The Godfather: Part III (1990)

Regie: Francis Ford Coppola | 162 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Al Pacino, Diane Keaton, Talia Shire, Andy Garcia, Eli Wallach, Joe Mantegna, Bridget Fonda, Sofia Coppola, Franc D’Ambrosio, George Hamilton, Raf Vallone, Donal Donnelly, Richard Bright, Helmut Berger, Don Novello

Nostalgie is het eerste woord dat in je opkomt bij het zien van het derde deel van ‘The Godfather’. Nostalgie omdat de familie Corleone – en ook regisseur Coppola – meer dan eens teruggrijpt naar het verleden om houvast te krijgen. Als kijker verlang je ook terug naar de oude wereld van – en naar de twee films met – papa Vito.

Nummer drie is een veel ‘zachtere’ film dan de andere twee en het contrast is groot. Wat doen de oude Connie en Kay plotseling in het middelpunt van de belangstelling? Waarom is er niet gekozen voor een soepele overgang van de genadeloze Michael uit II naar de vergevingsgezinde opa die hij is in III? Ontwikkelingen die totaal niet passen in de wereld van de Corleone’s. Deel III krijgt daardoor de sfeer van een reünie, waarbij de oudjes maar niet willen beseffen dat het voorbij is. De jeugd staat echter al te trappelen in de vorm van de zelfverzekerde Garcia, de ‘all American’ Bridget Fonda en de amateuristische maar ontwapenend sensuele Sofia Coppola; Garcia en Coppola zouden het epicentrum van de film moeten zijn, maar worden door Coppola (de regisseur) gedwongen een bijrol te spelen in het drakerige schuldbewustzijn van Michael. Die zit huilend bij de priester te biechten voor al zijn zonden en slaagt er nog bijna in een family-man van Amerikaanse snit te worden, als het gebroken gezin op Sicilië wordt verenigd voor het operadebuut van zoon Anthony.

Het mag niet zo zijn; een happy end zou natuurlijk te ver gaan, maar ook het gekozen einde ontroert niet. Dat hangt samen met de ommezwaai van Michael. Hij is geen tragische held die getroffen wordt door het noodlot. Wie liet nou al dat gemoord zo uit de hand lopen en offerde zijn privéleven op voor de macht? De parallellen met het verleden van de Corleone’s worden bovendien te veel aangezet en dat heeft niet het juiste effect. Het lijkt een poging het glorieuze drama van deel 1 te doen herleven, met Pacino als de oude Vito en Garcia als de jonge. Maar de geest is uit de fles.

Goede dingen zijn er zeker, zoals de al genoemde jeugdige acteurs. En je moet maar eens proberen iemand dood te schieten door zijn hand (een trucje van neef Vinnie). Mosterd na de maaltijd is het daardoor niet helemaal, eerder een opgewarmd kliekje waar wat verse jus overheen is gegoten. Het heeft blijkbaar zo moeten zijn.

Jan-Kees Verschuure