Street Fighter: The Legend of Chun-Li (2009)

Regie: Andrzej Bartkowiak | 97 minuten | actie, thriller, avontuur, science fiction | Acteurs: Kristin Kreuk, Chris Klein, Neal McDonough, Michael Clarke Duncan, Robin Shou    

‘Street Fighter: The Legend of Chun-Li’ vloeit voort uit een aardig concept, dat ook in de ‘X-Men’ serie is toegepast: neem een van de personages uit de oorspronkelijke film, verzin daar een eigen verhaal omheen en je hebt een nieuwe film, zoals ‘Wolverine’. ‘Street Fighter’ is alleen gebaseerd op een computerspelletje, waarin het alleen gaat om op elkaar in te slaan of te schoppen, totdat een van de twee niet meer opstaat. Als spelletje niet erg, gek genoeg zelfs leuk om te doen, maar voor de film moest er een bredere bodem worden gelegd. Men koos voor het personage Chun-Li en verzon er het een en ander omheen. Het jammere van een film als ‘Street Fighter: The Legend of Chun-Li’ is dat het een vechtfilm is waarin niet door iedereen echt gevochten wordt. Dat gebeurt natuurlijk heel vaak in actiefilms; James Bond kan ook niet écht vechten. Toch ziet het er bij hem beter uit, terwijl Street Fighter echt om het vechten gaat. Het heeft met een verwachting te maken: wanneer een meisje wordt opgeleid om Kung Fu meester te worden, wil je als kijker goed kunnen zien dat ze het daadwerkelijk kan en daar krijgen we de kans niet voor, want de shots zijn allemaal te snel, of te dicht bij en te veel knip- en plakwerk. Niet indrukwekkend.

Voor het verhaal hadden de makers dezelfde doelgroep voor ogen als bij het spelletje, namelijk jongetjes die bijna gaan puberen en het met het ‘echte leven’ nog niet zo nauw nemen. Een paar rare verhaaltechnische sprongen doen zij niet moeilijk over, zolang er maar actie is, mooie auto’s, stoere gasten en vooral indrukwekkende dames. En daarom wordt de hoofdrol ook gespeeld door de bloedmooie Kristin Kreuk (die ook niet echt kan vechten). In haar Lara Croft achtige outfits ziet ze er zo appetijtelijk uit, dat al het andere er niet zoveel meer toe doet. Okay, één lichtpuntje, acteerlessen heeft ze gehad, want haar spel stak boven het gemiddelde uit en dat zegt wat! Dat kan namelijk niet gezegd worden van twee andere belangrijke figuren, het agentenduo Charlie Nash (Chris Klein) en Det. Maya Sunee (Moon Bloodgood). Zelden werd er zo futloos geacteerd en een haast nog slechter geschreven koppel ten tonele gebracht. Wat je ziet zijn bedoelingen, imago’s en zogenaamde seksuele spanning tussen twee mooie mensen, die geen van beide enig idee hebben wat ze in deze film doen. Zij halen het, toch al magere geheel, nog wat verder onderuit. Gelukkig kan Neal McDonough wél acteren en redt hij wat punten door een geloofwaardige schurk (Bison) neer te zetten.

Een oppervlakkige film is feitelijk geen probleem. Elke genre heeft zijn pro’s en contra’s en heeft zijn fans en zijn haters. Maar in een vechtfilm moeten op zijn minst hele vette gevechten zitten, wat hier tegenvalt. Als de rest dan ook al zozo is, blijft er niet veel over en voel je je als kijker een beetje genomen. Het begint allemaal nog best aardig, we worden lekker gemaakt, maar naarmate de film vordert wordt het erger en erger, de spanningsopbouw is nihil. In een wirwar van bedoelingen raakt de film elke zin kwijt en blijft er alleen nog onzin over. En weerzin bij de kijker.

Arjen Dijkstra

Waardering: 2

Bioscooprelease: 7 mei 2009