M*A*S*H (1970)

Regie: Robert Altman | 116 minuten | drama, komedie, oorlog | Acteurs: Donald Sutherland, Elliott Gould, Tom Skerritt, Robert Duvall, Sally Kellerman, Rober Bowen, Rene AUberjonois, David Arkin, Jo Ann Pflug, Gary Burghoff, Fred Williamson, Michael Murphy, Indus Arthur, Ken Prymus, Bobby Troup, Kim Atwood, Timothy Brown, John Schuck, Dawne Damon, Carl Gottlieb, Tamara Wilcox-Smith, G. Wood, Bud Cort, Danny Goldman, Corey Fischer    

Een humoristische oorlogsfilm? Is dat geen contradictie? Er is niks leuks aan een oorlog, zeker niet aan een vuile oorlog zoals die in de jaren 50 plaatsvond in Korea. De Britse cineast weet ondanks het zware onderwerp een bijzonder geestige film neer te zetten. Sterker nog: de film was zo goed ontvangen dat er een complete tv-serie rond de personages werd bedacht.

In ‘M*A*S*H’ draait het om twee doktoren (Sutherland en Gould). De artsen zijn allerminst blij met hun verblijf in het door oorlog verscheurde Korea. Toch probeert het duo er het beste van te maken. Onze doktoren houden zich niet alleen bezig met bloederige operaties, tussen de bedrijven door spelen de twee wat golf en halen ze kattenkwaad uit. Ondertussen helpen de mannen ook een getraumatiseerde collega van zijn homoseksuele neigingen af en pesten ze de strenge zuster van het kamp.

Wat kun je eigenlijk nog over ‘M*A*S*H’ zeggen? De serie is mateloos populair geweest en de film is ondertussen een echte klassieker geworden. Volkomen terecht natuurlijk, want de film staat zelfs 35 jaar later nog steeds als een huis. Altman heeft een venijnige satire op Amerikaanse oorlogsfilms gemaakt. De Brit portretteert zijn hoofdpersonages als pacifistische lolbroeken die in tegenstelling tot hun superieuren nog nadenken over hun leven. Patriottisme en heldenmoed waar de generaals zo hoog op afgeven, worden genadeloos op de hak genomen door de artsen.

Hoewel Sutherland en Gould nogal puberale streken uithalen, denk aan het neerhalen van douchecabines en het versieren van elke vrouwelijke officier die ze tegenkomen, zijn juist zij degene die beseffen in wat voor waanzin ze terecht zijn gekomen. Juist het duo merkt de directe gevolgen van de strijd, de verminkte en zwaargewonde soldaten blijven maar binnenkomen, terwijl de artsen met beperkte middelen wonderen moeten verrichten. Om stoom af te blazen, ontstaan de meest bizarre grappen.

Door zich zowel te concentreren op de bloederige slachtoffers, de minimale middelen in het noodhospitaal en de barre omstandigheden van een kamp als op de kinderlijke plaagstootjes, heeft Altman een mooie symbiose tussen humor en ernst gevonden. ‘M*A*S*H’ is grappig, zonder plat te worden. Als je tussen de regels doorkijkt, zie je een tragisch verhaal over twee hulpeloze mannen die koste wat het kost de wereld ietsje beter willen maken met humor. Maar dat valt niet mee in een wereld die alles zo ontzettend serieus neemt en alles wat buiten de marge valt afkeurt.

Het acteerwerk is van hoog niveau. Sutherland is geweldig in de hoofdrol, de acteur zet een sympathiek maar toch complex personage neer. De Amerikaan krijgt goed tegenspel van een ingetogen Gould. Ook Duvall en Kellerman zijn goed op dreef in hun wat serieuzere rollen. Over de hele linie wordt er gewoon sterk gespeeld in ‘M*A*S*H’. Naast goed spel heeft de film ook een sfeervolle soundtrack. Klassieke muziek wordt afgewisseld met jaren 50 en 60 evergreens. Uiteraard speelt het intense en zwartgallige ‘Suicide is Painless’ van Johny Mandell ook een grote rol.

‘M*A*S*H’ is een op het eerste gezicht een vreemde, surreële film die nogal oppervlakkig lijkt. Maar zoals zo vaak: schijn bedriegt. De film roept wezenlijke vragen over oorlog op. Naast heel wat humor, zit er wel degelijk een diepere laag in de Altman productie. Indrukwekkende film.

Frank v.d. Ven