Teenage Mutant Ninja Turtles III (1993)

Regie: Stuart Gillard | 96 minuten | actie, familie, fantasie | Acteurs: Elias Koteas, Paige Turco, Stuart Wilson, Robbie Rist, Corey Feldman, Sab Shimono, Vivian Wu, Mark Caso, Matt Hill, Jim Raposa, David Fraser, Henry Hayashi

Na twee eerdere films rond het schildpaddenkwartet, was het nog niet genoeg. Er moest nog een derde film komen om nog meer geld te kunnen kloppen uit de in het slop geraakte Turtles-franchise. Na verloop van tijd daalde de populariteit van de vier reptielen en deze productie uit 1993 was een laatste krampachtige poging om de Turtles-merchandise nog wat verder uit te melken. En zoals dat zo vaak gaat met vervolgfilms is ook deze tweede opvolger een heel stuk slechter dan zijn illustere voorgangers. Waar ging het mis?

Allereerst bij het verhaal. Waar de eerste twee Turtles-films zich afspeelde in een herkenbare setting, de grote stad, daar gaat deze prent onderuit door het schildpaddenkwartet, bestaande uit Leonardo, Donatello, Raphael en Michaelangelo, naar middeleeuws Japan te sturen. Via een idiote samenloop van omstandigheden belanden de reptielen ruim 400 jaar terug in de tijd om journaliste April (Turco) te redden die zich ook al staande moet houden in het roerige Japan waar een oorlog woedt tussen het leger en rebellen.

Het tijdreiselement in ‘Teenage Mutant Ninja Turtles III’ is een dappere, maar mislukte poging om de franchise interessant te houden. Maar de nieuwe setting weet niet lang leuk te blijven. Toegegeven het decor waarin samoerai-krijgers, geisha’s en shoguns voorkomen, ziet er mooi uit. Prachtige landschappen, kleurige bossen en autenthieke Aziatische kastelen zorgen voor een mooi plaatje. Maar met alleen decors maak je geen film. Het nieuwe toneel vereist ook de nodige introducties. Zo moet de regisseur de sfeer van het oude Japan, de bevolking en nieuwe hoofdpersonages introduceren zonder daarbij de aandacht voor de Turtles te verliezen. En dat was voor Stuart Gillard teveel gevraagd.

Alle personages blijven van bordkarton. Zo is de samoeraileider (Sab Shimono) een boze man, die eigenlijk diep van binnen zo slecht niet is. De Engelse Walker (Wilson) is een in- en inslechte handelsman. De knechtjes van Walker en de samoerai van Shimono zijn oerdom, de rebellen zijn allemaal dapper en alle kindertjes in deze film zijn schattig en lief. Het woord ‘cliché’ is zacht uitgedrukt voor al de platte karikaturen die aan je voorbij komen. Ga maar na dat je gedurende deze productie ruim de helft van de tijd naar deze stereotypen zit te kijken en je kan je wel een voorstelling maken hoe irritant deze film op den duur wordt.

Het gemis aan een aansprekende schurk in deze prent doet ‘Teenage Mutant Ninja Turtles III’ de das om. De eerste twee delen kende in ‘The Shredder’ een leuke en interessante ‘bad guy’, deel drie komt nooit tot leven door het gebrek aan een aansprekende slechterik. Het draait alleen maar om de interactie tussen de Turtles onderling. Ook ditmaal wordt je getrakteerd op gevatte one-liners en slapstickhumor van de schildpadden. Nieuw in deze productie zijn de vele verwijzingen naar films, als ‘The Three Stooges’ en ‘Dirty Harry’ (1971). Maar het is niet genoeg om de prent te doen ontstijgen uit het B-filmgarnituur waartoe deze film duidelijk behoort.

‘Teenage Mutant Ninja Turtles III’ mist een ziel: een eigen identiteit. De prent is niet bijster slecht, maar ook nergens leuk of goed. Zo is het acteerwerk erg vlak, de actiescènes zeer tam en de humor erg pover. Als kijker kun je je er niet aan onttrekken dat je alles in deze film al een keer eerder hebt gezien. Maar dan stukken beter uitgevoerd. Nu kabbelt de productie langzaam voort op weg naar een saaie finale.

Na afloop borrelt de vraag bij je op voor wie de film nu eigenlijk gemaakt is. Kinderen kunnen misschien nog wel wat lol beleven aan de capriolen van het Turtleskwartet, maar dat valt ook nog maar te bezien. De prent mist vaart en vervalt vaak in langdradige passages. Daarnaast zien de Turtles er niet zo goed uit als in de eerste twee films. De pakken zijn anders en dat resulteert in een goedkope uitstraling. De schildpadden zien er nep uit en ook de slecht gemoteerde lipsync doet afbreuk aan de geloofwaardigheid.

Volwassenen en tieners hebben helemaal niets te zoeken bij deze productie. Zoals gezegd puilt ‘Teenage Mutant Ninja Turtles III’ uit van de cliché’s. Vervelende subplotjes waarin Michelangelo verliefd wordt op Vivian Wu en Raphael vriendschap sluit met een overdreven, naar beproefd Hollywood-recept, extreem schattig jongetje wekken irritatie op. Het originele karakter van de Turtles zoals hun geestelijk vaders Eastman en Laird dat voor ogen hadden, is compleet overboord gegooid. De filmversie van de ninja schildpadden is nog maar een schim van het origineel.

Nu was de tweede speelfilm rond de Turtles ook al ontdaan van de scherpe randjes, maar daar stond een vaardig verteld verhaal en leuke sfeer tegenover. Het derde deel mist dat. Op de sterke decors en de aardige muziek van Du Prez na heeft deze film je niet veel te bieden. Zelfs de meest verstokte Turtles-fans zullen moeten rekenen op een (flinke) teleurstelling. Hun helden zijn te zien in een speelfilm die de nekslag is geweest voor de populariteit van het kwartet stripfiguren. Jammer.

Frank v.d. Ven