Ran (1985)

Regie: Akira Kurosawa | 160 minuten | actie, drama | Acteurs: Tatsuya Nakadai, Akira Terao, Jinpachi Nezu, Daisuke Ryu, Mieko Harada, Yoshiko Miyazaki, Takeshi Nomura, Hisashi Igawa, Masayuki Yui, Hitoshi Ueki, Jun Tazaki, Kazuo Kato.

Akira Kurosawa (1910-1998) is, vreemd genoeg vooral buiten zijn vaderland, de bekendste Japanse regisseur. Vooral bekend en gewaardeerd in de jaren vijftig, schoot hij in 1985 nog eenmaal flink uit zijn slof met de groots opgezette en eigenzinnige bewerking van ‘King Lear’: ‘Ran’. De toen al bejaarde regisseur heeft werkelijk alles uit de kast gehaald en het resultaat mag er wezen. ‘Ran’ is een indrukwekkend epos geworden.

Ten eerste is er natuurlijk het al oude en mooie verhaal. Een oude koning doet afstand van zijn troon en draagt de macht over aan zijn drie zonen (dus geen dochters zoals in de oorspronkelijke Engelse ‘King Lear’). Dat blijkt een dramatisch fout. De enige zoon die dit voorziet, wordt door de vorst zelf verbannen en daarmee graaft de oude man definitief zijn eigen graf. Al snel wordt hij uit zijn eigen rijk verbannen en blijft berooid en met een select groepje trouwe volgelingen achter. Maar de oude man blijkt niet zo meelijwekkend als misschien wel lijkt. Langzaam maar zeker lijkt hij krankzinnig te worden, niet alleen door zijn gekrenkte trots en machteloosheid, maar misschien nog wel meer door wroeging over de vele wandaden die hij zelf heeft gepleegd. De enige die hem nog lijkt te kunnen redden is Saburo, de zoon die hij zelf heeft weggejaagd…

Zonder indrukwekkende uitwerking van een op zichzelf indrukwekkend verhaal heb je echter nog geen indrukwekkende film. ‘Ran’ begint opvallend ingetogen: een lange scène waarin vorst Hidetora ten overstaan van zijn zoons en van zijn vroegere vijanden bovenop een heuvel de macht wil overdragen. Dit trage begin lijkt een valse start, maar langzaam maar zeker loopt de spanning in deze zo rustige en vredige scène al hoog op. De enige die soms nog enige ontspanning kan verzorgen, met gevaar voor eigen leven, is de nar. Als een van de weinigen vertelt hij de vorst de waarheid, maar blijft hij hem ook trouw.

De rustige eerste scène is een opmaat naar een indrukwekkend schouwspel: soms grootschalige en zeer gewelddadig, als de zoons in onderlinge oorlog geraken; soms zeer intiem en beklemmend, als zoon Jiro door zijn sluwe vrouw Kaede wordt gemanipuleerd.

Alles wordt gebruikt om van ‘Ran’ een klassiek drama te maken: het verhaal zelf, maar ook de gebruik van kleuren (bijvoorbeeld de verschillende kleuren van de legers van de drie zonen), de dramatische toon die verbeeldt hoe wanhopig mensen worden als ze alle zekerheden verliezen, en de grootschalige aanpak met ongetwijfeld duizenden figuranten.

Ondanks die grootschaligheid heeft Kurosawa genoeg aandacht gehad voor de individuele acteurs. Vooral de rollen van de krankzinnige Hidetora (Tatsuya Nakadai, een vaste acteur van Kurosawa), de op genadeloze wraak beluste vrouwe Kaede (Mieko Harada) en de verwarring zaaiende nar zijn uitmuntend geacteerd.

De oude Kurosawa heeft met ‘Ran’ een gewaagde stap gedaan. Een zeer bekend verhaal heeft hij gebruikt om op groots en meeslepende wijze uit te vergroten tot mythische proporties die goed passen in het feodale Japan van de 16e eeuw, toen rijkdommen elkaar nog met grootse veldslagen en in de schitterendste uniforms bestreden. Voor wie niet vies is van een beetje grootsheid en waanzin, is ‘Ran’, ook ruim twintig jaar na de totstandkoming, een film om de vingers bij af te likken.

Daniël Brandsema