1900 – Novecento (1976)

Regie: Bernardo Bertolucci | 300 minuten | drama, oorlog | Acteurs: Robert De Niro, Gérard Depardieu, Dominique Sanda, Francesca Bertini, Laura Betti, Werner Bruhns, Stefania Casini, Sterling Hayden, Anna Henkel, Ellen Schwiers, Alida Valli, Romolo Valli, Giacomo Rizzo, Pippo Campanini, Paolo Pavesi, Roberto Maccanti, Antonio Piovanelli, Paulo Branco, Liu Bosisio, Maria Monti, Anna-Maria Gherardi, Pietro Longari Ponzoni, Angelo Pellegrino, José Quaglio, Clara Colosimo, Carlotta Barilli, Odoardo Dallaglio, Sergio Serafini, Patrizia De Clara, Fabio Garriba, Nazzareno Natale, Stefania Sandrelli, Donald Sutherland, Burt Lancaster

Bernardo Bertolucci levert met ‘1900’ een lange, maar krachtige film over vriendschap, jaloezie, sociale misstanden en de opkomst van het fascisme in Italië. Knap is dat de film blijft boeien, ondanks de lengte die overigens sterk verschilt door censuurperikelen. De sterke cast tilt het geheel naar een hoger niveau met goed acteerwerk. Robert De Niro is één van de bekende namen. Hij is sterk op dreef als rijkeluisjongen, die opgroeit in het benauwende Italië van de “Duce”, Benito Mussolini. Eerder in 1976 maakte hij indruk als Travis Bickle in Martin Scorsese’s ‘Taxi Driver’, maar in ‘1900’ is De Niro’s rol geheel anders. Fransman Gérard Depardieu imponeert eveneens als de moedige boerenzoon Olmo die zich, in tegenstelling tot De Niro, aan de onderkant van de samenleving bevindt.

Beide jongens groeien met elkaar op, maar de ene is rijk en de andere arm. Bertolucci (‘Last Tango in Paris’, 1972) werkt de verschillende wegen die beide inslaan – soms door afkomst, soms door maatschappelijke veranderingen – heel mooi uit. De regisseur neemt de tijd om beide karakters te ontwikkelen, zonder teveel uit te weiden. Uiteindelijk staat de rijke De Niro minder stevig in het leven dan Depardieu, die vanaf zijn geboorte reeds als bastaard bekend staat. Andere leden van de cast verdienen ook lof. Zo is Donald Sutherland duidelijk aanwezig, in een theatrale maar knappe rol als de onbetrouwbare fascist Attila. In Sutherland’s eerste scènes neigt hij naar “overacteren”, maar later wordt duidelijk dat Attila het fascisme in persoon is. Hij staat voor het kwaad dat in iedere mens schuilt. Verder is veteraan Burt Lancaster sterk als De Niro’s grootvader, die niet om kan gaan met rijkdom en zich vergrijpt aan minderjarige meisjes.

Bertolucci schetst met ‘1900’ op het eerste gezicht een beeld van een snel veranderend Italië tussen 1900 en de Tweede Wereldoorlog. De tijdsovergangen van pakweg veertig jaar vloeien op meesterlijke wijze in elkaar over. Heel knap. De industriële veranderingen en de groeiende kloof tussen arm en rijk splitsen de natie in tweeën. Mensen met geld steunen het fascisme en de landarbeiders verenigen zich aan socialistische zijde.  Maar ‘1900’ biedt meer. De film draait om twee jongens die elkaar in hun leven letterlijk blijven tegenkomen. Daarnaast toont de film een ontluisterend beeld van het leven van de rijken. In ‘1900’ zijn de gefortuneerden onzeker, lijden aan schuldgevoelens en gaan ten onder aan onderlinge jaloezie. Vooral de vrouwen gunnen elkaar het licht in de ogen niet en De Niro’s aantrekkelijke vrouw dreigt ten onder te gaan aan drankmisbruik. Bovendien toont de film een somber beeld van ouderdom, met Lancaster als lichtend voorbeeld. Als je ouder wordt, schrijft men je af. Met Lancaster loopt het dan ook niet best af.  De stijl van Bertolucci is confronterend. Je moet ervan houden. Bertolucci windt geen doekjes om hetgeen hij over wil brengen. Of het nu gaat om blote vrouwen of een pornografisch intermezzo van een hoertje met twee mannen. Maar ook een brute executie van burgers door fascisten en boeren die varkens op primitieve wijze slachten.

Met ‘1900’ kun je een paar avonden vullen met film. Sommige versies zijn vier uur lang, andere meer dan vijf. De film blijft boeien, ondanks zijn lange duur en dat is knap. Sterke rollen van De Niro, Depardieu en Sutherland. Intrigerend beeld van een verscheurd land en de keuzes die mensen maken in tijden van angst en onderdrukking.

Robbert Bitter