Vinyan (2008)

Regie: Fabrice Du Welz | 96 minuten | drama, horror, thriller | Acteurs: Emmanuelle Béart, Rufus Sewell, Julie Dreyfus, Petch Osathanugrah, Amporn Pankratok, Josse de Pauw, Omm, Borhan Du Welz

Heeft u ooit gehoord van Orson Welles’ ‘Heart of Darkness’ (1939)? Het is een verhaal uit 1939 dat een film had moeten worden, maar waarmee Welles niet verder kwam dan een hoorspel op de radio. Het vormde de inspiratiebron voor Francis Ford Coppola’s meesterwerk ‘Apocalypse Now’ uit 1979. Nu vormt het ongetwijfeld een inspiratiebron voor ‘Vinyan’. Net als ‘Heart of Darkness’ gaat ‘Vinyan’ over een zoektocht naar een vermiste persoon, diep in de jungle van een willekeurige hel op aarde, in dit geval Birma.

Het idee is spannend. Twee (of meer) mensen gaan op zoek en je voelt al aan je water dat hier niet veel goeds van kan komen. Contact met de buitenwereld wordt steeds moeilijker, naarmate men dieper the rabbit hole induikt. Personages zien zichzelf hopeloos overgeleverd aan de elementen en elkaar, in een omgeving die ze vreemd is en die vijandig is. En dan hebben we het nog niet eens over mensen met slechte intenties. Die confrontatie met elkaar en die andere mensen, vooral criminele, is spannend en fascinerend. We worden in deze film meegevoerd in de donkere wereld van sekshandel in kinderen en zien de twee hoofdfiguren en ook onszelf hard geconfronteerd met eigen visies op goed en kwaad en juist of onjuist. Voortdurend worden we heen en weer geslingerd: wie is er nu ‘goed’ en wie niet, wie kan je vertrouwen? Dat is de eerste helft van de film: spannend, meeslepend, intrigerend.

Dan komt de tweede helft. Meer en meer begint duidelijk te worden dat er iets niet klopt. Wat dat is, moet nog even een verrassing blijven, maar het is niet best. En dat is prima, kan goed werken, kan spannend zijn, als het maar geloofwaardig blijft, als het maar realistisch is. Want per slot van rekening hebben we hier niet te maken met een science fiction film. Dat we uiteindelijk toch niet met een realistisch drama, maar met een horrorachtige thriller van doen hebben, wordt veel te laat duidelijk en is zeer teleurstellend. Want de zorgvuldig opgebouwde spanningsboog van twee getraumatiseerde mensen, die elkaar haten en liefhebben tegelijk, beide verteerd door schuldgevoelens en egoïstische verlangens, wordt in de tweede helft van de film steentje voor steentje afgebroken, om te eindigen in een belachelijke, bedachte ‘climax’ van onzinnigheid. Eigenlijk weet je het al zodra de eerste mysterieuze, in modder gehulde kindertjes opduiken: dit gaat de verkeerde kant op! Wat begint als een aanklacht tegen onmenselijkheid en een confrontatie met het zwartste in de mens, eindigt, helaas, als een stukgeprikte ballon.

Terugkijkend naar de opening heeft de film de vrees die oprees in de onderbuik helaas waargemaakt. Met veel te grote letters en daardoor onleesbare openingscredits en de daarop volgende, vage openingssequentie wordt ons iets voorgeschoteld dat wellicht een mooi idee was, maar voornamelijk irritatie oproept. De film die volgt doet nauwelijks vermoeden dat we te maken hebben met een horrorachtige thriller, tot het laatste deel, maar dan geloven we het niet meer. Het enige wat dan overblijft is een film met een veel te bedacht idee, dat alle kracht eruit zuigt.

Arjen Dijkstra