I bambini ci guardano – The Children Are Watching (1944)

Regie: Vittorio De Sica | 85 minuten | drama | Acteurs: Emilio Cigoli, Luciano De Ambrosis, Isa Pola, Adriano Rimoldi, Giovanna Cigoli, Jone Frigerio, Maria Gardena, Dina Perbellini, Nicoletta Parodi, Tecla Scarano, Ernesto Calindri, Olinto Cristina, Mario Gallina, Zaira La Fratta, Armando Migliari, Guido Morisi, Giulio Alfieri, Vasco Creti, Augusto Di Giovanni, Agnese Dubbini, Riccardo Fellini, Cesare Gabrielli, Aristide Garbini, Luigi Garrone, Rita Livesi, Achille Majeroni, Lina Marengo, Claudia Marti, Marcello Mastroianni, Astorre Pederzoli, Giovanna Ralli, Carlo Ranieri, Alfredo Salvadori, Gino Viotti

Er zijn betere momenten te bedenken om je carrière als filmregisseur te beginnen dan de Tweede Wereldoorlog. Voor Vittorio De Sica kwam het toevallig zo uit. In de jaren dertig was hij een van de populairste acteurs van Italie, een waar matinee idool. In de jaren veertig verzette hij zijn bakens. Eerder had hij ook al films geregisseerd, maar pas gedurende de Tweede Wereldoorlog ging hij zich er serieus mee bezighouden. Na het geprezen ‘Teresa Venerdi’ (1941) volgde ‘I bambini ci guardano’ (1944), zijn vijfde film en de eerste waarin hij met niet-professionele acteurs werkte. Die film was ook de eerste van vele films waaraan hij samenwerkte met scenarioschrijver Cesare Zavattini, een combinatie die veel heeft bijgedragen aan het naoorlogse Italiaanse neorealisme. Want hoewel Luchino Visconti’s ‘Ossessione’ (1943) over het algemeen wordt gezien als de aftrap van het genre, vertoont ook ‘I bambini ci guardano’ al voortekenen van het neorealisme.

De film toont de verwoestende kracht die echtelijke problemen kunnen hebben op het leven van het kind dat er middenin zit. Het kind in kwestie is de vijfjarige Pricò (Luciano De Ambrosis), die zijn jeugdige onschuld snel kwijtraakt. Zijn moeder Nina (Isa Pola) heeft een affaire met de mysterieuze Roberto (Adriano Rimoldi), die ze ontmoet in het park. Pricò ziet ze samen en vertrouwt Roberto direct niet. De volgende dag is zijn moeder vertrokken met haar minnaar. Pricò blijft alleen achter met zijn gedesillusioneerde vader Andrea (Emilio Cigoli) en gouvernante Agnese (Giovanna Cigoli). Omdat zijn vader moet werken wordt het arme kind bij verschillende familieleden gedumpt, maar niemand lijkt tijd en aandacht aan hem te willen besteden. Wanneer Pricò ziek wordt en zijn moeder daar via haar zus van hoort, keert ze terug. Haar kind heeft haar nodig, beseft ze. Een tijd lang gaat het goed – zelfs Nina en Andrea lijken weer dichter tot elkaar te komen – en het gezin besluit samen te genieten van een strandvakantie. Maar als Andrea plots weg moet voor zijn werk staat Roberto ineens weer op de stoep. Is Nina sterk genoeg om zijn charmes deze keer wel te kunnen weerstaan?

Dat in het Italië van De Sica een oorlog woedt, weet hij in ‘I bambini ci guardano’ goed te verbergen. Nergens in de film is sprake van schaarste, onderdrukking of ander oorlogsleed. Strijd wordt er zeker wel geleverd. De kleine Pricò strijdt ervoor om zijn gezin bijeen te houden. Van zijn ouders hoeft hij niet veel te verwachten: zijn moeder is een egocentrisch mens die bij het minste geringste aandringen van Roberto weer overstag gaat (enig minpuntje is wellicht de eenzijdige portrettering van de moeder). Zijn vader komt er weliswaar iets beter vanaf, maar stelt zich veel te passief op. In plaats van te willen vechten voor zijn huwelijk, legt hij zich erbij neer. Toch ligt onze sympathie bij hem, en vooral bij de kleine Pricò. Kindacteur Luciano De Ambrosis brengt een hartverscheurende performance voor de dag die diepe indruk maakt. Memorabele scènes, zoals die waarin hij zich in de steek gelaten voelt door zijn moeder en daarom alleen met de trein terug naar zijn vader in Rome wil reizen, gaan door merg en been. De indringende slotscène zal menigeen ook nog lang bijblijven.

‘I bambini ci guardano’ is niet vrij van sentiment en melodrama, maar De Sica legt het er gelukkig niet te dik bovenop. In plaats daarvan onderstreept hij het menselijke drama, daarbij gesteund door een uitstekende cast, met de kleine De Ambrosis voorop. Hoewel dit een van de vroegere werken is van De Sica, toont hij hier met een aantal prachtig gefilmde scènes al zijn virtuositeit. ‘I bambini ci guardano’ is minder bekend dan bijvoorbeeld ‘Ladri di biciclette’ (1948) en ‘Umberto D.’ (1952), maar dat is onterecht. Dit aangrijpende drama rond het verdriet dat echtelijke onrust een kind aan kan doen, is een vroeg meesterwerk van de ongenaakbare Vittorio De Sica. Verplichte kost voor iedere liefhebber van de Italiaanse (neorealistische) cinema!

Patricia Smagge