Scott Pilgrim vs. The World (2010)

Regie: Edgar Wright | 112 minuten | actie, komedie, avontuur, romantiek, fantasie | Acteurs: Michael Cera, Mary Elizabeth Winstead, Kieran Culkin, Chris Evans, Anna Kendrick, Brandon Routh, Alison Pill, Jason Schwartzman, Ellen Wong, Satya Bhabha, Mark Webber, Mae Whitman, Abigail Chu, Aubrey Plaza, Brie Larson, Johnny Simmons, Erik Knudsen, Nelson Franklin, Ingrid Haas, Kristina Pesic, Chantelle Chung, Ben Lewis, Jean Yoon, Emily Kassie

Als je op het grote doek debuteert met ‘Shaun of the Dead’, en die op weet te volgen met ‘Hot Fuzz’, dan is de druk voor een derde film bijzonder groot. Eerstgenoemde is een originele en vooral hilarische mix van horror en comedy, de tweede blinkt uit door sterke humor in het jasje van een ouderwets gebracht politiemysterie te serveren. Met ‘Scott Pilgrim vs. The World’ etaleert Edgar Wright zijn komisch talent in het fantasie genre. Omdat de Brit het ditmaal zonder zijn vaste partners Simon Pegg en Nick Frost moet stellen, lijkt hij qua casting geen risico’s genomen te hebben; de hoofdrol van Scott Pilgrim wordt gespeeld door Michael Cera, die ook al meer dan eens bewezen heeft in de hogere regionen van het comedy genre mee te kunnen doen. Nu hij voor het eerst voor de taak staat om een big budget spektakel in de titelrol te dragen, gaat hem dat bijzonder goed af. De setting lijkt in eerste instantie de reden te zijn dat de van huis uit zo natuurlijk ongemakkelijke acteur uitstekend op zijn plaats is – al vereist de plot ook wel de nodige moed en vastberadenheid die we doorgaans bij zijn karakters niet aantreffen.

Die setting is een wereld waarin stripboeken, videogames, gitaarmuziek en de Cera op het lijf geschreven, ongemakkelijk adolescente periode van vroege twintigers samenkomen om een verhaal te vertellen dat meer popculturele referenties aanhaalt dan je mogelijk zou achten, en meer surrealistische scènes bevat dan er op een spelcassette passen. De speelse opzet van de film wordt dan ook al voor de opening verraden, door het 8-bit design en dito geluid van het bekende Universal logo. Hierdoor heb je het idee eerder met een oud computerspel van Nintendo dan met een fantasiefilm te maken te hebben. Een gevoel dat je de volledige speelduur bij blijft – dit is geen standaard stripverfilming, dit is een universum gecreëerd om het getekende bronmateriaal van Brian Lee O’Malley in gepast bewegend beeld te kunnen gieten. Beeld dat net als automaten in spelhallen met boodschappen over epilepsie zou kunnen komen, of met de waarschuwing om de zoveel tijd even pauze te nemen.

In dat universum is Scott Pilgrim de held, zoals ‘s werelds bekendste loodgieter dat in Super Mario World is, en Dastan in The Prince of Persia. Een wereld waarin tegenstanders overal op kunnen duiken om de hoofdrol aan te vallen, dat doorgaans zonder directe aanleiding doen, en er niemand een seconde van opkijkt als er uit het niets sensationele en natuurkundige wetten tartende vechtscènes uitbreken. Ook hier draait het avontuur om het redden van een prinses; Ramona (Mary Elizabeth Winstead) is – letterlijk – het meisje uit Scotts dromen, en hij zal alles doen om haar voor zich te winnen. Ook als dat betekent dat hij haar zeven boosaardige en haast mythische exen moet verslaan. Het gegeven dat er überhaupt exen met supernatuurlijke krachten zijn, wordt door niemand als onwaarschijnlijk, onmogelijk, of op z’n minst een beetje vreemd ervaren, laat staan toegelicht. In videogames hoeven dergelijke zaken tenslotte niet uitgelegd. In deze film, verfrissend genoeg, ook niet. Integendeel, Scott weet zich bijzonder natuurlijk te profileren als de stereotypische game held die zijn lot accepteert, en beter dan je zou verwachten in staat is om het tegen zijn vijanden op te nemen – alsof er achter de schermen iemand verwoed op de A- en B-knoppen zit te rammen. Ook de zeven exen zijn types waarbij het enigszins onwennig voelt om zelf geen controller in je handen te hebben. Een redelijk unieke kijkervaring, die benadrukt wordt doordat er in felgekleurde arcade letters bij ieder gevecht ‘Vs.’ in beeld verschijnt, en tegenstanders in een explosie van muntjes en bonuspunten uit elkaar spatten wanneer het stof eenmaal neergedaald is. Tegenstanders, waarvoor Scott behalve spectaculaire vechttechnieken ook regelmatig zijn verstand aan moet spreken. Vindingrijkheid is dus van belang, zoals in zoveel avonturenspellen. Pardon, avonturenfilms.

De referenties waar het verhaal bol van staat, beperken zich overigens niet tot stripboeken en computerspelletjes alleen. Affiniteit met één of beiden is geen eis, al spreekt het spektakel toch vooral aan wanneer dat wel het geval is. Ook muziek, films en televisieseries worden rijkelijk aangehaald (vooral uit een vergelijkbaar genre – twee van de exen worden niet voor niets gespeeld door Brandon ‘Superman’ Routh en Chris ‘Human Torch’ / ‘Captain America’ Evans). Daarnaast komen er diverse culturele invloeden in de knap aan elkaar geschoten voorstelling voorbij, die de levensstijl van – vooral – tieners en twintigers aan zullen spreken. Het crossmediale gemak waarmee Wright de verschillende invloeden in één verhaal krijgt, is redelijk bijzonder te noemen en geeft je constant het idee dat de film meer vertelt dan je op kan nemen. Er valt daarom wat voor te zeggen dat de regisseur de kronieken van Pilgrim misschien beter over meerdere films had kunnen verdelen. Vooral omdat de chemie en interactie tussen Scott en Ramona wat ondergesneeuwd raakt, en andere plotgerelateerde onderdelen (zoals de rol van Jason Schwartzman als ‘eindbaas’) enigszins gehaast overkomen. Al levert het wel een film die op alle niveaus goed gevuld is en daarmee op veel fronten aanspreekt.

‘Scott Pilgrim vs. The World’ is pop(corn)cultureel topvermaak voor de Guitar Hero generatie, en een feest van herkenning voor iedereen die is opgevoed door Hudson, Capcom en Electronic Arts, nog steeds een zwak heeft voor het universum van Sega en Nintendo, of gewoon thuis is in de bodemloze put aan referenties die een jeugd besteed aan stripboeken of spelcomputers te bieden heeft. Edgar Wright is er in zijn eerste Amerikaanse productie in geslaagd om het belevingswereldtechnisch toch al vrij sterk afgebakende bronmateriaal naar zijn hand te zetten en daarbij geen enkele concessie te doen om met het oog op de box office opbrengsten een breed publiek aan te spreken; beter een ‘meesterwerk’ voor een vrij specifieke doelgroep, dan een knutselwerk dat voor ieder wat wils heeft en daardoor net zo gemiddeld wordt als Scotts garagebandje. Het lijkt erop dat Wright daarmee toch vooral de fanbase en popculturele gelijken heeft willen bedienen. Het resultaat is een meer dan waardige afsluiter van een onwaarschijnlijk drieluik, en in de stijl van zijn voorgangers geheel alleen in zijn soort.

Robert Nijman