Primary Colors (1998)

Regie: Mike Nichols | 140 minuten | drama | Acteurs: John Travolta, Emma Thompson, Billy Bob Thornton, Kathy Bates, Adrian Lester, Maura Tierney, Larry Hagman, Diane Ladd, Paul Guilfoyle, Rebecca Walker, Caroline Aaron, Tommy Hollis, Rob Reiner, Ben Jones, J.C. Quinn

Politieke satire was tijdens de regeerperiode van Bill Clinton een gewild genre in Hollywood. Dat die rechtse rakkers er een potje van maken wisten we wel, maar het in de onderbroek zetten van hoop en verwachting prekende Democraten is eigenlijk veel leuker, tonen ons ‘Wag the Dog’, waarin de prez een oorlog start om een seksschandaal af te wenden, en ‘Mars Attacks’, waarin de machtigste man op aarde denkt de agressieve Martianen te kunnen pacificeren.

Geslaagde parodieën op idealistisch leiderschap, evenals ‘Primary Colors’, waarin dit thema over een dramatischer boeg wordt gegooid. John Travolta blinkt uit als charmeur en charlatan Jack Stanton, een figuur die zich vanwege de karakterologische gelijkenis met Bill Clinton – maar voornamelijk dankzij Travolta zelf – onmiddellijk in het geheugen nestelt. Travolta speelt de meest dubbelzinnige rol uit zijn carrière als presidentskandidaat zonder verantwoordelijkheidsgevoel, wiens jongensachtige bravoure hem telkens weer uit de brand helpt. Hij balanceert daarbij op het slappe koord: nooit weet je of Stanton’s charmes het resultaat zijn van oprechte menslievenheid dan wel onstilbare machtshonger.

Stanton’s tegenpool in ‘Primary Colors’ – zijn geweten en klankbord – is niet zijn verstandelijke echtgenote Susan, maar de naïeve Henry Burton, kleinzoon van een geroemd politicus, gegrepen door de bevlogenheid van Jack Stanton en daarna toegetreden tot diens campagneteam. Henry is het morele ankerpunt in de film, zo vlak als een spiegel, maar zo zuiver als water. Op zich een oninteressant karakter, maar dat van Stanton springt er des te beter door uit. Het is altijd tricky om een film te laten dragen door een heilige, maar de emmer met goede gevoelens stroomt net niet over: hier en daar worden er wat nuances in Henry’s karakter aangebracht (vreemdgaan, slapte) en dat helpt.

De relatief onbekende Adrian Lester gaat goed om met zijn zee aan speeltijd, omringd als hij is door in de wol geverfde tegenspelers als Emma Thompson (geconcentreerd en ingetogen), Kathy Bates (in een grappige Ien Dales-rol) en Billy Bob Thornton (een ietwat voorspelbare redneck). De vaart waarmee die laatste en Henry’s liefje Daisy (E.R.’s Maura Tierney) uit de film worden geschreven doet vermoeden dat regisseur Mike Nichols (‘The Graduate’) wat in tijdnood kwam aan het eind van deze overvolle film, maar dat doet weinig af aan het eindresultaat. ‘Primary Colors’ blijft boeien als satire en als drama en ook al worden er hier en daar wat opzichtige tranen vergoten, de film geeft een goed beeld van de mens achter het plaatje van de politicus. Aan u de keuze…

Jan-Kees Verschuure