Cat’s Eye (1985)

Regie: Lewis Teague | 94 minuten | horror, thriller, komedie | Acteurs: Drew Barrymore, James Woods, Alan King, Kenneth McMillan, Robert Hays, Candy Clark, James Naughton, Tony Munafo, Cout Miller, Russell Horton, Patricia Benson, Mary D’Arcy, James Rebhorn, Jack Dillon, Susan Hawes, Shelly Burch, Sal Richards, Jesse Doran, Patricia Kalember, Mike Starr, Charles S. Dutton, Frank Welker

In ‘Cat’s Eye’ komen drie verhalen langs, gebaseerd op verhalen van horrorschrijver Stephen King. De verbindende schakel is een kat die op zoek is naar het meisje Amanda, dat zich in moeilijkheden bevindt.

Dick Morrison wil de sigaretten voortaan laten liggen en schrijft zich in bij het bedrijf Quitters Incorporated om hem van zijn verslaving af te helpen. Hij ontdekt echter dat dit bedrijf er wat ongebruikelijke methodes op na houdt om zijn klanten te helpen, methodes waar niet alleen het welzijn van de klanten voorop staat.

Een geslaagd verhaal, mede door de bedrieglijk vriendelijke maar tegelijkertijd dreigende woorden van Quitters medewerker Vinny Donati. Ook is er de nodige opgeroepen nieuwsgierigheid en spanning bij de vraag hoe ver dit bedrijf gaat om zijn klanten te ‘helpen’ en de nodige afkeer wanneer we er getuige van zijn hoe er daarin praktisch te werk wordt gegaan. Ook de nodige humor wanneer de naar nicotine hunkerende Dick Morrison wordt geplaagd door visioenen waarmee zijn rooklust wordt aangewakkerd en de scènes waarin hij aan zijn rookdrang weerstand moet zien te bieden of er juist krampachtig onderuit probeert te komen.

Johnny Norris heeft een verhouding met de vrouw van de gangster Cressner. Wanneer deze achter de buitenechtelijke verhouding van zijn vrouw komt dwingt hij Johnny te lopen over de richel en de uitsteeksels van een hoog flatgebouw. Onderwijl schept Cressner er genoegen in om dit Johnny zo moeilijk mogelijk te maken zodat deze de grootste moeite heeft om in evenwicht te blijven.

Opnieuw een geslaagd verhaal. Wederom door de vraag hoever de wraaklustige Cressner gaat bij de uitvoering van zijn wraakplannen en de geniepigheden die hij uithaalt om Johnny van grote hoogte te pletter te laten vallen. Hetgeen ook qua spanning de aandacht vasthoudt wanneer Johnny’s kansen het te overleven steeds kleiner worden. Met opnieuw de nodige geslaagde humor door de manier waarop diverse voor Johnny hachelijke situaties in beeld worden gebracht en het sadistisch genoegen dat Cressner daaruit schept.

De jonge Amanda ontfermt zich over een zwerfkat. Ze neemt hem in huis maar wanneer er vernielingen in haar slaapkamer worden geconstateerd, wordt de kat uit huis verbannen. Het blijkt echter dat zich in Amanda’s kamer iets sinisters bevindt dat het op haar voorzien heeft.

Een op diverse fronten aardig verhaal, maar ook een dat duidelijk achterblijft bij de vorige twee verhalen en er qua opzet en uitwerking ook wel van afwijkt. Ook door het als boosaardig en eng bedoelde maar niet bepaald als zodanig overkomende uiterlijk van het dwergachtig wezen dat het op Amanda heeft voorzien. Een uiterlijk dat ook eerder op de lachspieren zal werken dan dat het de haren te berge doet rijzen. Wel spannend wanneer Amanda langzaam maar zeker aan hem ten prooi lijkt te vallen en in de scènes waarin, met wederom de nodige humor, de geadopteerde zwerfkat genaamd ‘General’ de strijd met het dwergachtig gedrocht aanbindt.

Geslaagd acteerwerk van de diverse betrokkenen. De nodige bekende namen en gezichten zetten samen met de minder bekende acteurs en actrices hun beste beentje voor en scheppen ook duidelijk het nodige genoegen in hun werk, iets dat in de regel helpt om de amusementswaarde van het geheel te vergroten. Ook leuk, met name voor de fans en kenners van de verhalen van Stephen King is het herkennen van de verwijzingen die naar andere verhalen van zijn hand worden gegeven. Waarom de kat de verbindende schakel is tussen de verhalen in deze film roept wel vragen op want enig verband tussen de verhalen lijkt niet aanwezig. Ook aangaande de visioenen die de kat van Amanda in nood heeft wordt geen uitleg gegeven. Naar verluidt omdat het door de studio’s te onzinnig werd bevonden om het als uitleg in de film op te nemen.

‘Cat’s Eye’ is niet overal even eng. Vooral in het eerste verhaal is het duidelijk dat het om de combinatie van horror en humor gaat en uit de komische noten die er elders aanwezig zijn blijkt dat er bij de vormgeving van de verhalen geen ijzingwekkende opzet aanwezig was. Afgezien hiervan is ‘Cat’s Eye’, ondanks de verschillen die her en der met de geschreven verhalen van King aanwezig zijn een overwegend verdienstelijk vormgegeven en onderhoudende horrortrilogie. Voor de liefhebbers van horrortrilogieën en de verhalen van Stephen King de moeite meer dan waard.

Frans Buitendijk