In the Heat of the Night (1967)

Regie: Norman Jewison | 109 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Sidney Poitier, Rod Steiger, Warren Oates, Lee Grant, Larry Gates, James Patterson, William Schallert, Beah Richards, Peter Whitney, Kermit Murdock, Larry D. Mann, Arthur Malet, Fred Stewart, Quentin Dean, Scott Wilson, Timothy Scott, William Watson, Eldon Quick, Stuart Nisbet, Khalil Bezaleel, Peter Masterson, Jester Hairston, Phil Adams, Nikita Knatz, Sammy Reese, Anthony James, Buzz Barton, Matt Clark, Philip Garris, Clegg Hoyt, Warren Kenner, Michael LeGlaire, Alan Oppenheimer, David Stinehart, Jack Teter    

De jaren 1967 en 1968 zijn cruciaal geweest in de emancipatie van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten. En hoewel racisme nooit helemaal zal worden uitgeroeid, is er in die tijd wel een flinke aardverschuiving in gang gezet. Ook in de filmwereld werden Afro-Amerikaanse acteurs en actrices steeds meer naar de voorgrond geschoven. Meest prominente van allemaal was Sidney Poitier, die in 1963 de eerste zwarte acteur was die de Oscar voor beste mannelijke acteur won voor ‘Lilies of the Field’. Poitier geldt daarmee als een lichtend voorbeeld voor andere Afro-Amerikaanse acteurs die proberen voet aan de grond te krijgen in Hollywood. In 1967 speelde Poitier samen met Rod Steiger in de misdaadthriller ‘In the Heat of the Night’, waarin racisme aan de kaak werd gesteld. En hoewel er met ‘The Graduate’ en ‘Bonnie & Clyde’ méér goede – en misschien zelfs betere – films werden uitgebracht dat jaar, past het toch in de geest van de tijd dat juist ‘In the Heat of the Night’ werd uitverkoren door de Oscarjury. Het zou zomaar kunnen dat de moord op Martin Luther King, twee dagen vóór Oscargala, van doorslaggevende betekenis is geweest.

Het verhaal van ‘In the Heat of the Night’ is vrij eenvoudig en heeft veel overeenkomsten met een andere film waarin Poitier schittert, ‘The Defiant Ones’ (1958). Poitier speelt Virgil Tibbs, een detective uit Philadelphia die gespecialiseerd is in moordzaken. Na een bezoek aan zijn moeder in het diepe zuiden van de VS, staat hij ‘s avonds laat op de trein terug naar huis te wachten wanneer hij plotseling en zonder reden wordt gearresteerd. Kort daarvoor is een belangrijke zakenman dood gevonden in de stad en in het racistische zuiden is een zwarte man als Tibbs al gauw een verdachte. De plaatselijke sheriff Bill Gillespie (Rod Steiger) is ervan overtuigd de dader gevonden te hebben. Al gauw blijkt echter niet alleen dat Tibbs onschuldig is, maar bovendien dat hij een detective is. En een goede ook! Om geen problemen te krijgen met zijn collega’s in het noorden en omdat zijn eigen amateuristische politieteam wel wat kan leren van deze specialist uit Philadelphia, stelt Gillespie Tibbs voor om samen de zaak op te lossen. Tibbs staat er niet om te springen, maar vindt de zaak té interessant om nee te zeggen. Het blijkt echter niet zo eenvoudig om het hoofd te bieden aan de vele vooroordelen die men heeft in het stadje aan de Mississippi. Bovendien ontdekt Tibbs dat hij zelf ook niet vrij is van preconcepties.

Racisme was een nog vrij onbekend thema op het witte doek toen onafhankelijk producent Walter Mirisch en regisseur Norman Jewison besloten om de roman ‘In the Heat of the Night’ van John Ball speciaal voor Sidney Poitier te gaan bewerken. Het resultaat was een film die de voorloper zou zijn van vele thrillers die maatschappelijke wantoestanden aan de kaak stellen. Het misdaadelement van ‘In the Heat of the Night’ is sterk, maar zijn waarde ontleent de film vooral aan de boeiende relatie die zich tussen de personages van Poitier en Steiger ontwikkelt. Vaak slaat een film dóór in zijn portrettering van racisme, maar hier zijn gelukkig voldoende nuances aangebracht. De zwarte Tibbs mag dan veel intelligenter, beter gekleed en professioneler dan zijn simpele blanke redneck-collega’s, de makers van deze film vertikken het om de blanke bevolking eenvoudigweg te veroordelen. Deze prent biedt gelukkig meer. Poitiers Tibbs is namelijk in feite net zo bevooroordeeld als Gillespie. Zijn minachting voor het blanke uitschot dat hem op zijn plaats probeert te wijzen neigt bij vlagen naar arrogantie. De befaamde uitspraak ‘They call me MISTER Tibbs’ is een van de motto’s geworden in de emancipatiestrijd van de zwarte Amerikanen. Steiger zet daar een heetgebakerd, ruig en tegelijkertijd subtiel optreden tegenover dat hem terecht een Oscar opleverde. De chemie tussen de twee hoofdrolspelers – af en toe krijg je de indruk dat ze elkaar oprecht haten – is met afstand de grote kracht van deze film.

Regisseur Norman Jewison gaat op de juiste manier om met dit – voor die tijd – controversiële materiaal en weet bovendien het beste uit zijn acteurs te halen. Ook de support cast, met Warren Oates en Lee Grant als bekendste namen, is goed op dreef. Het is alleen jammer dat deze film bij vlagen zo gedateerd aandoet (met Poitiers quasi-hippe oneliners als ‘Can you dig it?’ als meest stuitende voorbeeld). Het mag de pret niet drukken. ‘In the Heat of the Night’ weet namelijk van begin tot einde het tempo er goed in te houden en het thrillerelement houdt de aandacht goed vast. Daar komt dan de prima cinematografie van Haskell Wexler, die de prent opzweept tot een spannend raciaal conflict. De finishing touch komt van componist Quincy Jones, die een geweldige score creëerde waarin plaats is voor blues en vroege funk. Klapstuk is de titelsong, op memorabele wijze gezongen door de fantastische Ray Charles. ‘In the Heat of the Night’ won naast de Oscar voor beste film en beste acteur (Steiger) ook awards voor beste scenario (Stirling Silliphant), beste geluid en beste montage (Hal Ashby). Poitier speelde in twee vervolgen opnieuw de rol van inspecteur Tibbs.

‘In the Heat of the Night’ is een prachtig document van de roerige jaren zestig in de Verenigde Staten. Alleen al vanwege zijn politieke en sociale boodschap is dit een belangrijke film. Dankzij een prima script en geweldig acteerwerk van de twee hoofdrolspelers heeft deze prent van Norman Jewison bovendien een grote entertainmentwaarde, waarmee twee vliegen in een klap worden geslagen. Alleen al de carrièrebepalende acteerprestaties van Steiger en Poitier maken deze film meer dan de moeite waard.

Patricia Smagge

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 29 februari 1968