Luca (2021)

Recensie Luca CinemagazineRegie: Enrico Casarosa | 95 minuten | animatie, avontuur | Originele stemmencast: Jacob Tremblay, Jack Dylan Grazer, Emma Berman, Saverio Raimondo, Maya Rudolph, Marco Barricelli, Jim Gaffigan, Peter Sohn, Lorenzo Crisci, Marina Massironi, Gino La Monica, Sandy Martin, Giacomo Gianniotti, Elisa Gabrielli, Mimi Maynard, Sacha Baron Cohen, Francesca Fanti, Jonathan Nichols, Enrico Casarosa, Jim Pirri

Naar elke nieuwe animatiefilm van Pixar wordt weer reikhalzend uitgekeken, want de naam Pixar staat synoniem voor kwaliteit. Hoewel niet iedereen van alle films een even grote fan is, kunnen ook degenen die de moraliserende boodschap van ‘WALL-E’ of de mensenloze wereld van ‘Cars’ niet kunnen uitstaan, niet ontkennen dat de makers hun vak uitstekend verstaan.


In 2021 is ‘Luca’ de nieuwste rolprent die zijn opwachting maakt. Niet in de bioscoop, maar rechtstreeks op Disney+, het streaming platform van het moederbedrijf van Pixar. Waarschijnlijk heeft het met de nasleep van de coronapandemie te maken, dat Disney besloten heeft de film niet in roulatie te brengen op het witte doek. Ook daar is niet iedereen even blij mee, maar hopelijk heeft dat geen negatieve impact op de film, want ‘Luca’ is weer een fraai vormgegeven sprookje over vriendschap en acceptatie. Regisseur Enrico Casarosa heeft er een heerlijk nostalgische zomerfilm van gemaakt, dat zich ergens begin jaren 60 afspeelt aan de Ligurische kust rond Genua. Niet geheel toevallig ook de omgeving waar hij zelf vandaan komt, al speelt de film zich ruim voor Casarosa’s eigen jeugd (hij werd geboren in 1971) af.

In de film woont de 13-jarige Luca Paguro met zijn ouders en oma vlakbij het stadje Portorosso. Niet in een dorpje of op het platteland, maar buiten de kust onder water. De familie Paguro (wat in het Nederlands heremietkreeft betekent) zijn namelijk zeemonsters. Zijn ouders zijn doodsbang voor de mensen uit het stadje, waarvan sommige inwoners geloven dat de zeemonsters geen folklore zijn, maar echt bestaan en op hen proberen te jagen.

Uiteraard zijn de waarschuwingen van zijn ouders dat het land gevaarlijk is, vergeefs. Luca verveelt zich namelijk te pletter als vissenherder. Hij past iedere dag op een school jonge zeebarbelen. (in het Engels werkt dat als grap beter: daar worden de visjes die Luca hoedt, ook wel ‘goatfish’ genoemd, oftewel ‘geitenvis’).

Wanneer hij diverse gebruiksvoorwerpen vindt die van een boot zijn gevallen, prikkelt dat zijn nieuwsgierigheid en dan komt hij op zoek naar meer spulletjes, een hem onbekend zeemonster tegen. Dat blijkt een iets oudere jongen te zijn die Alberto Scorfano heet (Scorfano betekent schorpioenvis). Vervolgens komt komt Luca er tot zijn grote schrik achter dat wanneer hij op het land komt, hij een menselijke gedaante aanneemt. Hetzelfde geldt voor Alberto, die in zijn eentje in een vervallen toren op een verlaten eilandje woont. Zijn vader is er slechts sporadisch volgens Alberto en de twee jongens zijn algauw de beste vrienden. Luca raakt geïmponeerd door Alberto’s verlangen om een Vespa te bezitten en zo de wereld te verkennen. Zo misleidt hij zijn ouders een tijdje. Als ze hem om zijn verlangen naar het land willen temperen met zijn oom Ugo, een zeeduivel, naar de diepte willen sturen, gaat Luca ervan door en trekt hij bij Alberto in.

Als de jongens als mensen in het pittoreske stadje Portorosso komen, vol met filmposters van Italiaanse klassiekers en waar ze blijkbaar nog nooit een toerist hebben gezien, wordt voor de kijker duidelijk dat de film zich ergens begin jaren 60 van de 20ste eeuw afspeelt. Luca en Alberto raken bevriend met het overenthousiaste meisje Julia. Zij woont deels bij haar vader, een eenarmige visser en deels bij haar moeder in Genua, waar ze ook op school zit. Ieder jaar doet ze mee met de lokale triatlon – zwemmen, een bord pasta eten en fietsen – maar ze verliest van de gemene Ercole Visconti, een oudere jongen die al vijf jaar op rij gewonnen heeft én op een prachtige, rode Vespa rondtoert. Het drietal besluit als het team “de underdogs” ook aan de triatlon mee te doen. En dan beginnen hun avonturen pas echt…

Met ‘Luca’ mikt Pixar weer op de wat jongere kijkers. In tegenstelling tot sommige van de voorgangers, bevat deze film minder grappen die ook de volwassenen kunnen bekoren. Maar dat is helemaal niet erg, want ook voor meekijkende ouders of grootouders valt er genoeg te genieten. De vormgeving is weer prachtig. De onderwaterscènes lijken soms wat minder gedetailleerd dan bijvoorbeeld bij ‘Finding Dory’, maar dat ligt meer aan de stijl van animeren dan aan een verlies aan kwaliteit. In de scènes in en rond Portorosso lijkt de zomerzon uit de televisie te stralen. De muzikale omlijsting is van Italiaanse swing muziek, jazzy deuntjes en een vleugje opera. De boodschap van de film is tamelijk subtiel en houdt zo’n beetje in dat het niet geeft om “anders” te zijn dan “normale” mensen. Uiteraard staat trouw en vriendschap ook weer centraal en krijgt de pester zijn verdiende loon. Voor een animatiefilm die voor kinderen is bedoeld, zijn dit prima te begrijpen onderwerpen, die zonder drammerigheid en zonder veel diepgang voorbij komen.

Prima entertainment, goed voor ruim 1,5 uur vermaak. En nu weer uitkijken naar de volgende film die Pixar gaat uitbrengen.

Hans Geurts

Waardering: 4.5

VOD-release: 18 juni 2021 (Disney +)