Burden (2018)

Recensie Burden CinemagazineRegie: Andrew Heckler | 118 minuten | drama | Acteurs: Andrea Riseborough, Garrett Hedlund, Forest Whitaker, Tom Wilkinson, Tess Harper, Usher Raymond, Crystal Fox, Austin Hébert, Anna Colwell, Jason Davis, Charles Green, Dexter Darden, Jeff Pope, Jessejames Locorriere, Joshua Burge, Robin Dyke, Tia Hendricks, Alex Van, Al Mitchell, Tian Richards, Estes Tarver, Carolyn Jones Ellis, Lindsey Moser, Roman Spink, Fiona Domenica, Devin Bright

Mannen in (meestal) witte gewaden inclusief puntmuts die in het donker samenkomen om kruizen in brand te steken om daarmee hun witte superioriteitsgevoel te onderstrepen. Dat angstaanjagende beeld behoort officieel tot het verleden; althans, een centraal georganiseerde Ku Klux Klan bestaat niet meer. In plaats daarvan zijn er diverse splinterorganisaties voor in de plaats gekomen die het verwerpelijke gedachtegoed in ere houden. Racisme is helaas nog altijd niet de wereld uit, dat zien we ook anno 2020 in de kranten en op de journaals. In de VS (en ook daarbuiten) lijkt het vastgeroest in de maatschappij. Is de hele burgerrechtenbeweging die streefde naar gelijke rechten voor zwart en wit dan voor niets geweest? Het drama ‘Burden’ (2018) van debuterend regisseur Andrew Heckler tracht een pamflet van hoop te zijn. Het is het waargebeurde verhaal van een man die grootgebracht werd met het gedachtegoed van de KKK, maar uiteindelijk voor de liefde koos om te breken met zijn verleden. Dat werd hem niet bepaald gemakkelijk gemaakt door zijn oude ‘familie’.

De mensenrechtenbeweging ten spijt; in het stadje Laurens, South Carolina lijkt de tijd al die jaren stil te hebben gestaan. Rassenscheiding is hier, althans voor een deel van de bevolking, nog altijd aan de orde van de dag. Een clubje jonge rednecks klust en zwoegt om een winkelpand op tijd in orde te maken voor de grote opening. Als dat gelukt is, vieren ze dat met een barbecue en een kampvuur; honden blaffen vrolijk en kinderen spetterend rond in een tot zwembad omgeturnde laadbak van een truck. Een vreedzame openingsscène, maar schijn bedriegt: het winkelpand blijkt dienst te gaan doen als KKK-museum en merchandise-shop, en de jonge Mike Burden (Garrett Hedlund) mag van de grote leider Tom Griffin (Tom Wilkinson) de tent gaan runnen. Mike werd ooit als weeskind van de straat gehaald door Griffin en onder zijn vleugels genomen: een kwetsbare jongen van eenvoudige komaf zoals hij laat zich gewillig indoctrineren met zijn racistische ideologie. Hij weet simpelweg niet beter en ziet in de zwarte medemens een makkelijke zondebok om zijn eigen frustraties over zijn laaggeletterdheid, armoede en kansloze bestaan op te botvieren.

Maar dan leert hij de alleenstaande moeder Judy (Andrea Riseborough) kennen, hij valt direct als een blok voor de vrouw die zichzelf weliswaar ‘white trash’ noemt maar die haar onvrede over haar eigen leven ten minste niet op een ander afschuift. Ze moet niets hebben van racisme; zo is het beste vriendje van haar zoon een zwart jongetje en gaat ze zelf ook om met zijn ouders (R’nB-ster Usher Raymond en Tia Hendricks). Ze heeft bovendien diep respect voor dominee David Kennedy (Forest Whitaker), die – in de lijn van Dr. Martin Luther King Jr. – met geweldloos verzet probeert het KKK-museum in zijn stad te laten sluiten omdat er haat gepredikt wordt. Als Judy de confrontatie met de racistische ‘familieleden’ van Mike niet langer trekt, dwingt ze hem een keuze te maken: als hij een relatie met haar en haar zoontje wil, dan moet hij breken met de Klan. Mike kiest voor de liefde, maar raakt daar meer mee kwijt dan alleen zijn oude vrienden: Griffin en consorten besluiten het hem onmogelijk te maken een nieuw leven op te bouwen, en Mike en Judy zien geen andere keuze dan bij dominee Kennedy aan te kloppen voor onderdak. Maar daar staat logischerwijs niet iedereen te springen om een gewelddadige racist in huis te nemen.

