Joker (2019)

Recensie Joker CinemagazineRegie: Todd Phillips | 121 minuten | misdaad, drama | Acteurs: Joaquin Phoenix, Robert De Niro, Zazie Beetz, Frances Conroy, Brett Cullen, Shea Whigham, Bill Camp, Glenn Fleshler, Leigh Gill, Josh Pais, Rocco Luna, Marc Maron, Sondra James, Murphy Guyer

Het groene haar, het lange paarse jacquet, het wit geschilderde gezicht en de sardonische grijns die maar niet van zijn gezicht gaat. Sinds The Joker zich in 1940 voor het eerst als Batmans aartsvijand liet zien in de stripboeken van DC Comics, heeft hij er altijd hetzelfde uitgezien. In al zijn uitbundigheid is hij een geweldige tegenpool van de ingetogen Batman; waar de vleermuisman streeft naar orde, rust en regelmaat, staat The Joker voor chaos, oproer en verderf. Op het witte doek heeft The Joker een ware evolutie doorgemaakt: Cesar Romero (‘Batman: The Movie’ (1966) en de tv-serie uit de jaren zestig met Adam West in de rol van Batman) hield het bij rookbommetjes en bescheiden diefstallen, terwijl Jack Nicholson (Tim Burtons ‘Batman’, 1989) een persoonlijke vete met Bruce Wayne uitvocht en daarbij de nodige onschuldige slachtoffers maakt. Nicholsons versie van The Joker gold lange tijd als de ultieme versie, tot Heath Ledger hem met zijn meesterlijke, maniakale vertolking in Christopher Nolans ‘The Dark Knight’ (2008) overklaste. Een anarchistische terrorist die alle moraliteit compleet overboord heeft gegooid en de verpersoonlijking is van chaos, dood en verderf. Ledger ging zo op in zijn rol, dat hij eronder ging lijden. Uiteindelijk overleed hij in januari 2008, een paar weken voor hij postuum een Oscar zou krijgen voor wat later de beste rol van zijn leven zou blijken te zijn. Jared Leto kon met zijn androgyne versie van The Joker in ‘Suicide Squad’ (2016) niet echt potten breken. Wie Ledgers Joker qua intensiteit wél kan benaderen is Joaquin Phoenix in het grimmige ‘Joker’ (2019) van Todd Phillips.

‘Joker’ is een film die nog voor hij überhaupt in de bioscoopzalen draait, een hoop stof doet opwaaien. Op het filmfestival van Cannes sleepte Phillips’ ambitieuze karakterstudie de Gouden Leeuw voor beste film in de wacht. Direct daarna gingen er – hoofdzakelijk in de Verenigde Staten – stemmen op dat ‘Joker’ een gevaarlijke film is die, in deze tijd van mass shootings, mensen weleens op ideeën zou kunnen brengen. Lone wolfs die zich op de een of andere manier niet verbonden voelen met de maatschappij, die zich niet begrepen, niet geaccepteerd of niet gewaardeerd voelen, zouden het weleens als een vrijbrief kunnen zien om hun eigen frustraties op gewelddadige wijze te botvieren op onschuldige slachtoffers. Een discussie die eerder al eens gevoerd werd, nadat een gestoorde man in 2012 tijdens een voorstelling van ‘The Dark Knight Rises’ (2012) in een bioscoop in Aurora, Colorado om zich heen begon te schieten en twaalf mensen doodde. Mede daarom zijn de autoriteiten in de VS rond vertoningen van ‘Joker’ in staat van paraatheid. Overdreven? Ja. Een film an sich is niet gevaarlijk en mensen die zo verknipt zijn dat ze tot dit soort acties overgaan zullen tragisch genoeg hun daad hoe dan ook willen uitvoeren, ook zonder een film over doorgedraaide lone wolfs.

