ze zijn. Daarmee begint een reis die Deidre terugbrengt naar haar jeugd met haar moeder en haar grootvader, gedrieën wonend in een caravan. In de loop van de film wordt steeds duidelijker op wie Deidre wraak wil gaan nemen.

Hoewel Yoshiyashi op haast aandoenlijke wijze stoer doet, is het duidelijk dat hij eerst nogal bang voor, en later vooral geïntrigeerd is door Deidre. Gedurende de reis groeien ze naar elkaar toe, wat vooral mooi in beeld wordt gebracht door het langzaam maar zeker ontstaan van lichamelijk contact tussen beiden.

‘Buffalo ’66’ is in alles een minder subtiele, en somberder film. Billy heeft net een gevangenisstraf uitgezeten van vijf jaar. Niet omdat hij schuldig was, maar omdat hij op die manier een schuld kan aflossen bij een bookmaker, na een wat al te enthousiaste weddenschap op een footballwedstrijd van de Buffalo’s. De winst op die weddenschap is hem door de neus geboord door een mislukt schot van footballspeler Sonny. Billy is vastbesloten om wraak te nemen op Sonny, die inmiddels een stripclub runt. Voordat hij hiertoe kan overgaan, zal hij echter op bezoek moeten gaan bij zijn ouders, die hij voorgelogen heeft dat hij een goede baan heeft, waarvoor hij lange tijd op reis moest, en dat hij gelukkig getrouwd is. Daartoe kidnapt hij een danseresje, Layla, die bij Billy’s ouders thuis helemaal opgaat in haar rol en echt genegenheid voor Billy krijgt.

De ouders van Billy zijn een verhaal apart. Zijn moeder, in Buffalo-outfit, kijkt alleen maar tv naar de Buffalo’s. Maar naar welke wedstrijd? De wedstrijd die Billy in de bak deed belanden, of toch de wedstrijd uit 1966, die ze toen niet kon zien omdat ze lag te bevallen van Billy? Zijn sadistische vader heeft meer aandacht voor de rondborstige Layla…

‘Buffalo ’66’ is een vreemdere film dan ‘The Goddess of 1967’ en dat komt vooral door de vreemde karakters. De totaal verknipte Billy blijkt een zielig, onzeker jongetje te zijn, die Layla’s toenaderingen wegsnauwt. Het vreemde gedrag van de ouders wordt de kijker in het gezicht gesmeten, zonder enige impliciete verklaring, en Layla blijft een flinterdun, haast doorzichtig persoontje dat spontaan begint te tapdansen.
Die vreemdheid maakt de film echter niet sterker. Dat ligt niet aan de acteerprestaties van de toch zeer gerenommeerde acteurs die acteur-regisseur Gallo om zich heen heeft verzamelt. Het ligt puur aan de grote hoeveelheid en diversiteit aan film- en regietechnieken die hij heeft toegepast. Kunstig, interessant, boeiend, maar vooral teveel.

De conclusie is dat beide films zeer mooie films zijn. Het genre maakt dat je voortdurend met de acteurs op reis bent, en benieuwd bent waar ze naartoe gaan. Maar beide films hebben het manco dat ze niet echt beklijven. Met de personages kun je je uiteindelijk niet identificeren. Bij ‘The Goddess of 1967’ doen regisseur en acteurs er wel de moeite voor, en vooral dankzij de het soms komische en subtiele karakter van de film lukt het ook nog wel. Maar bij  ‘Buffalo ’66’ lijkt identificatie met de personages helemaal niet de bedoeling. Daar kan je voor kiezen als schrijver/regisseur, maar waarom de film dan uiteindelijk nog zo zoetjes moet aflopen, is dan wel de vraag.

Daniël Brandsema