Voor Heckler, van huis uit acteur met een bescheiden cv, is dit een project dat hem zeer na aan het hart gaat. Naar verluidt had hij eind jaren negentig, vlak na de gebeurtenissen in Laurens dus, die in 1996 plaatsvonden, al plannen voor een verfilming; het scenario lag al zo’n twintig jaar klaar voordat er eindelijk een producent werd gevonden die met hem in zee ging. De aanhouder wint, zullen we maar zeggen. Heckler kon eind jaren negentig niet bevroeden dat het thema van zijn geesteskind twee decennia later nog altijd uitermate actueel zou zijn. Het is aan de film te merken dat Heckler een groentje is achter de camera, want op visueel en tonaal is het allemaal wat chaotisch en inconsequent. Het scenario en karakterbeschrijvingen zijn ook vrij kort door de bocht en ongenuanceerd: de zwarte bevolking van Laurens is vergevingsgezind, rechtschapen en barmhartig, waar de witte mensen agressief, onnozel en lomp voor de dag komen. Alleen de personages Mike en Judy zijn verder uitgediept en bevinden zich ergens in het midden van het spectrum, zij het Mike meer naar rechts en Judy meer naar links. Heckler voert ook nog een analogie op waarin een hert de hoofdrol speelt; aardig bedacht, maar omdat het zo halfslachtig is uitgewerkt had hij het beter weg kunnen laten.

Waar de debuterend regisseur wél in geslaagd is, is het gedetailleerd schetsen van de microsamenleving waarin de Klan-leden leven. De eerder beschreven barbecuescène is rijk aangekleed, dynamisch en sfeerrijk en onderstreept: deze mensen mogen dan een verwerpelijk gedachtegoed aanhangen, ze hebben wel degelijk ook een andere, vriendelijkere kant. Ook in zijn keuze van acteurs heeft Heckler het uitstekend gedaan. Oscarwinnaar Forest Whitaker (‘The Last King of Scotland’, 2006) en de tweemaal voor een Oscar genomineerde Tom Wilkinson (‘In the Bedroom’, 2001 en ‘Michael Clayton’, 2007), daar kun je je natuurlijk geen buil aan vallen. Maar het zijn vooral Hedlund en Riseborough die hier indruk maken. Hedlund maakt van Mike Burden een heel fysiek personage, met een eigenaardig loopje, veelvuldig naar beneden kijkend (alsof hij gewend is onderdanig te zijn), een onafscheidelijk stuk pruimtabak en morsige kleding. Een personage waar direct de tragiek van afdruipt. Van zijn voorgeschiedenis krijgen we slechts flintertjes mee; dat hij als klein jongetje bevriend was met Ushers personage Clarence Brooks bijvoorbeeld. Natuurlijk hoef je niet alles uit te kauwen, maar hoe Mike ooit in de armen van Griffin gedreven werd hadden we wel graag willen weten. Riseborough is eveneens overtuigend; ondanks haar eenvoudige komaf beschouwt ze iedereen als gelijke, wat haar direct innemend maakt. Ze veroordeelt Mike niet meteen vanwege zijn achtergrond, ziet in dat hij een tweede kans verdient, zeker als ze ziet hoe lief hij met haar zoontje omgaat.

‘Burden’ wordt, zeker in de tweede helft, moralistisch en prekerig en laat dan alle subtiliteit varen. Maar de boodschap an sich die Heckler wil uitdragen is er een van vergeving en hoop en daar kun je natuurlijk weinig op tegen hebben. De regisseur weet niet goed te verhullen dat dit zijn debuut is, maar kan gelukkig leunen op een overtuigende cast die zijn in de kern sympathieke film overeind houden.

Patricia Smagge

Waardering: 3

Bioscooprelease: 23 juli 2020