Dat het nota bene Todd Phillips, de man achter de ‘Hangover’-trilogie, is die het superheldengenre van een nieuwe dimensie voorziet, is opmerkelijk. Naar verluidt had hij een foto van Joaquin Phoenix boven zijn computer hangen toen hij het scenario schreef. En eerlijk is eerlijk, het is moeilijk om een andere acteur in deze rol voor te stellen. Phoenix speelt Arthur Fleck, een graatmagere straatclown die met zijn lichamelijk beperkte moeder Penny (Frances Conroy) in een smoezelig flatje in Gotham City woont. Het is 1981 en de sfeer in de stad is duister en broeierig. De kloof tussen arm en rijk wordt met de dag groter en Gotham wordt steeds smeriger door de stakende vuilnismannen. In deze wereld probeert Arthur een rol van betekenis te spelen. ‘Maak de mensen aan het lachen’, heeft zijn moeder hem altijd wijsgemaakt en dat is dan ook wat hij probeert te doen. Maar meteen in de eerste scène zien we hoe hij door baldadige jongens beroofd en in elkaar geslagen wordt en als een zielig hoopje mens achterblijft in een donkere steeg. Arthur heeft zijn leven lang al geestelijke problemen, slikt een indrukwekkende hoeveelheid medicijnen en praat wekelijks met een maatschappelijk werkster, die hem eigenlijk niet kan helpen. Hij droomt van een carrière als stand-up comedian en een optreden in de populaire talkshow van Murray Franklin (Robert De Niro), maar omdat hij een aandoening heeft die hem op de meest ongelukkige momenten in een schaterbui doet uitbarsten, en zijn grappen ook niet al te sterk zijn, lijkt het uitgesloten dat hij die droom ooit waar zal maken. Naast zijn hulpbehoevende moeder lijkt zijn vriendelijke buurvrouw Sophie (Zazie Beetz) de enige die hem überhaupt ziet staan. Een collegaclown biedt Arthur een pistool aan, zodat hij zich kan verdedigen als hij weer eens wordt beroofd. Maar als dat pistool tijdens een klusje in een kinderziekenhuis uit zijn zak valt, wordt hij ontslagen. Als hij door bezuinigingen zijn medicijnen en counseling kwijtraakt, stapelen de frustraties en problemen zich op. Om uiteindelijk tot een uitbarsting te komen.

Fleck is een psychisch wrak, die werkelijkheid en fantasie niet (goed meer) van elkaar kan onderscheiden. Aanvankelijk ligt onze sympathie – of liever, ons medelijden – bij hem. We hebben een idee hoe het moet zijn om elke dag zo vernederd te worden, hoe zo’n troosteloze omgeving een invloed kan hebben op hoe je je door je dagen heen sleept en hoe lastig het is om niet begrepen te worden. Maar die empathie maakt langzaam maar resoluut plaats voor walging, gevoelens van ongemak en onrust. Phoenix is fenomenaal: de acteur viel vele kilo’s af en die fysieke afmatting heeft zijn weerslag op zijn algehele aanwezigheid. Hij oogt fragiel en kwetsbaar, maar is tegelijkertijd ongrijpbaar, onberekenbaar en onaantastbaar. Het is een lichamelijke tour de force; niet alleen de angstaanjagende, onhoudbare lachbuien (die veelal dichter bij huilbuien liggen), maar ook de even sierlijke als duivelse dansjes die hij opvoert, dat knokige lichaam dat alle kanten uitgaat. Phoenix is geknipt voor dit soort rollen en geeft hier maar weer eens zijn visitekaartje af. De prachtige, ijzingwekkende score van de IJslandse Hildur Gudnadottir en de meedogenloze cinematografie van Lawrence Sher maken van Gotham City de ándere ster van deze film: een groezelige metropool waar uit de kluiten gegroeide ratten in de duisternis rondscharrelen en waar maar weinig nodig is om de boel compleet te laten ontvlammen.

Phillips liet zich duidelijk inspireren door het oeuvre van Martin Scorsese, en dan met name ‘Taxi Driver’ (1976) en ‘The King of Comedy’ (1982). Dat Robert De Niro hier een cruciale bijrol speelt, is een leuke knipoog naar de meester. Phoenix kan zich zeker meten met De Niro, maar Phillips is geen Scorsese. Het mag duidelijk zijn dat het van lef getuigd dat hij het superheldengenre van een nieuwe dimensie durft te voorzien met deze grimmige karakterschets. Maar het is niet helemaal duidelijk waar hij met zijn film naartoe wil. Hoe moeten we het ontsporen van Fleck interpreteren? Het geweld dat we zien is in Phillips optiek een optelsom van diverse oorzaken, maar ligt het wel zo simpel? De uitleg die hij geeft, is niet helemaal bevredigend; de diepere laag, het stof tot nadenken, ontbreekt. Althans, in het verhaal, want de performance van Phoenix is zo rijk aan schakeringen dat hij het oppervlakkige van het scenario overschaduwt. Het moet raar lopen wil Phoenix voor deze intense, indringende en fascinerende performance geen Oscarnominatie krijgen.

Patricia Smagge

Waardering: 4

Bioscooprelease: 3 oktober 2019